Gouwe Handjes

Kort verhaal, 25 april 2017

Gouwe Handjes




‘U bent al vroeg bezig, oom. Ik had eerst nog even willen stofzuigen.’


‘Laat maar een keertje, Winnie. Een weekje overslaan, dat overleef ik wel.’


‘Ja, dat is wel zo, maar u bent ook de jongste niet meer en ik heb beloofd goed voor u en voor tante te zorgen. Zoveel boeken, zoveel papier, dat geeft nu eenmaal stof en stof kan op je longen slaan.’


Met de stofzuiger in de hand laat de jonge vrouw haar blik door de imposante studeerkamer dwalen. Ze pakt een boek uit de boekenkast en blaast over de bovenzijde. In een bundel vroege zonnestralen licht een fikse stofwolk op. ‘Kijk oom, dat bedoel ik nou. Dat dwarrelt rond en dat ademt u straks allemaal in.’


‘Ach, op mijn leeftijd til ik daar niet zo zwaar meer aan, Winnie. Ik heb ook dit jaar mijn winterbronchitis weer glansrijk overwonnen. Trouwens, waar hebben we het eigenlijk over. Wat dacht je hiervan?’ Triomfantelijk houdt de oude man zijn pijp omhoog.


‘Ja, het kan altijd nog erger,’ zegt de jonge vrouw. ‘Dat is nou echt een milieuvervuiler. Wat een rommel produceert zo’n pijp. Maar dat niet alleen. Weet u nog, vorige week?’


‘Nee, vertel eens?’


‘Ik trof u in de hal op weg naar het toilet.’


‘Moet ook gebeuren, dacht je niet?’


‘Natuurlijk. Maar er kwamen fijne sliertjes rook uit de zak van uw colbert. En dat is natuurlijk niet natuurlijk.’


‘O jee, wat was er aan de hand?’


‘U had uw brandende pijp in uw zak gestopt.’


De oude man schiet in de lach.


‘Jíj dacht natuurlijk, mijn oude oom is flink dement aan het worden.’


‘Nou ja, om eerlijk te zijn schrok ik wel een beetje.’


‘Niet doen, Winnie. Dat was geen dementie maar verstrooidheid. En geloof me nou maar, dat is echt wat anders. Weet je dat Einstein vaak met twee verschillende sokken werd gesignaleerd? Nou, die was om den donder niet dement. Die zat te broeden. Op een van de allergrootste intellectuele prestaties van de mensheid. De relativiteitstheorie. Dan zijn sokken even wat minder belangrijk, snap je.’


‘Ja oom, dat begrijp ik. Ik weet dat u ook zit te broeden. Al heel lang.’


‘Zo is het, Winnie. En dat houdt me op de been. Mijn pijp, de historie van de VOC en de piano van mijn lieve Eugenie, zie daar de pijlers van mijn bestaan. O ja, en jouw aanwezigheid. Je moest eens weten hoe blij ik ben met jouw hulp, jouw vrolijkheid, jouw zorgzaamheid.’


De oude man knikt even om zijn woorden kracht bij te zetten. Hij beziet zijn nichtje. Wat is ze opgeknapt na al die drugsellende. Het is gewoon weer een mooie meid. Als je goed kijkt, zie je natuurlijk nog wel wat sporen van haar treurige verleden. Maar dan moet je wel goed kijken en dan moet je ook nog weten wat zich heeft afgespeeld. Nu dat vriendje nog lozen en dan kan ze eindelijk echt aan haar eigen leven beginnen.


Voorlopig is hij maar wat blij dat ze het mogelijk maakt dat hij samen met Eugenie dit prachtige huis kan blijven bewonen. Samen met Eugenie. Nou ja, samen? Ach, wat heet samen.


‘Ik doe het heel graag, oom, voor u en tante Eugenie. Dat moet u echt geloven.’


‘Geen spoor van twijfel, Winnie. Geen spoor. Ik zou me zonder jou geen raad weten. Trouwens, laten we Rob niet vergeten. Zijn gouwe handjes hebben ons al vaak uit de brand geholpen. Heeft hij intussen weer een baan?’


‘Het is best lastig, oom. Hij is inderdaad heel handig. Maar hij heeft geen enkel diploma. En zonder diploma begin je tegenwoordig niks. Gelukkig heeft hij regelmatig een klusje. En samen met wat ik hier verdien redden we het net.’


‘Goed zo. En jij ook een beetje aan je gezondheid denken, hoor Winnie. Soms zie je er…, hoe zal ik het zeggen…, een beetje vermoeid uit… Beloof je dat?’


‘Ja oom, dat beloof ik. Ik ga maar even kijken of ik bij tante Eugenie nog wat kan doen.’


‘Wacht even.’


De oude man pakt een roze blad papier en krabbelt er met zijn vulpen een boodschap op.


‘Wil je dit aan haar geven, Winnie? Doe haar de lieve groeten en zeg haar dat ik gisterenavond weer erg heb genoten van haar pianospel. Chopin, als ik het me goed herinner. Prachtig.’


‘Zal ik doen, oom.’


In gedachten verzonken blijft de oude man achter. Hoe lang is het nu al weer geleden dat Eugenie op een ochtend met het bericht kwam dat ze weg wilde? Ze had er lang mee rond gelopen, de aarzeling had eindeloos geduurd, maar nu kon ze het niet langer meer voor zich houden.


Hun huwelijk was langzaam maar onafwendbaar geëindigd in een vreedzaam naast elkaar leven. Geen ruzie, geen haat, maar ook geen diepe band meer. O zeker, er was verwantschap, vriendschap, maar volgens Eugenie was de zielsverwantschap opgelost. Verdwenen. In de kern was het vuur gedoofd.


Eugenie heeft Indische wortels. Sterker nog, zij stamt uit een adellijk geslacht. Misschien had dat er iets mee te maken. Andere cultuur, andere beleving. Andere eisen aan het leven. Andere verwachtingen. Hij begreep wel wat ze bedoelde maar voor hem was dit het normale lot van een lang en harmonieus huwelijk. Zo ging het nu eenmaal en daar moest je dan maar het beste van proberen te maken.


Welnu, dat beste was voor Eugenie duidelijk iets anders dan voor hem. Hij moest toegeven dat zij het leven altijd meer had uitgedaagd dan hij. Hij had haar daar ook alle ruimte voor gegeven. Had nooit moeilijk gedaan als ze weer eens wat wilde, of wat wilde hebben. Hij had zelfs nooit geklaagd toen duidelijk werd dat hun huwelijk kinderloos zou blijven. Overigens voor Eugenie net zo’n grote teleurstelling als voor hem.


Als succesvolle reder van een aanzienlijke vloot vrachtschepen kon hij zich zijn ruimhartigheid permitteren. Hij had succes gehad. Misschien was daarom zijn voorraad ambities tenslotte wel uitgeput geraakt. Op het eind van zijn leven was er rust in zijn lijf en in zijn hoofd gekomen. Een aangename ervaring.


Vanuit zijn redersachtergrond was hij op het VOC-pad gekomen. Van interesse werd het na de verkoop van zijn bedrijf een hobby die hem steeds meer in beslag nam.


Eugenie was er altijd wat ambivalent in geweest. Het was ook haar geschiedenis, maar het was een geschiedenis waar ze liever niet aan herinnerd wilde worden.


In liefdevol overleg kwamen ze tot een elegante oplossing die recht deed aan de ontstane situatie. Het ruime huis bood daar de gelegenheid voor. Hij zou op de begane grond gaan wonen, zij zou de eerste verdieping betrekken en de ruime zolderverdieping werd bestemd voor gemeenschappelijk gebruik.


Dat gemeenschappelijke gebruik betekende sinds ongeveer een jaar dat daar Winnie en haar vriendje Rob bivakkeerden. Verder spraken ze af dat ze één keer per week, op zondag, samen zouden dineren. Eugenie liet weten dat het in haar cultuur volstrekt acceptabel was dat ook in de nieuwe situatie erotische contacten mogelijk bleven. Zij stond er in ieder geval voor open.


Tot voor enkele jaren hadden ze ook naar deze afspraken geleefd. Ze bedreven de liefde sporadisch maar vol overgave en tot volle tevredenheid. Meestal ging het initiatief van Eugenie uit. Subtiel. Met een ruime “aanlooptijd”. Maar ook hier eisten de jaren hun onverbiddelijke tol.


Kort na de komst van Winnie liet Eugenie via een uitgebreide brief weten dat ze vanaf nu alleen nog schriftelijk contact wilde onderhouden. Winnie zou als “postiljon d’amour” fungeren. Hij moest het zien als een “loslaten in liefde”.


Hij accepteerde het gelaten ook al omdat hij na een val zo slecht ter been raakte dat het beklimmen van de trap praktisch onmogelijk werd. Ze zou wel voor hem blijven spelen. Iedere avond zou ze haar deur open zetten. Als hij hetzelfde zou doen, zou er een band tussen hen blijven bestaan. Een band van muziek. Muziek die de hemel op aarde bracht.


Toen hij de hele situatie aan Winnie uitlegde, moest zijn nichtje glimlachen en had ze gezegd: ‘Wij proberen de hele dag via de toetsen van onze smartphone contact met de wereld te houden, u doet het via de toetsen van een piano. Eigenlijk veel intiemer. En waarschijnlijk veel effectiever.’ Een diepzinnige opmerking die zijn geloof en vertrouwen in zijn nichtje aanzienlijk had versterkt.


#


Winnie vervult haar boodschappersrol tot wederzijdse tevredenheid. En als Eugenie iets bijzonders wil aanschaffen, wat nogal eens voorkomt, zorgt Winnie dat de wensen ‘beneden’ bekend worden. Waarom zou hij moeilijk doen als ze kleding nodig heeft of iets moois voor zichzelf heeft gezien. Ze heeft smaak en kent de waarde van kunst en sieraden. Zo lang zij hem ’s avonds beloont met het wonder van haar slanke vingers, die al die wonderschone melodieën weten op te roepen, is het hem goed. Diezelfde slanke vingers die hem vroeger zo vaak hebben betoverd als ze hem vol liefde aanraakten op een wijze die alleen voor Oosterse prinsessen is weggelegd.


Hij is gestuit op de lotgevallen van het spiegelretourschip Arnhem dat in 1654 voor de Kamer van Amsterdam op de VOC-werf in Amsterdam werd gebouwd. Een groot schip met een laadvermogen van 1000 ton.


Op 11 februari 1662 gebeurt wat in die tijd zo veel gebeurde: in de Indische Oceaan slaat een verwoestende storm toe. Een vloot van zeven schepen, zwaar beladen met kostbare Oosterse waar, is op de terugweg naar Holland: Arnhem, Wapen van Holland, Prins Willem, Vogel Phoenix, Maarsseveen, Prinses Royal en Gekroonde Leeuw. De storm slaat de vloot uit elkaar. Wapen van Holland, de Gekroonde Leeuw en de Prins Willem vergaan diezelfde dag. Van deze schepen en hun bemanning is nooit meer iets vernomen. De volgende dag, 12 februari 1662, vergaat de Arnhem, met aan boord porselein en kostbare stenen, bij St. Brandon (Cargados Carajos ondiepten), een groep atollen en riffen op zo’n 450 kilometer ten noordoosten van het eiland Mauritius.


Twaalf man gaan er halsoverkop met een sloep vandoor. Er wordt niets meer van vernomen. Van de 108 mannen die zich met de boot in veiligheid proberen te brengen, sterven er negen. Dertien zijn zo zwak of gek dat ze levend overboord worden gezet omdat ze een gevaar vormen voor de rest. Die bereikt op 20 februari Mauritius. Dertien vertrekken op 28 februari met de boot naar Madagaskar; 20 man gaan op 31 mei aan boord van het Engelse schip Truroe op weg naar Kaap de Goede Hoop. De overigen blijven op Mauritius en worden later opgepikt.


Een van de vele tragedies in de historie van de VOC. Hoeveel moed, hoeveel wanhoop, hoeveel armoe was er nodig voor je je aanmonsterde op zo’n slingerende doodskist?


Het zijn deze verhalen waar hij op een vreemde manier opgewonden van wordt. Waar hij meer van wil weten. Die zijn fantasie prikkelen. Met alles wat hij intussen weet van de VOC en zijn schepen probeert hij zich een voorstelling te maken van de manier waarop deze ramp zich heeft voltrokken. Zo’n schip als de Arnhem had al gauw een bemanning van 300 man. Ruim 200 honderd hebben het tripje Batavia dus niet overleefd.


Het doven van zijn pijp brengt hem terug in het heden. Hij ziet op klok dat Winnie laat is met de koffie. En ook de rest van de dag laat ze zich niet zien. Ongebruikelijk. Als ze iets buitenshuis heeft, laat ze dat altijd netjes en tijdig weten. Het lijkt hem nog wat te vroeg voor al te grote ongerustheid. Er kan altijd iets onverwachts gebeuren. Winnie zal ongetwijfeld nog iets van zich laten horen. Er zijn kant-en-klaarmaaltijden in de koelkast, maar hij aarzelt om zelf de magnetron te bedienen. Dan maar een keer een boterham, daar wordt een mens ook niet slechter van.


Als de avond is gevallen neemt hij plaats in zijn luisterstoel. Dan begint het heerlijke wachten. Het is steeds weer een verrassing wanneer de eerste klanken afdalen. Ongelooflijk hoeveel stukken ze beheerst.


Maar het blijft stil en hij verbaast zich over het effect dat stilte op een mens kan hebben. Hij kan het nu niet langer negeren, er is iets aan de hand. Er is iets mis. Goed mis. Hij voelt nu voor het eerst ook angst. Beklemming. Zijn ademhaling gaat niet meer vanzelf. Zijn hart gaat meer dan vanzelf. Wat nu? Is het toeval dat Winnie zich vandaag niet heeft laten zien en het boven stil blijft? Moet hij de politie bellen? 112? Of moet hij proberen boven te komen om te zien wat er met Eugenie aan de hand is? Misschien is dit de laatste keer dat hij fysiek kan tonen hoeveel hij nog voor haar voelt. Even aarzelt hij maar dan staat hij op en staat zijn besluit vast.


Elke trede betekent een topprestatie. Steeds sneller vloeit het restje kracht uit zijn benen weg. Zijn armen gehoorzamen niet meer. Na elke trede kost het meer tijd om nieuwe energie te verzamelen. Zijn benen verstijven. Zijn knieën, zijn heupen, alle gewrichten doen nu pijn. Zijn hart lijkt het te begeven. Hij hapt naar adem. Waar is hij aan begonnen? Waarom niet gebeld? Maar er is geen weg meer terug. De telefoon is beneden.


Met een bijna bovenmenselijke inspanning hijst hij zich op aan het hekwerk rond de trapopening. Diep gebukt probeert hij op adem te komen. Dan schuifelt hij naar het woonvertrek van Eugenie.


‘Ik kom, liefste. Nog even volhouden,’ klinkt het nauwelijks hoorbaar. De deur staat op een kier. Voorzichtig duwt hij de deur verder open. Hij moet zich nu goed vasthouden om niet te bezwijken. Even meent hij voetstappen te horen op de zoldertrap.


Hij zoekt naar een teken van Eugenie en struikelt bijna over een kast die pal naast de deur staat. Een luidspreker. Het snoer loopt langs een verwarmingsbuis omhoog naar de zolderverdieping. Midden in de kamer de vleugel die hem zoveel geluk heeft gebracht. Hij is hier heel lang niet geweest, maar het heeft er alle schijn van dat er het nodige is verdwenen.


Zou Eugenie in het geheim vertrokken zijn? Maar gisteren heeft hij haar nog horen spelen. Voorzichtig loopt hij verder naar de slaapkamer, steunend op de aanwezige meubelstukken. Als hij de deur opent komt hem een afschuwelijke lucht tegemoet. In een reflex trekt hij de deur weer dicht. En dan, ineens, klinkt er muziek. Pianomuziek. Langzaam wordt het zwart voor zijn ogen. Hij draait zich om. In de deuropening staat Robbie. ‘Tante Eugenie is wat laat vanavond. Excuses, oom.’


Hij hoort het niet meer.


Espunt, 25 april 2017



Reacties op Literair Werk

Espunt

02-05-2017 12:41

Beste E.J.A.
Dank voor je waarderende woorden.

Espunt

02-05-2017 12:40

@Tom
@Pieter
Ik ben het helemaal eens met jullie commentaar. Ik ga nog eens spelen met het VOC-thema zodat het het verhaal sterker, intrigerender maakt.
Dank voor jullie terechte suggesties.

pieter moor

01-05-2017 13:40

Mooi verhaal De lezer gaat goed mee met de oude man naar zijn desillusie. Het VOC-thema is een goede achtergrond, al ben ik het eens met Ton van Rossum dat er een verhaal te vinden moet zijn dat het kernverhaal duidelijker weerspiegelt. Dat zou het verhaal ook universeler maken.
Je lijkt over een onuitputtelijke bron van interessante verhalen te beschikken. En ja, dat heeft het gevaar dat de eerste wet van het korte verhaal: geen woord dat niet gerelateerd is aan het thema, geweld wordt aangedaan.

E.J.A.

29-04-2017 19:46

Sterke spanningsboog in dit goede verhaal.

Espunt

26-04-2017 19:40

Beste penvrienden,
Dank voor jullie waarderende woorden. Fijn om te lezen.

@Tom,
Je hebt gelijk Tom, de compositie is nog niet volmaakt. Het geldt voor al mijn verhalen. Ik loop er een aantal dagen mee in mijn hoofd, ik werk er een paar dagen aan en vervolgens publiceer ik het hier. Je geeft enkele uitstekende tips om er nog meer uit te halen. Veel dank daar voor.

W.J.Frijling

25-04-2017 17:17

Sterk verhaal. Houdt mijn nieuwsgierigheid in de ban. 1 vlaggetje.

Gerard Scharn

25-04-2017 14:37

Top verhaal.