Mooi Weer Spelen

2009

Cees van Bokhoven over dertig jaar ijs, zestien jaar Mooi Weer Spelen, twee jaar een restaurant en 45 jaar muziek maken


6 februari 2009, 00:00 Algemeen


DELFT – IJs en weder dienende, Cees van Bokhoven weet er alles van. Zo'n dertig jaar bestierden hij en z'n broer Dick IJssalon Van Bokhoven. Een begrip in Delft en verre omstreken.

Cees van Bokhoven is intussen 60 lentes jong. En alweer een hele tijd uit de ijssalon weg. Maar hij weet er nog alles van, van ijs. Daarover uit de school klappen, nee, dat doet hij niet. Gevraagd naar het geheim van dat o zo lekkere ijs waarbij ontelbare al dan niet toevallige passanten ook de vingers aflikten, antwoordt hij kort, maar vooral krachtig: "Dat is geheim". 

Zoals hij ook niet te verleiden valt tot een waarde-oordeel over het ijs dat vandaag de dag in deze ijssalon wordt gebrouwen. Wat hij wèl kwijt wil, is dat ijs maken een ambacht is. "Het is niet zo maar wat ingrediënten bij mekaar in een machine stoppen en er dan van uitgaan dat het kwaliteitsijs is. Nee, het is de manier waarop je omgaat met je product. De liefde voor het vak bepaalt de kwaliteit van het ijs. En natuurlijk ook de kennis van het ambacht". En als we nog zouden twijfelen: "Ik denk dat ik zeker wel een half jaar of een jaar nodig zou hebben om jou de kneepjes van het vak bij te brengen. Het gaat om kijken, proeven, ruiken, geconcentreerd bezig zijn met wat je doet. Elk ijsje dat je maakt, moet het beste zijn dat je tot dan hebt gemaakt. Natuurlijk komt er ook routine bij kijken, maar op de automatische piloot gaan is killing". Er zijn, stelt hij toch wel enigszins sip vast, niet zo veel ambachtelijke ijsmakers meer. "Het is een uitstervend beroep. De machines worden steeds industriëler en ze leveren steeds minder topproducten af". 

Cees van Bokhoven, twee oudere broers en een oudere zus, kreeg het ijs maken met de paplepel ingegoten, als het ware. "Mijn vader was banketbakker/kok. Een verschrikkelijk harde werker en een goeie banketbakker. Maar Banketbakkerij Van Bokhoven was wèl een volkszaak. Wat vooral betekende dat hij veel goedkoper was dan de betere banketbakkers, maar dat deed niets af aan de kwaliteit. Mijn vader was geweldig inventief". Bovendien hechtten zijn ouders eraan dat de kinderen goed onderwijs genoten. "Ik zat op de Delftse Schoolvereniging. Was een behoorlijk elitaire school, destijds. Eigenlijk was het min of meer een particuliere school. Nee, ik heb er niet zo'n vrolijke tijd gehad. Ik kreeg meermalen te horen dat ik slechts het zoontje van de banketbakker was. Voor de rest waren het vooral kinderen van professoren en architecten en zo, van de hogere klasse". 

-Werd je daar agressief van? Of verdrietig?
"Nee, dat niet. Maar wèl eenzaam. Zo maar bij schoolvriendjes spelen, dat was er niet bij. Ach, als je niet weet wat je niet hebt, mis je dat ook niet. Ik heb wel een heel leuke jeugd gehad in de straat waar ik ben opgegroeid. In de Breestraat, waar ook de banketbakkerij was gevestigd". 

Na de Lagere School volgde de MULO. In Rotterdam. "Daar heb ik maar twee jaar op gezeten. Toen ik vijftien was, is m'n vader omgekomen bij een brand in huis". 

-Heeft dát jou veranderd? 
"Dat zijn van die dingen, op die leeftijd accepteer je dat, met heel veel verdriet. Je moet dóór. Als je vijftien bent, kijk je alleen maar vooruit. Ik ben toen wèl op een andere school terecht gekomen. Op die MULO in Rotterdam was ik niet zo op m'n plek, maar op de Dalton-MULO in Den Haag heb ik een fantastische tijd gehad. Dat was een heel ander type school, met een heel ander type mensen".
Met z'n MULO-diploma op zak belandde hij bij De Bijenkorf, in Den Haag. "Eerst parttime, later fulltime. Werkte ik op de grammofoonplatenafdeling. Ik kreeg de kans om een popmuziekafdeling op te zetten. Die is er ook gekomen, ja. De Bijenkorf had veel geld, we konden inkopen wat we wilden, het assortiment was enorm. Ja, er werd ook veel verkocht". Lacht: "En heel veel gejat…"

Van Bokhoven houdt het zo'n twee-en-een-half jaar bij De Bijenkorf uit. "Ik wilde wat anders". Dat werd een baan als, houdt u even vast, junior account executive bij Vierhand Reclamediensten in Haarlem, "toen het grootste huis-aan-huis-verspreidings- en direct mail-bedrijf in Nederland. Ik ging vooral over de autoreclames. Later heb ik nog een jaar voor Vierhand in Brussel gewerkt. Hebben we 4,2 miljoen huishoudens van een flesje afwasmiddel voorzien". 

Toen hij daar schoon genoeg van had, ging hij werken voor een Amerikaanse Oliemaatschappij die dolgraag groot wilde groeien in Nederland. Dat lukte niet echt, want 'de grote jongens' zaten niet te wachten op een nieuweling met een groot aantal benzinestations. "Het kwam onvoldoende van de grond. Daar raakte ik zo gefrustreerd van dat ik besloot m'n baan op te geven". 

Daar heeft hij met terugwerkende kracht nóg spijt van, in die zin: "Die maatschappij trok zich wat later terug uit Nederland. Iedereen die er werkte, kreeg een gouden handdruk. Dat heb ik dus misgelopen…" Hij was toen, schat hij, een jaar of 26, 27. "En ik had niks achter de hand". Zo is de aard van het beestje, geeft hij toe. "Als iets me niet beviel, deed ik het niet. Ik heb toen wat los-vast werk gehad, ik zat een beetje op dood spoor". 

Hij vertelt hoe, na het overlijden van zijn vader, zijn broer Dick 'in het gat sprong'. Hij bedoelt: "De ijssalon was van mijn vader. Er moest wèl brood op de plank komen. De banketbakkerij werd afgestoten, mijn broer werd eigenaar van de ijssalon. Toen het Winkelcentrum In de Veste werd ontwikkeld, begonnen veel ondernemers daar een filiaal. Mijn broer ook. Op het Bastiaansplein. Ik kwam daar te staan. Maar het werd geen succes. De Gemeente en de projectontwikkelaar hadden ons voorgespiegeld dat er een regionaal busstation zou komen. Dat is niet daar gekomen, maar bij het station. Dus kwamen er te weinig mensen. Toen hebben we de huur opgezegd en het interieur verkast naar een pand op de Oude Langendijk, naast Bakkerij Bierhuizen. Dat was zó succesvol, mijn broer moest in de zaak op de Boterbrug zó veel ijs maken, vooral als het mooi weer was, dat redde hij niet. Hij stelde mij toen voor om samen de ijssalon op de Boterbrug te doen. Zo gezegd, zo gedaan. Dat was een prima oplossing. En een perfecte combinatie, ook bij vervanging wegens ziekte en vakantie. We hebben dat zo'n kleine dertig jaar samen gedaan. Totdat het niet meer ging. Mijn broer was opgebrand. Hij besloot de zaak van de hand te doen. Maar ik wilde niet mee verkocht worden".

Zijn ijstijd was voorbij. Hij werd LEF-goozer. Samen met Tijn Noordenbos en Dick Holt. "We gingen al jaren goed met elkaar om, ook binnen de organisatie van de Mooi Weer Spelen. En we hadden altijd al het duivelse plan gehad met z'n drieën een restaurant te beginnen. Toen belde Tijn op. Café De Doelen staat te koop. Maar we moeten wèl heel snel beslissen. We hebben ja gezegd. Dat werd Restaurant LEF. Een plaatje van een zaak, het liep hartstikke goed. Maar ik heb me persoonlijk verkeken op mijn functioneren binnen het geheel. De restaurant-horeca was niet mijn horeca. Ik voelde me daar niet senang, de stress liep bij mij enorm op. Ik moest toegeven dat het mijn skill niet was. Na twee jaar heb ik me teruggetrokken uit de maatschap". Een illusie armer, een volwassen burnout rijker. "Sinds die tijd heb ik geen werk. Ik doe op het moment vooral vrijwilligerswerk. Ik ben nu zestig, ik heb nog een jaar of vijf te gaan. Die tijd wil ik toch wel actief vullen met een betaalde baan". 

-Dat je nu geen werk hebt, ervaar je dat als een anticlimax?
"Nou ja, wat moet ik zeggen? Het is wel een teleurstelling. Maar ik heb er ook veel van geleerd. Waar m'n grenzen liggen. Dat er soms dingen zijn die je niet kan".
Dat hij toch wel graag tot (ongeveer) z'n vijfenzestigste betaald aan de gang wil blijven, ziet hij niet als zoiets als 'een deadline'. "Nee, het heeft meer een financiële achtergrond. Ach, over m'n pensioen maak ik me niet zo veel zorgen. Ik zal heus niet aan de bedelstaf raken. We wonen in een behoorlijk groot huis. De drie kinderen zijn het huis uit. Hoewel: we hebben een zoon met een verstandelijke beperking. Die woonde zelfstandig, maar dat ging niet zo. Nu woont hij weer thuis. Dat gaat heel goed, maar we hebben wel de verkoopplannen voor ons huis moeten uitstellen. Onze zoon werkte sinds het begin bij De Wereldzaak. Nu werkt hij bij de Rabobank. Hij is apetrots op z'n nieuwe baan, hij heeft het er verschrikkelijk naar z'n zin. Die banen bij De Wereldzaak, die zijn bedoeld om die mensen te laten doorstromen naar een normale baan. Mijn zoon is het bewijs dat dat werkt". 

-Dat je zo'n kind hebt, is dat een extra belasting?
"Nee. Het verrijkt je. En nee, ik heb niet het gevoel, maar dat is heel persoonlijk, dat ik één van de drie kinderen heb voorgetrokken of verwaarloosd. Een belasting is het nooit geweest. Het was wèl 's frustrerend. En dan heb ik het over het gebrek aan begrip van de omgeving. Zo van: Hij moet nou maar 's normaal doen". 

Van Bokhoven mag graag muziek maken. Een typisch geval van erfelijke belasting. "Mijn moeder speelde viool, mijn vader speelde piano, mijn broers en zus ook". Maar hijzelf nièt. "Mijn vader wilde me piano laten studeren, maar dat vond ik te moeilijk. Ik was wel een beetje lui van aard, toen. Maar ik heb er wel spijt van dat ik toen geen pianolessen ben gaan volgen. Dat ik niet heel degelijk muzikaal onderricht heb gehad. Ik ben wel heel muzikaal, maat een gebrek aan techniek is me altijd tot last geweest". Toch zegt hij ook: "In feite heb ik nergens spijt van. De dingen gaan zoals ze gaan". 

Hij was veertien toen hij met banjo en gitaar spelen begon. "Ik heb serieus gitaarles gehad van Bob Kerkhof, in de zestiger jaren dè leraar. Iedereen wilde in die tijd gitaar spelen". Van Bokhoven speelde, als banjoïst, gitarist en toetsenist, en hij zong bij verschillende bands. Zoals bij The Satchmo's en bij The Why. Maar ook in een (gelegenheids)band op een camping, waar hij jaren vakantie vierde en dan samenspeelde met onder anderen de welbekende Harry de Winter. "Een jaar geleden ben ik uit The Why gestapt, een rock-and-roll- en sixties-band. Ik kon de druk van het optreden niet meer aan. Spullen inpakken, reizen, spullen opzetten, spelen, spullen opruimen, naar huis rijden, 's nachts laat thuiskomen, ik trok het niet meer. Ik heb nu, in Den Haag, met een paar oude maten die dezelfde ideeën hebben, een nieuw bandje gevormd. Er ontbreekt alleen nog een drummer die regelmatig komt. Dat is het moeilijkst, om een goeie drummer bij je band te vinden. Het genre wat we spelen is wat minder heftig, meer de stijl van The Eagles en zo. Ja, ik heb nog wel de ambitie hier iets van te maken, zonder dat we al te veel optreden, dat wèl".

Cees van Bokhoven is, met Gertjan Oldeman, zijn broer Dick en Ruut van Hooft, de zeg maar uitvinder van de Mooi Weer Spelen. "De Mooi Weer Spelen zijn ooit ontsproten uit een feest ter gelegenheid van het 400-jarig bestaan van de Boterbrug. Al hadden we het eerste jaar een ongelooflijk laag budget, het was wel gelijk een succes. We hadden toen, bijvoorbeeld, wèl de Dogtroep. Het was een kleinschalig, maar druk bezocht festival. Dat in de loop der jaren is uitgegroeid tot één van de belangrijkste festivals in Delft. Ik ben er een jaar of zestien bij betrokken geweest, in allerlei functies en activiteiten. En altijd met veel plezier". 

-Wat vind je van de ontwikkelingen die de Mooi Weer Spelen hebben doorgemaakt?
"De Mooi Weer Spelen, dat moet een feest zijn. Gratis toegankelijk voor iedereen, van hoog tot laag. En in de binnenstad. Om ook naar, bijvoorbeeld, Lijm & Cultuur uit te wijken, dat is een belachelijke keuze. Ik heb niks tegen die mensen, begrijp me goed. En ik snap best dat ze aandacht willen voor hun toko. Maar het is net zo dwaas als met de Kermis daarheen verhuizen. Dan is het snel afgelopen met de Kermis. Kermis is volksvermaak. Dat hoort in de binnenstad. Ik zei dat de Mooi Weer Spelen gratis toegankelijk moeten zijn, maar ik kan ook begrijpen dat voor sommige voorstellingen betaald moet worden. Maar alleen als je daarmee kwaliteit in huis kunt halen die anders niet haalbaar is. Het mag niet zo zijn dat alleen mensen met geld van dit soort evenementen kan genieten". 

Nee, laaiend enthousiast is hij niet direct over de edities van de Mooi Weer Spelen van de laatste jaren. Sterker: "Ik heb wel plaatsvervangende schaamte gevoeld. Ik vond het eigenlijk een schande voor de stad. Ja, en ook dat steeds een nieuwe lichting zo nodig het wiel opnieuw meent te moeten uitvinden en dat de oude lichting niet of nauwelijks wordt geconsulteerd. Maar ik wil ze geen trap nageven. Ik ga ervan uit dat iedereen z'n best doet. Met de beste bedoelingen. En het is ook niet zo dat het allemaal maar moet zoals het vroeger ging. Maar als je festivals in andere steden ziet en je ziet dat het daar drie dagen bruist, dat ontbreekt hier. Er is hier absoluut geen festivalsfeer. Je ziet wat suffe actjes, al dan niet goed, die hun ding doen. Daarmee houdt het wel op. Erg jammer". (PB)