Je geld en je leven 1

Hyper de Piep

Praatje van 24 juli 2019

Je Geld en je Leven 1
Hyper de Piep




“The older I get, the more I am afflicted by fits of nostalgia. Even when they recall the best days of my youth, they nonetheless weigh heavy, because it is impossible to go back. I think the best way to deal with these memories is to convey them to paper”, aldus Alexander I. Akhiezer ter inleiding van zijn herinneringen aan zijn fameuze leraar en later collega Lev Davidowitch Landau, de legendarische theoretische natuurkundige ten tijde van de Sovjet Unie (Physics Today, juni 1994). Nostalgie, het is een vorm van heimwee, niet in de ruimte maar in de tijd. Je kunt je er niet tegen verzetten.


Ik zat al een tijdje te broeden op het verschijnsel Tijd. Vraag me niet waarom. Misschien heeft het wel met de leeftijd te maken. Je moet echter van goeden huize komen om daar nog iets verstandigs over te kunnen zeggen. Dat gaat niet vanzelf. Veel broeden dus. Maar broeden in een hittegolf kan zo maar broedermoord opleveren. Hum.


Ik zal jullie nu nog niet vervelen met de aanleiding, maar op een bepaald moment begon zich een nieuw, zeker voor mij nogal dissident, thema op te dringen: Geld. Intellectueel en emotioneel van een geheel andere orde, bijna van een andere planeet. Ik prijs (excusez le mot) me nogal gelukkig dat het niet in mijn aard ligt om me overdreven druk te maken over geldkwesties. Niet omdat ik hem breed kon en kan laten hangen, overdreven welgesteld ben ik niet, maar ik ben ook niet veeleisend. Drang naar rijkdom ken ik niet. Ik heb het goed. Wij hebben het goed. Je zou me tevreden kunnen noemen. Genoeg is genoeg en als het volgend jaar iets meer genoeg is dan zal ik me daar vol dankbaarheid bij neerleggen.


Ik erken zonder moeite dat ook mijn welvaart en mijn welzijn mede is bepaald door geld en door de slimme omgang daarmee. Geld is een sublieme uitvinding. En het waren Hollanders die er als eersten een nieuwe wereld mee schiepen: de wereld van het kapitalisme. Met geld kon je geld verdienen. Strijdig met het middeleeuwse christendom en met de Islam, maar de Reformatie kwam ook op dit punt met een nieuwe uitleg van de Heilige Schrift. Het succes van het kapitalisme wordt langzamerhand wereldwijd erkend. Ideaal is het niet, maar iets beters hebben we ook nog niet kunnen verzinnen. En toch broeit er wat. Inderdaad de aarde waar we nog meer afhankelijk van zijn dan van het kapitaal. Komt er een andere Tijd? Komt er ander Geld? Ik vind dat iedereen het recht heeft om over Tijd en Geld mee te denken en te praten. Bij deze.

Welbeschouwd geldt in mijn geval voor Geld hetzelfde als voor Tijd: langzaam maar zeker droogt de voorraad op. Ik heb nu nog tijd om over geld te schrijven. En als mijn tijd om is, heb ik aan mijn geld ook niets meer. Maar ik hoop wel dat er dan nog wat over is. Tijd dan. Voor mijn kinderen en kleinkinderen en al die kinderen die daarna nog komen.


De Nieuwe Economie.

Soms waren er periodes in mijn leven dat de tijdgeest bijna bol stond van het meer. Het volautomatisch meer, ieder jaar weer, versnellen zonder pookje. Zo werd rond het jaar 2000 opeens de Nieuwe Economie met trompetgeschal binnengehaald. Het aardgas kon opraken maar de digitalisering zou volautomatisch nieuwe welvaart gaan oppompen. Voor altijd. Zo automatisch dat zelfs mensen het niet meer konden verpesten. Een rij nullen en enen kun je immers zonder veel moeite langer maken. Fake natuurlijk, ik hoor er in ieder geval weinig meer over, maar dat vertelden de goeroes er niet bij. Hoewel, het kan natuurlijk ook dat ze er zelf in geloofden, of in zijn gaan geloven, je weet het met goeroes maar nooit. En ik moet toegeven dat de impact van micro-elektronica en internet een schokgolf heeft opgeleverd met een uitslag 20 op de schaal van Richter. Niet alles is fake wil ik maar zeggen. Maar wat ik intussen ook heb geleerd is dat je met een goed gebrachte hype snel heel rijk kunt worden. En geloof me, het zal alleen maar hyper worden. Psychoneurowetenschappers laten zich door een botte schedel niet meer afschrikken. Ze willen op hun beeldschermen kunnen zien wat er onder die harde kop, in de krochten van ons brein, omgaat. En daar smullen hun opdrachtgevers van, de jongens van de beïnvloeding, de Marketeers: Een voor Allen, Allen voor Een. De psychoneurowetenschappers zijn intussen aardig op weg. Wie houdt ze tegen? Wanneer komt er eens een goed gesprek? Transparantie, willen we toch? Overal naar binnen kijken. Geweldig toch?. Wie maakt zich nou nog druk over zijn privacy? Trouwens, waar ben ik hier zelf nu mee bezig? Ik geef me ook bloot, lijkt het. Lijkt het. Ja. Want in werkelijkheid probeer ik de psychoneurowetenschappers met mijn warrige stukjes aan het twijfelen te krijgen, wanhopig te maken, opdat ze hun megalomane en levensgevaarlijke pogingen staken. Dat ze op hun congressen moeten toegeven dat een mensenbrein zo maar de vreemdste paden kan volgen en daarom verregaand onvoorspelbaar is. Dat zich in Nootdorp een freischwebende Entität manifesteert die zich onttrekt aan alle psychosociale wetmatigheden. Zoiets. Maar dat kan ik natuurlijk niet aan de grote klok hangen en daarom doe ik dat wel. Want het gaat om de verwarring. De lezer zal moeten toegeven dat ik mijn best doe, maar erg veel vertrouwen heb ik er ook niet in. De vijand is niet alleen machtig maar ook vol listen. Denkt hij. Maar onze morele hackers kunnen straks ook hun schedels lichten. Dat zullen ze niet leuk vinden maar ze hebben er om gevraagd. Zonder checks and balance komen we er niet.



In het zweet uws aanschijns zult gij uw vermaak consumeren.


Hoe het ook zij, in zo’n groeizame tijdgeest waarover ik het eerder had, kon het wel eens gebeuren, ik moet het toegeven, dat ook ik bevangen werd door een zekere hebzucht. Je was volgens familie en intieme vrienden immers een dief van je eigen portemonnee als je niet instapte. Als de tuf-tuf zonder jou vertrok. Je werd de risee van de buurt en van je elftal als je op je spaarcentjes bleef zitten. En te veel getwijfel zette jouw kinderen al gelijk op een achterstand. Maar als ik wel eens wegdroomde bij de propositie van een financiële rattenvanger om slapend rijk te worden, bijvoorbeeld door de overwaarde van ons huis in een hoogrenderend vakantiepark in de Dominicaanse Republiek te steken, was er gelukkig altijd nog mijn lieve en o zo verstandige echtgenote. Zij volgde haar vrouwelijke intuïtie en hield vast aan de lessen die zij in haar jeugd had geleerd: slapend rijk worden kan niet, is op zijn minst verdacht zo niet oneerlijk en zeker strijdig met de bijbelse boodschap dat wij erfzondaren veroordeeld zijn. "In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert" aldus Genesis 3 vers 19. Als straf voor het overtreden van Gods gebod moeten Adam en Eva voortaan werken voor de kost. Zo had ik het overigens ook geleerd, maar het was op zo’n moment van verleiding bij mij dan even wat weggezakt. Ooit zouden we rijk worden, maar eerst nog even leven, dat was de boodschap uit onze jeugd, zo was het ons voorgehouden en het had alleszins redelijk geklonken. De Reformatie gaf een nieuwe draai aan oude teksten. In Die protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus (1904-1905) legt Max Weber een verband tussen het Calvinisme en de opkomst van kapitalistische instituties. Rijk worden werd een eerbetoon aan de Schepper.


Ik weet het, de moeite met het ongeremde rijk worden komt voort uit een wat beperkte visie op het bestaan, het dempt het avontuurlijke, het remt de productie van risicodragende hormonen, het houdt ons verzekeringswezen in stand en Nietzsche zou er misselijk van worden. Maar ik zie het eerlijk gezegd toch niet helemaal als een zwakheid. Eerder als een plicht als je niet alleen jezelf in leven moet houden maar ook je gezin. Beschaving en volwassenheid staan of vallen nu eenmaal met beheersing en goede omgangsvormen. Ik ben er zeker niet voor de boel de boel laten. De wens om ons lot te verbeteren lijkt me gerechtvaardigd. Maar niet ten koste van alles en wel graag een beetje eerlijk verdeeld. Ik bepleit voorzichtigheid. Kleine stapjes en rekening houden met. Soms misschien ook een stapje terug. Dat vraagt van beslissers waarschijnlijk meer moed dan met de flow van de hebzucht meebewegen. En besluitvaardigheid. Hoogmoed, ook zo’n dingetje uit het scheppingsverhaal, daar heb ik het niet zo op. Utopieën, levensgevaarlijk. Doormodderen moeten we, het is niet anders. Zoeken en tasten. Geen integralen maar differentialen, zou de fysicus zeggen. Maar ik moet ook toegeven (mijn lieve echtgenote weet het nog niet): het kan wel, slapend rijk worden. Wij natuurlijk niet, maar wij zijn wel nodig om de grote geeuwer een verkwikkende nachtrust te bezorgen. Wij hebben dus nog wel een rolletje in het theater van de lach en de traan, wij zijn niet helemaal aan de goden overgeleverd.


Maar beste Espunt, zullen sommige lezers nu tegenwerpen: “Greed is Good”. Wij hebben het toch goed, en nu de rest van de wereld het kunstje ook doorkrijgt, gaat het daar toch ook steeds beter. Je zag tien jaar geleden toch nooit een Chinees op de Dam. Een paar straatjes verderop, daar wel, maar toch niet op de Dam! We willen het allemaal steeds beter hebben en dat lukt omdat er steeds weer lieden zijn die hun nek durven uit te steken. Jij misschien niet, beste Espunt, maar anderen gelukkig wel. Ik geef graag toe dat het lastig is daar wat tegenin te brengen. Dat we op deze manier misschien de wereld voor onze kinderen aan het verkloten zijn, klinkt gelijk zo dramatisch, zeg maar pessimistisch, en daar hebben ze in ieder geval in Azië en Afrika voorlopig geen boodschap aan. We zullen zien hoe het verder gaat. Hoe het verder moet is een heel andere kwestie. De schuldenberg groeit bijna net zo hard als de afvalberg. Dat kan niet nog eens 10.000 jaar zo doorgaan.


De schuldenberg in de wereld groeit gevaarlijk. Duurzaamheid lijkt ver te zoeken. Blijkbaar kunnen we niet anders. De groei, welke groei? mag niet stoppen. Langs de verticale as staan de bedragen in triljoenen. Gelukkig zijn het Amerikaanse triljoenen, dat scheelt een factor duizend. Voor ons zijn het maar biljoenen. Toch nog een beetje opgelucht, lijkt me. (Op 3 april 2019 meldde de NRC een bedrag van 247 biljoen dollar.)




Optimisme

Het Dubbeldikke Zomernummervan De Groene Amsterdammer is dit keer (2019) helemaal gewijd aan het optimisme in de wereld. Op een kleine enclave na die stug volhoudt: Europa. Daar overheerst nog de edele somberheid. Het is natuurlijk allemaal terug te voeren tot de wet van de afnemende meeropbrengst in combinatie met het gevoel dat waar een groot deel van de mensheid vooruitgang ervaart en voorlopig alleen maar kan winnen, het in ons vergrijzende werelddeeltje precies andersom is. Wij zitten op een plateau van welvaart en welzijn. Misschien wel eroverheen, op het hellende vlak richting homeopathische verdunning. Want we zijn hels hedonistisch, ongeneerd narcistisch, extreem mobielgericht, flink obees, feestelijk afgefakkeld en stevig aan de middelen, en misschien zelfs wel een beetje decadent. Wij accepteren geen tegenslag meer, alles moet leuk zijn, voor wie zou je nog de eigen ontplooiing willen opofferen? Willen wij nog verbetering ervaren, meer geluk voelen, dan moeten er veel zaken met een factor tien omhoog of beter. Want de natuur werkt nu eenmaal met logaritmische gevoeligheden. Dat gaat hem dus niet worden. In het hoofd, daar zal het moeten gebeuren. Even dacht ik aan de psychoneurowetenschappers. Heel even maar. Wij zijn terecht bang dat een spectaculaire geluksgroei er voor ons en onze kinderen niet meer inzit. Hoeveel festivals kan een mens aan in een week? De angst dat het alleen maar minder wordt, lijkt me gerechtvaardigd. Waarde Espunt, zie je nu wat ervan komt als je maar op de rem blijft staan. Tja… Is het grootste geluk misschien toch niet een toestand van rust en tevredenheid? Al dat gejakker. Een weekend Zwarte Cross is geweldig. Het hele jaar een Zwarte Kruis? Dat is een verbond met de duvel.


Niet alleen verliezers

Gelukkig zijn er nooit alleen maar verliezers. Zo zijn het mooie tijden voor de boeven. Die weten wel raad met ons gebrek aan weerbaarheid. Die hebben niks te vrezen als ze met een heerlijke smoes bij onze ouwetjes (lees Europa) aanbellen. Als ze in Europa hun kunstjes doen. Maar daar hebben we dan het volgende op gevonden: we legaliseren alles wat ons boven de pet groeit (gedogen geeft minder gedoe dan handhaven) en we gaan het cash geld afschaffen. Twee briljante zetten op het morele schaakbord. Daar zullen ze lelijk van opkijken, die booswichten. In één keer hun verdienmodellen naar de gallemiezen. Zou het? Afschaffen dat klatergeld? Ja, in Zweden zijn ze al bezig. In Azië doen ze alles met hun mobieltje. Ik mag nu wel verklappen dat dit de aanleiding was om even de tijd de tijd te laten en het geld, het cashgeld, naar voren te halen. Over dat cashgeld wil ik het in de volgende aflevering hebben. We gaan nu verder met de opmerkelijke geschiedenis van het REM-eiland. Want wie zijn geschiedenis niet kent ….Een serie artikelen van Rudie van Meurs in Vrij Nederland over Zwolsman, Teixera de Mattos en andere financiële goochelaars medio jaren zeventig was voor mij de eerste kennismaking met de wereld van beleggen en aandelen. Smullen en slikken tegelijk. Het duurde daarna nog jaren voor ik het een beetje begon door te krijgen.


Het kerkhof van de kleine belegger 1


1964. Het REM-eiland voor de kust van Noordwijk. Even had de kleine man hoop dat hij deel uitmaakte van een echte goldrush. Op 15 augustus 1964 begon TV Noordzee met zijn commerciële uitzendingen. Op 15 december van dat jaar was het feest van de 100.000 kleine beleggers voorbij.



.

We hebben het hierboven al even gehad over de Geen Gezeik Allemaal Rijk mentaliteit, die in de praktijk betekent dat een kleine groep vermogenden binnenloopt en de massa, die op zich ook niet mag klagen, zich afvraagt hoe dat nou kan. Een voorbeeldje van hoe dat nou kan beschrijft Ruud Verdonck op een uiterst geestige manier in het dagblad Trouw van 30 mei 1994. Ruud Verdonck was op dat moment secretaris /penningmeester van Het Nederlands Genootschap ter Bevordering en Verbreiding van Nutteloze Kennis. Het artikel draagt de omineuze titel: Het kerkhof van de kleine belegger.

Dit kerkhof werd aangelegd in het jaar dat ik ging studeren. Het was 1963 en van beleggen had ik nog nooit gehoord. Ook thuis en in de familiekring was dit fenomeen volstrekt onbekend, zoals er in die tijd meer fenomenen waren die zich aan het zicht van de massa onttrokken. De kleine man werd klein gehouden en zolang hij er per jaar een paar procent bijkreeg, roerde hij zich niet op. Dat bijkrijgen begon in de jaren zestig aardig op gang te komen, niet in de laatste plaats door de inkomsten uit het Groningse aardgas. De verzorgingsmaatschappij moest voor sociale rust zorgen en dat lukte aardig. Een klein onderdeeltje van dit ambitieuze, sociale plan was het openen van de massieve universitaire deuren voor de lagere sociale echelons. Met een renteloos voorschot van 2000 gulden per jaar kon ook ik als lagere middenklasser naar binnen. Ik moest het doen met 200 gulden per maand. Met hulp van mijn moeder lukte dat redelijk. Op zondagavond frommelde zij nog gauw een potje zure uitjes en een zelfgebakken kokoskoek in mijn weekendtas, tussen de spulletjes die ze in het weekend nog snel even voor me had gewassen. Op het moment dat ik op zondagavond in Utrecht de sleutel in een voordeur stak, sprongen mijn vriendjes uit de bosjes tevoorschijn en voor ik binnen was, waren de zure uitjes en de kokoskoek al buitgemaakt. Geen kwaad woord over mijn vriendjes, vriendschap is nu eenmaal niet gratis. Het was gewoon een mooie tijd. En geen kwaad woord over mijn lieve moedertje. Ze heeft het nooit geweten.


Het kerkhof van de kleine belegger 2

Dit ter inleiding van het REM-eiland. Het waren de Sixties. De wereld veranderde snel en dat gold ook voor de wereld van de televisie. Commerciële tv, waarmee je geld verdiende in plaats van het volk te verheffen, bleek in de VS al heel lang een groot succes. Wij hadden toen nog maar één tv-zender en op die ene zender werd, op de eerste dag van mijn groentijd (van de RK Studentenvereniging Veritas te Utrecht), op zondagmiddag 11 augustus 1963, verslag gedaan van de wereldkampioenschappen wielrennen in Ronse (de Vlaamse Ardennen). Underdog Benoni Beheyt klopte in de sprint zijn beroemde landgenoot en beoogd kampioen Rik Van Looy. De afloop van een Shakespeareaans wielerdrama vol list en verraad waar een halve eeuw later nog altijd een waas van mysterie rond hangt. In feite had de Nederlander Jo de Haan de prijs verdiend, want een trek- en duwincident tussen Beheyt en Van Looy zou in normale omstandigheden diskwalificatie betekend hebben. De Franse juryvoorzitter besliste daar anders over. "On ne va pas faire quand même ce hollandais champion du monde?" ("We gaan die Hollander toch geen wereldkampioen maken?") waren diens historische woorden.

Op die warme zondagmiddag zaten wij met zo’n 400 groenen op elkaar geperst in de sociëteit van Veritas. Het drama was dus compleet. De Installatie Commissie wilde graag op de hoogte blijven van het wedstrijdverloop. Dat werd de onvergetelijke taak van een jaargenoot die aanvankelijk blij was dat hij om het half uur even naar boven mocht, waar de bescheiden zwart-wit-tv stond, om de status quo te peilen. Naarmate de middag vorderde werd hem duidelijk dat er ook een schaduwkant aan zijn beperkte vrijheid zat. Hij kreeg namelijk van de ouderejaars die zaten te kijken, opgedragen wat hij beneden moest vertellen. De verslaglegging werd steeds curieuzer, de rol van de uientelende bollenkweker Jo de Roo uit Ierzike, in die tijd een toprenner, werd alsmaar wonderbaarlijker en de Commissie werd voortdurend bozer als er met knikkende knieën weer een rondje fake-nieuws langskwam. Hilarisch en voor mij een onvergetelijke eerste middag van de Introductietijd. Ik kreeg er zin in!


Het kerkhof van de kleine belegger 3. Nu echt!


1896. De Klondike Gold Rush. Dit fenomeen drong door tot veel dromende breinen. It was a mass exodus of prospecting migrants from their hometowns to Canadian Yukon Territory and Alaska after gold was discovered there in 1896. The idea of striking it rich led over 100,000 people from all walks of life to abandon their homes and embark on an extended, life-threatening journey across treacherous, icy valleys and harrowing rocky terrain. Er deden ongeveer net zoveel kleine krabbelaars mee als met het REM-eilandproject.




Jullie begrijpen intussen dat de kleine zijsprongetjes die ik zo hier en daar maak, bedoeld zijn om de psychoneurologische breinverkenners een beetje te jennen. Maar nu dan toch echt het kerkhof van de kleine belegger. Het volgende (in blauw) is voor een groot deel ontleend aan het eerder genoemde artikel in Trouw van 30 mei 1994 van de hand van Ruud Verdonck (Trouw-journalist).


Het bouwrijp maken van het kerkhof begon kort nadat ik als lid van Veritas was toegelaten. Op 10 oktober 1963 schreef de Haagse reclame-acquisiteur Willem J. Hordijk (eerder ook betrokken bij de oprichting van Radio Veronica) de NV Reclame Exploitatie Maatschappij (REM) in bij de Haagse Kamer van Koophandel. Hij wilde vanaf zee tv-uitzendingen met reclame, toen nog verboden, op de Nederlandse televisie en radio gaan verzorgen. Er was al zoveel weerstand geweest tegen tv zonder reclame, en dan nu met reclame, het deed Den Haag en Hilversum rillen. Maar ook de geprinte media hadden hun bedenkingen.


Groot denken, veel geld, was echter niet Hordijks sterkste kant. Een illuster gezelschap trok het REM-idee naar zich toe. Scheepsbouwer Cornelis Verolme, die zei dat hij alleen interesse had in de maritieme orders, aannemer ir. P. S. Heerema, tijdens de oorlog een zeer fout Nederlander, bankier drs. J. M. Fehmers van Teixeira de Mattos (Onno Ruding heeft altijd oom Jan tegen hem moeten zeggen), die slechts optrad ten bate van derden die onbekend wensten te blijven, de advocaat mr. H. J. Minderop, de latere voorzitter van de TROS, die alleen maar de hoognodige juridische bijstand kwam verlenen, en D. W Dettmeyer, voormalig Haagse wethouder en secretaris van de VVD, die politieke adviezen aanreikte. Ook projectontwikkelaar Reinder Zwolsman was betrokken.


In de vroege ochtend van 17 augustus 1964, twee dagen na de eerste uitzending, verzamelde zich voor het kantoor van de Gebroeders Teixeira de Mattos, bankiers aan de Herengracht, een grote groep mensen die interesse hadden in een aandeel in de Volks Aandelen Trust, de VAT, een ideetje van Verolme om aan steun te komen. Uiteindelijk werden er 350 000 aandelen van twintig gulden verkocht aan zo'n 100 000 kleine beleggers. Nog eens 250.000 aandelen kwamen in het bezit van enkele grote beleggers. Een ware goldrush. De waarde van de aandelen vlogen omhoog. Het resultaat was niet alleen een mooi bedrag om te investeren maar betekende ook een achterban die zich betrokken voelde bij het eerste commerciële piratenstation dat tv-programma's naar Nederland ging brengen. Verolme had ook bedacht dat de uitzendingen van een “booreiland” voor de kust moesten plaatsvinden. Beter dan vanaf een schip zoals bij Veronica. Dat idee bleek niet zo gelukkig… Het booreiland werd in Schotland gebouwd en kwam 6 mijl uit de kust voor Noordwijk te liggen. Op 15 augustus 1964 begonnen de reguliere uitzendingen van TV Noordzee, op 17 december was het feest voorbij. De paniek in Den Haag had een noodwetje opgeleverd dat ook buiten de territoriale wateren politioneel optreden mogelijk maakte. Het REM-eiland stond met zijn poten op ons continentale platje, vandaar. Schepen vielen, om begrijpelijke redenen niet onder de wet. Uit de REM kwam later de legale Nederlandse zendgemachtigde TROS voort. Medio 2006 raakte Noordwijk zijn toeristische attractie kwijt. Het booreiland werd ontmanteld. Het bovendeel kwam via Vlissingen (een postume groet aan schepper Verolme, eigenaar van de RSV in Vlissingen?) en Delfzijl uiteindelijk bij de Hapandadam in Amsterdam terecht. Het is nu een restaurant annex uitkijktoren. Mijn dochter kan het object vanuit haar werkplek aan de Houthaven zien liggen en weet te melden dat het eten flink aan de prijs is.


De vraag die ons hier natuurlijk het meest moet bezighouden is: hoe ging het met al die kleine aandeelhouders die ook wel eens slapend rijk wilden worden? Want begin jaren zestig was uit de VS het idee overgewaaid, dat commerciële televisie een goudmijn was. Wie daar zelfs maar voor twee tientjes een aandeeltje in had, bezat drie hoog achter in Amsterdam een stukje van de goudmijn. Dat werd bevestigd door de eerste proefuitzending van 16 augustus, toen volop reclames te zien waren. Maar jullie raden het al, het liep niet goed af voor de kleine beleggers (zoals meestal). Op de aandeelhoudersvergadering van '66 was er niets meer over van het grote enthousiasme. 'Had ik maar een drijvend eiland gebouwd', zei Verolme, 'dan zonden we nu nog steeds uit.' Ondertussen was het bankiershuis Teixeira de Mattos in ernstige problemen geraakt en toe aan liquidatie. Daar lagen de VAT-gelden, de kleine beleggers konden fluiten naar hun rijkdom. Ze smaakten nog wel het genoegen door de deconfiture van de bank er achter te komen, dat de grootaandeelhouders Verolme en Heerema hun vijf miljoen gulden nooit hadden gestort, hoewel bij de uitgifte was gezegd, dat hun gelden al binnen waren. Maar dat werd, na jaren rechtgezet bij de afwikkeling van de zaak Teixeira de Mattos, waarbij de man die was opgekomen voor de onbekende beleggers, ineens als drs. J. M. F. werd aangeduid, alvorens hij in het gevang verdween.

De afwikkeling van de Volks Aandelen Trust kende vervolgens nog mooie momenten. Eind '66 scholden Verolme en Heerema elkaar voor rotte vis uit op de aandeelhoudersvergadering. 'Dat u wellicht uit goklust heeft meegedaan, daarvoor ben ik niet verantwoordelijk, ik blijf doorvechten voor jullie centen', riep Verolme naar Heerema en de aandeelhouders. Vanuit de vergadering werd hij 'een groot Nederlander' genoemd, maar ook 'een lafaard'. De kleine beleggers konden niet zeggen dat ze geen waar voor hun geld kregen.



Een stukje REM-eiland in Amsterdam. Nu levert het geld op met een duur restaurant waar de kleine belegger weinig te zoeken heeft en in ieder geval niet veel beter van wordt.




Met koppen als 'VAT had goed jaar' en 'VAT komt uit de put', werd het leven van de Volks Aandelen Trust gerekt tot 17 oktober 1979. Toen stelde de beleggingsmaatschappij Sumabel NV voor om acht VAT-aandelen van twintig gulden nominaal om te wisselen voor drie aandelen Sumabel van vijftig gulden nominaal. Dat moest dan maar. Zo verdween het VAT-aandeel uit de lijst met incourante fondsen. De kleine belegger had geen acht aandelen, hem restte slechts het bezit van een stukje papier, dat vanwege het kostelijke verhaal, in het geldkistje bewaard werd.


Voor een mooie documentaire zie hier.


De wereld van het snelle geld, het slapend rijk worden en de verleidingen van de goldrush, is extreem instabiel en door zijn omvang zeer gevaarlijk. Natuurlijk kunnen we allemaal rijk worden als we toestaan dat de voortdurend groeiende schuldenberg gewoon wordt doorgeschoven. Een financiële landslide.



Als het bezit van de huishoudens te ver uitstijgt boven de economische groei is sprake van een bubbel met alle gevaren vandien.


Wealth that gallops past economic growth is a “telltale sign that the boom is artificial and unsustainable, he said. The last two times the share of household-wealth growth exceeded gross domestic product, or GDP, was during the late 1990s dot-com bubble and the mid-2000 housing bubble, he notes. “Both of which ended in tears."


Dit plaatje en het citaat komen uit een artikel van Jesse Colombo in Forbes. Klik hier.



Espunt, 23 juli 2019