De rol van je leven

Kort verhaal van 4 september 2019



Veel later dan afgesproken klop ik bij Johan aan.

    ‘Heb je al wat gegeten?’ vraagt hij zorgzaam maar ook wat afwezig. Voorafgaand aan een belangrijke wedstrijd eten we eerst samen. Bij Johan. Rituelen moet je koesteren. Vier keer ramesh van de toko, waarvan één vega.

    ‘Nee, ik hoop dat jullie mijn prakkie met rust hebben gelaten,’ zeg ik quasi-schuldbewust. ‘Maar ik reken nergens op. Ik ken mijn pappenheimers.’ Johan grinnikt. 


Het loopt tegen negenen. De wedstrijd is al een eindje op gang. Jammer. Zo’n aftrap is toch een magisch moment. Hoort bij de complete voorstelling. Voor de echte fans, de harde kern, is het voorspel misschien nog wel belangrijker dan de wedstrijd zelf. Dat voorspel kan weken duren. De wedstrijd is de ontlading. Orgastisch. Ik reken mezelf niet tot de harde kern. Mijn kern is boterzacht. Maar ik hecht wel aan een zekere volledigheid. Dat orgasme wil ik wel meebeleven. Van fluitsignaal tot fluitsignaal. Helaas. Als het weer eens vast zit bij Antwerpen heeft de zachte kern niets meer te eisen. Ik rammel.


    ‘Ik schuif jouw prakkie nu de magnetron in,’ zegt Johan. ‘Pak maar vlug een biertje. Je loopt al een paar rondjes achter. Eikel.’ 


Eikel. Een klein woordje met voor ons een stevige lading. Symbool van onze vriendschap. Wij spreken elkaar graag aan met dat glansrijke woordje. Eikel vervangt de veel grovere aanspreekvorm uit onze studententijd. Je zou kunnen zeggen dat we niet meer het complete lidwoord in de mond nemen. De volwassenheid komt met concessies.

Johan lijkt wat opgefokt. Spanning voor een belangrijke wedstrijd? Eindelijk weer een Nederlandse club op weg naar Europese roem? Johan? Nee toch. Voetbal? Chauvinisme? Clubliefde? Ajax? De emotie zit bij Johan aan de oppervlakte. Het zou me verbazen als hij weet dat we nu in Madrid bezig zijn. Laat staan dat ie nog weet dat we thuis van de Spanjool verloren hebben. Dat onze jongens voor een bijna hopeloze opdracht staan. Het zal Johan een rotzorg zijn. Het gaat hem om het samenkomen. Het samenzijn. Hij geniet van onze vriendschap.


Johan loopt naar de keuken. Even meen ik te zien dat er iets wegduikt als hij de keukendeur opent. Dat openen ging trouwens ook al een beetje vreemd. Echt openen was het niet. Johan wurmde zich door een kier de keuken in. Hij had natuurlijk vast weer wat onduidelijke rommel in zijn keuken staan. Een stapel boeken die hij even kwijt moest omdat zijn vriendjes op bezoek kwamen. 


Johan is een vriend. Een jeugdvriend. Net als Pim en Govert. Zelfde bouwjaar, zelfde buurt, zelfde basisschool, zelfde hockeyclub hoewel we liever voetbalden. Verliefd op dezelfde meisjes, maar zelfs dat kon onze vriendschap aan. Studeren in Utrecht. Johan wiskunde, Pim en ik gingen op veilig: rechten. Govert landde op de Mariaplaats. Conservatorium. Het moest zo zijn. Achteraf waren de keuzes voorspelbaar.


Johan was altijd al een heerlijke nerd. Veel slimmer dan de rest samen. Hij kreeg een aanstelling op de universiteit. Topologie is zijn ding. Volstrekt onbegrijpelijk. Johan lijkt wat eenzelvig, maar als vriend verdient hij een standbeeld om zijn trouw en onbaatzuchtigheid. Je krijgt bij hem nooit het gevoel dat hij iets terug verwacht voor een vriendendienst. Het zou zo maar kunnen dat juist hij nog het meest van onze ontmoetingen geniet.


Johan is altijd onderweg in een abstract universum. Eenzaam. Weinigen die hem kunnen volgen. Wij al helemaal niet. Zo nu en dan even terug tussen het bier, de ramesh en het voetbal, dat roept bij Johan blijkbaar een groot gevoel van geluk op.


Je moet Johan wel een beetje kennen om zijn beleving naar waarde te kunnen schatten. Hij is nogal introvert zal ik maar zeggen. Johan is niet getrouwd, heeft geen relatie, heeft die volgens mij ook nooit gehad. Wel een leuke woning in Overvecht. Ik weet eerlijk gezegd niet of hij al heeft opgemerkt dat de samenstelling van zijn buurt de afgelopen jaren nogal is veranderd. Als we samenkomen is het bijna altijd bij Johan. Daar kunnen we ongeneerd onszelf zijn zoals we waren tijdens onze studententijd. Voeten op tafel en rameshvlekken op de bank.


Pim werkt bij de gemeente Utrecht als beleidsmedewerker. Iets met vastgoed. Hij is getrouwd met Juliette, een Francaise, en heeft twee kinderen. Een beetje een Leidserijntype. Pim loopt de kantjes er niet van af, hij knipt ze op zaterdagmiddag. Ik ben na mijn studie voor mezelf begonnen. Mijn vader wist niet wat hij meemaakte. Zijn zoon Stef als ondernemer! Hij is nog van de tijd dat bedrijven, met name de grote, in zijn linksige kringen als het ultieme kwaad werden beschouwd. Dat is wel een beetje bijgedraaid toen hij in de jaren tachtig zelf niet meer aan de bak kwam.


Zijn eigen zoon adviseert nu met twee studiegenoten bedrijven op het gebied van Europese wetgeving en alles wat daarbij komt kijken. We zijn gespecialiseerd in staatssteun en mededinging. Ik woon al weer geruime tijd samen met mijn lieve Sofietje. Wij hadden lange tijd het plan om een kindje te adopteren maar na alle kindersmokkelschandalen hebben we dit plan laten varen. Sofietje is al jong onvruchtbaar geworden na een zware chemokuur. Maar haar kinderwens is nog altijd heel sterk. De laatste tijd denken we aan de mogelijkheid van een draagmoeder. Een kind, we zijn er erg mee bezig.


En dan natuurlijk Govert. Die was zo jong als hij was al bezeten van muziek. Zijn ouders hadden dat snel door, wat in dit geval geen bijzondere prestatie was. Wel een prestatie was de onvoorwaardelijke steun die ze hem gaven om zijn grote droom te verwezenlijken. Govert is intussen een succesvolle violist. Govert is veel onderweg en tussendoor dan ook nog druk met studeren en repeteren. Hij is meestal het moeilijkst in te plannen. Hij werkt van ons vieren waarschijnlijk het hardst en verdient het minst. Niet eerlijk. Het maakt Govert niet uit zolang zijn viool maar binnen handbereik is en zijn lijf doet wat de dirigent in zijn hoofd wil. 


Het is goed toeven op Johans doorleefde meubilair. Aan het pluche kleven krijgt hier weer zijn oorspronkelijke betekenis. Het beeldscherm staat op een stapel kopieën van publicaties uit de wereld van de topologie. Johan heeft ons wel eens uitgelegd, tamelijk tevergeefs, waar het in die wereld om gaat. Neem nou de bal die op dit moment door Frenkie de Jong, over de hele, richting Tadic wordt geëxpedieerd. Wat gaat het allemaal makkelijk bij dat manneke, maar dat terzijde. Een bal heeft de vorm van een bol, voor niet-topologen heel wat anders dan die twee palen en de lat waar hij tussendoor moet worden gepeerd. Dat scheelde trouwens verdomd weinig. De Ligt met een kopbal. Een tank is het. Maar een beschaafde tank. Een voetballende tank. Het is bijna niet te begrijpen, maar in topologenland zijn die bal en die doelpalen hetzelfde. Ik leef in een kleiwereld, houdt Johan ons voor. Vorm doet er niet toe. Van een bonk klein kneed je net zo makkelijk een bal als een doel. Het wordt anders als je begint met een bonk klei met een gat erdoorheen. Dan heb je een eengatige. In de kleiwereld van Johan is er geen verschil tussen een doughnut en een kopje met een oor eraan. Het zijn allebei eengatige objecten. Daar moet je ook als goede vriend toch even op kauwen. 


Ajax tikt die Spanjolen helemaal gek. Wat een klasse. Het is opvallend stil in Bernabeu. 


Johan schuift een dampende schotel ramesh mijn kant op, we heffen het glas op Ajax en wijzen Johan erop dat zijn goedkope bier wel heel erg snel verdampt. Eikel. Johan spoedt zich naar de keuken. Hij is zoals altijd een goede gastheer die aan een half woord genoeg heeft. We horen hem in de keuken mompelen. Alsof hij in zichzelf praat. Alzheimer? Gaten in het brein van een topoloog? Een gat is een gat. Het valt me op dat overal de luxaflex omlaag is. Schaamt die eikel zich voor ons? 


Bij de rust zet Johan het geluid uit en zegt:

    ‘Ik moet jullie wat vertellen?’

    ‘Is er iets moois gebeurd in de kleiwereld?’ vraagt Pim.

Johan kijkt ernstig. Het is duidelijk dat we de flauwe opmerkingen even moeten opsparen. Johan is terug in de echte klei. Hij tilt zijn hoofd een stukje op, slikt en zegt:

    ‘Ik ben niet meer alleen in dit huis.’


Er breekt gejuich los. En zo luid dat de buren zullen denken dat de wedstrijd al weer begonnen is. Als we iemand een partner gunnen dan is het Johan wel. Een maatje. Een geliefde die hem zo nu en dan uit de klei kan trekken, op een wolk kan zetten, die enorme eikel. Klei en eikel, wat scheelt het? Johan glimlacht. Dan realiseren we ons dat het gejuich misschien iets te voorbarig is. “Ik ben niet meer alleen in dit huis”, met zo’n uitspraak kun je natuurlijk nog heel wat kanten mee op. Misschien heeft hij een cavia aangeschaft. Een illegale asielzoeker verstopt. Een dakloze onderdak geboden. Verzorgt ie zijn demente moeder. Johan heeft zichtbaar moeite met de hele situatie. Dit is niet zijn ding, voor de groep een belangrijk onderwerp aansnijden. De stemming slaat om. We zijn nu op het ergste voorbereid. 


    ‘Annemieke is hier komen wonen,’ vervolgt Johan zijn openbaring wat onbeholpen.

Nu kent het gejuich geen remmen meer. Dus toch. We knuffelen Johan en willen pas meer horen als er nieuw bier is aangevoerd. Johan komt terug met bier. En een mooie, jonge vrouw. Wat een feestelijke combinatie. Dat ziet er nogal patent uit. Hoe heeft hij dat voor elkaar gekregen? En wij altijd maar denken dat het bij Johan niet om de vorm ging.


    ‘Dit is Annemieke,’ zegt Johan, ‘en ze woont al een tijdje bij me. We gaan zo snel mogelijk verhuizen.’


We happen naar bier en naar adem. We krijgen een hand van Annemieke. Johan stelt ons voor. Ze is betoverend maar net als Johan geeft ze vluchtsignalen af. Helemaal niet op haar gemak en Johan is er nu niet de figuur naar om haar door deze moeilijke momenten heen te loodsen. Als ze naast Johan op het pluche neerdaalt, zie ik vanuit mijn ooghoeken de reservespelers hun plek op de bank weer innemen. De tweede helft staat op punt van beginnen. 


    ‘Vinden jullie het erg als Annemieke meekijkt?’ vraagt Johan. ‘Ze is gek op voetbal.’

    ‘Alleen als ze ook van ramesh houdt,’ zegt Govert. Briljante opmerking.

    ‘Reken maar,’ roept Annemieke.


Annemieke ontdooit. Het ijs verbrokkelt verder naarmate Ajax de Spanjool vaker op het verkeerde been zet. Annemieke geniet. Zij ontspant en valt Johan regelmatig om de hals als de godenzonen weer een kunststukje opvoeren. Wij hebben moeite onze aandacht bij het scherm te. Hoe heeft die kolossale eikel dit wonder in godsnaam zijn hol binnen gehengeld? Er gaat hier in Kleidorp iets heel erg veranderen, dat kan niet anders. 


Na drie kwartier is Ajax klaar voor de laatste acte: de grote finale. De nederlaag in Amsterdam is in Madrid ruimschoots en op indrukwekkende wijze uitgewist. 4 – 1. Tijd om na te genieten. De commentaren. De interviews. Maar Johan zet, geheel in strijd met onze zorgvuldig opgebouwde traditie, de tv direct uit. Hij wil aandacht. Het kunststuk van Ajax is af. Het verhaal van Johan nog niet. Zijn kunststuk zit naast hem. How come?


    ‘Omdat ik vind dat vrienden geen geheimen voor elkaar moeten hebben, zal ik jullie vertellen hoe Annemieke hier op de bank terecht is gekomen,’ zegt Johan

    ‘Wat maakt het uit.’ zegt Pim, ‘Ze zit er en daar gaat het toch om.’


Goed geprobeerd van Pim, maar zonder effect. Johan laat zich niet afleiden en Annemieke is weer in haar schulp gekropen. 


    ‘Ik overdrijf niet. Wat ik ga vertellen moet binnen deze kamer blijven. Dat is van levensbelang.’


De stemming slaat opnieuw om. We beloven Johan geheimhouding. Heftig. Er schiet van alles door mijn hoofd. Zonder doel te treffen. Zo kennen we Johan niet. Zo kennen we onze samenkomsten niet. 


    ‘Weten jullie nog wanneer we hier voor het laatst hebben gezeten?, zegt Johan. ‘Inderdaad, twee weken geleden. Ajax thuis tegen Real Madrid. Ik werkte die dag thuis. College voorbereiden. ’s Ochtends werd er gebeld. Annemieke. Ik herkende haar vaag.


Ik ben de buurvrouw van nummer 14, zei ze. Ze klonk wat paniekerig.

Ik schaam me een beetje, zei ze.

Ik durf het bijna niet te vragen, zei ze, maar mag ik van jouw toilet gebruikmaken, buurman?

Inderdaad een vraag die ik niet had verwacht. Ik stapte al opzij om haar binnen te laten.

Nee, het hoeft nu nog niet, zei ze. Maar als ik vandaag echt moet, kan het dan?

Je zult het wel een rare vraag vinden, zei ze, maar ik heb een probleem.

Nou, dat leek me wel duidelijk.

Wat is er aan de hand, vroeg ik voorzichtig.

Je zult het niet geloven, zei ze, maar ik heb per ongeluk een hele rol toiletpapier doorgetrokken.


Het verhaal kreeg ineens wel een heel vreemde wending.


Ik liet een nieuwe rol, zomaar in de wc vallen, zei ze. Ik had er net gebruik van gemaakt, zal ik maar zeggen. Ik aarzelde even of ik die rol er weer uit moest vissen. Toch maar niet. Dan maar doortrekken. En toen ging het mis. Verstopping. 


    'Ik bood aan om het klusje te klaren. Maar dat was uitgesloten. Haar man.’ Johan spreekt de laatste woorden bijna fluisterend uit.

    ‘Jullie moeten weten dat Ik met een Marokkaanse man getrouwd ben’, vult Annemieke nu aan. ‘Als die had gemerkt dat er een vreemde man zonder zijn toestemming in zijn huis en bij zijn vrouw was geweest, dan was er iets heel erg misgegaan.’ 


    ‘Het was op de dag dat Ajax tegen Real Madrid speelde,’ zegt Johan. ‘Twee weken geleden. De eerste wedstrijd in Amsterdam.’

    ‘We hebben die avond niets gemerkt,’ zeg ik. ‘Was Annemieke al langs geweest?’

    ‘Nee,’ zegt Johan. ‘Maar jullie waren nog maar net weg, of er werd gebeld. Annemieke. Ik hou het niet meer, zei ze, o, wat erg, ik schaam me dood. Kom maar gauw, zei ik. Gebruik de wc boven maar. Ik kwam namelijk net zelf van de wc af. De wc beneden. Ramesh en dat gezeik van jullie omdat we met 2 – 1 hadden verloren. Dan kan ik er op wachten. Het leek me voor Annemieke minder plezierig. Dus Annemiek naar boven.’

    ‘Mooie oplossing toch?’ zeg ik. ‘Opluchting alom.’

    ‘Zou je zeggen, maar er is ook altijd nog zoiets als de Wet van Murphy. Alles wat fout kan gaan, gaat ook fout. Zoiets.’


Johan trekt Annemieke voorzichtig even tegen zich aan. Ik wist niet dat hij dat in zich had.


    ‘Annemieke dus naar boven,’ gaat Johan verder. Even later een gil. Hij is thuis, hoorde ik Annemieke roepen. Het klonk bijna als een doodskreet. Ze had zijn auto gehoord.’

    ‘Ik zat in het huis van een alleenstaande buurman,’ vult Annemieke aan. ‘Erger kon niet. Ik vreesde het ergste. In een flits ging het door mijn hoofd dat ik niet meer terug kon. Nooit meer. Ik smeekte Johan me te verstoppen. En dan maar zien hoe het verder moest.’ 

    ‘Annemieke moet hier zo snel mogelijk weg,’ zegt Johan. ‘Vroeg of laat wordt ze toch een keer gezien. Ik denk dat het tot nu toe een gelukje was dat ze hier is. Maar dat kan niet duren.’

    ‘Wat bedoel je met een gelukje?’ wil ik weten.

    ‘Ik bedoel dat dit voor haar man, en zijn familie niet te vergeten, wel zo’n beetje de minst waarschijnlijke plek moet zijn om onder te duiken,’ zegt Johan. Annemieke knikt en zegt: ‘Ik weet zeker dat het in zijn familie en bij zijn vrienden nu een enorme toestand is. En dat begrijp ik nog ook.’

    ‘Hoe dan ook, Annemieke moet hier zo snel mogelijk weg,’ zegt Johan. 

    ‘Misschien een beetje rare vraag,’ zegt Govert, ‘maar hoe kijk je tegen een scheiding aan, Annemieke? Ik begrijp dat een scheiding praktisch onvermijdelijk is. Maar het is toch je man. Houd je nog van hem? Zou je nog terug willen als dat op een of andere manier zou kunnen?’


Annemieke zwijgt. Kijkt sluiks naar Johan.

    ‘Het is een terechte vraag,’ zegt Johan. ‘Ik kan hem niet voor Annemieke beantwoorden. Maar we hebben er al veel over gepraat. Mag ik het zeggen, Annemieke?’ Annemieke knikt.

    ‘Laat ik zeggen dat Annemieke niet diep ongelukkig zou worden als ze zonder haar man verder moet. Het is volgens haar geen slechte man, maar ze heeft zich wel verkeken op het effect van de cultuurverschillen die voortdurend opspelen. Die werden steeds schrijnender. Maar op deze manier een einde maken aan de relatie is natuurlijk te bizar voor woorden. De belangrijkste vraag is nu hoe we Annemieke een nieuw onderkomen kunnen bieden waar ze niet zomaar gevonden wordt.’

 

Er valt een stilte. We kijken elkaar aan. We kijken naar Annemieke en we voelen dat we iets moeten doen. Johan is een vriend. En die eikel zit in de shit. Geheel buiten zijn schuld.


    ‘Ik denk dat ik wel iets kan regelen,’ begin ik. ‘Wij hebben een vakantiehuisje in Frankrijk. Daar zou Annemieke redelijk veilig een tijdje kunnen bivakkeren. Maar je moet er natuurlijk rekening mee houden dat ze als vermist wordt geregistreerd. Dat geldt ook voor Annemiekes familie. Het zal hoe dan ook tijdelijk zijn.’


Annemieke straalt wanhoop uit. Alsof ze nu pas echt begrijpt hoe onmogelijk haar situatie is.


    ‘Je kan natuurlijk op een bepaald moment Annemiekes familie laten weten dat ze nog in leven is,’ suggereer ik. ‘Dat ze ondergedoken is. Zonder te vertellen waar. Dat zal de familie een beetje geruststellen en voorkomen dat ze zelf gaan zoeken.’

    ‘O, mijn God, in welke nachtmerrie ben ik terechtgekomen?’ fluistert Annemieke. ‘Dit wil ik niet.’

    ‘En als we bij elkaar willen blijven zal ik ook moeten verhuizen,’ mompelt Johan. ‘Daar had ik me al bij neergelegd. Sterker nog, dat heb ik er graag voor over.’ 


Dan, als een donderslag bij heldere hemel staat Annemieke op en zegt: ‘Ik ga terug. Ik zie geen andere oplossing. Ik mag jullie niet meeslepen in mijn noodlot.’

    ‘Nee, Annemieke, dat kan niet,’ zegt Johan. ‘We zullen je helpen. ‘Ik laat je niet in de steek. Nooit!’ 


Lang blijft het stil. Dan zegt Pim: ‘Misschien toch nog een optie om over na te denken. Kunnen we, natuurlijk pas nadat Annemieke een veilige schuilplaats heeft gevonden, via tussenpersonen een verkennend gesprek op gang brengen? Misschien wel met tussenkomst van een imam of zo. Zodat iedereen begrijpt en accepteert dat er geen boze opzet in het spel is. Dat Annemieke uit angst voor escalatie is ondergedoken. Als Annemiekes man dat zou kunnen accepteren kan hij misschien ook zonder schaamte en geroddel in zijn gemeenschap een oplossing accepteren die voor iedereen dragelijk is.’

    ‘Ja, zo moet het,’ zegt Annemieke. Er klinkt weer wat hoop in haar stem.

    ‘Maar als hij je dan weer terug wil?’ zegt Johan. ‘Wat moet ik dan?’


De wanhoop heeft een nieuwe eigenaar gekregen. 


    ‘Als je echt om me geeft, zal je geduld moeten hebben, liefste. Maar op een dag zal ik er zijn.’ Ze kust Johan vol liefde. 

    ‘Nu eerst koffers pakken,’ zeg ik. ‘Annemieke gaat even met mij mee naar Frankrijk.’

    ‘Ik heb niet veel in te pakken. Een tasje is genoeg.’ 


Espunt, 4 september 2019