Ga niet van het rechte pad af

Ga niet van het rechte pad af, 2013



Niet bang
Het is weer paddenstoelentijd. En dan gaat er bij mij wat kriebelen. Dan wil ik het bos in met mijn fototoestel. Sterker nog, dan ga ik het bos in. Een beetje voorzichtiger dan in het verleden. Niet omdat ik bang ben om alleen door donkere bossen te struinen. Ik zou echt niet weten welke perverseling er aardigheid in schept om mij het leven zuur te maken. En om ergens op de loer te gaan liggen om mij van waardevolle zaken te beroven, daar moet je toch redelijk laagbegaafd voor zijn. Ik heb alleen een verouderd fototoestel bij me waar je op Marktplaats misschien nog 25 euro voor vangt. Hoeveel dagen moet je daarvoor niet in een hinderlaag liggen? Want ik zeg natuurlijk niet waar ik heen ga. Laat staan dat ik bekend maak hoe ik het liefste heenga.




Behalve voor teken
Er is wel een andere hinderlaag waar ik beducht voor ben. Dat is de hinderlaag van de teek die wacht op de passage van iets warmbloedigs om daar een tijdje bij aan te haken. Ik heb in mijn directe omgeving een paar voorbeelden gezien van hoe fout het kan gaan als je door zo’n onooglijk beestje te grazen wordt genomen, en niet tijdig reageert. Daar wordt de eenzame paddenstoelenspotter niet vrolijk van. Het remt me in mijn jacht naar bijzondere vondsten die je natuurlijk alleen diep in het woud aantreft en niet langs het pad. En elke keer als ik de veilige hut verlaat, moet ik beloven dat ik op het rechte pad blijf. Maar op het rechte pad valt weinig te beleven dat is alom bekend.


Weinig verheffende inspectie
Maar ja, je wil ook niet elke keer als je thuiskomt je vrouw lastigvallen met het verzoek om een uitgebreide inspectie. De jonge teek die nog op zoek is naar een lekker warm en beschut plekje, is zo klein daar heb je een leesloep voor nodig. Dus dan maar even wachten tot later op de avond, voor het naar bed gaan, als het beestje gesetteld is. Dan moet je vooral die plaatsen inspecteren die het daglicht niet kunnen velen. Ook niet altijd een leuke klus voor een partner, laten we daar maar niet omheen draaien. Van arren moede doe je het dan maar zelf. Dat betekent goochelen met geïmproviseerde spots en spiegeltjes zodat je ook zicht krijgt op delen van het lichaam die onder normale omstandigheden ongezien blijven. En naarmate je ouder en strammer wordt, wordt dat een steeds groter deel van het lijf. Al met al een moeizame en weinig verheffende vertoning.


Die teken zijn dus echt a pain in the ass. Maar ik heb er wat op gevonden. Misschien niet helemaal afdoende, maar het biedt toch extra zekerheid. Ik draag laarzen en om de laarzen heb ik dubbel klevend tape aangebracht. Dat loopt toch wat lastiger voor deze plaaggeesten. Het is mijn contra-hinderlaag. En het biedt tegelijk de mogelijkheid om eens te tellen hoeveel van die zuigertjes er zo gemiddeld de sprong naar de grote-mensenwereld wagen.


Nu de schimmels
Tot zover de teek, nu de schimmels. Ook al zo’n fenomeen dat niet direct sympathie oproept. Maar ja, zonder schimmels geen paddenstoelen en zwammen. Paddenstoelen zijn voor hogere schimmels de manier om sporen te vormen en te verspreiden. De bekende bioloog en geniale pestkop Richard Dawkins meent dat wij, dat wil zeggen ons lijf, in feite ook niet veel meer zijn dan een middel om genen door te geven. Een soort paddenstoelen zonder schimmel. Hoewel, wij zitten natuurlijk ook vol schimmels, want zonder schimmels zouden we opgevreten worden door de bacteriën. En een ding staat vast, zonder al die schimmels zou het met de kringloop in de natuur niet echt lekker gaan. Schimmels zijn hooggespecialiseerde afbrekers. En dat kom je ook in de wereld van de paddenstoelen tegen. Sommige zijn alleseters, maar veel soorten zijn zeer kieskeurig. Het zijn echte specialisten.

Gestreepte Vogelnestzwammetjes op het houtspaanderpad achter ons huisje.


Achter ons hutje op de Veluwe loopt een pad van houtsnippers. Sommige paddenstoelen zijn daar gek op. Jaren geleden stond er ineens een bos van Kleine Stinkzwammen midden op het pad. Sierlijke zwammetjes met een grote aantrekkingskracht voor aasvliegen. De grote broer wordt met recht met fallus aangeduid, maar dit zijn meer sierlijke pielenmuisjes (groen eikeltje, later rood). Ik heb ze daarna nooit meer teruggezien.


In plaats van stinkzwam inktzwam, en meer


Links: Grote stinkzwam, onweerstaanbaar voor aasvliegen. Maar ze worden wel gefopt!



Het gemis werd dit jaar meer dan goedgemaakt door kleine inktzwammetjes, maar vooral door een massale hoeveelheid Gestreepte Nestzwammetjes. Als je er niet bekend mee bent, zie je ze makkelijk over het hoofd. In jonge staat lijken ze wat op gesloten beukennootjes. Vervolgens gaat de bovenkant open maar wordt het nestje nog even afgedekt met een wit vlies. Na enige tijd gaat ook dit vlies open en verschijnt er een kommetje met daarin enkele bolletjes. De vergelijking met een nestje met eieren ligt voor de hand. De eitjes bevatten de sporen en het is de bedoeling dat de eitjes door regendruppels uit het nestje gekegeld worden. Dat moet aardig gelukt zijn want het heeft in de afgelopen periode flink gehoosd. Het Gestreepte Nestzwammetje is dus geen paddenstoel, geen poot met een hoed waar een pad op kan zitten, maar een zwam(metje).


W.v.t.t.
Ik noem nog een paar leuke vondsten. Heel veel bovisten. Zoals ieder jaar lagen ze overal langs de paden. Daar hoef je het bos niet voor in. Vaak aardappelvormig. En dus de naam Aardappelbovist. In de aardappel rijpen de sporen en na verloop van tijd scheurt de aardappel open en komt de zwarte sporenmassa vrij. Ook het Kleverige Koraalzwammetje steekt in deze tijd van het jaar al snel de kop op als het wat vochtig is. Het versiert de vaak wat morsige boomstronken met een intens goudgele kleur. Vergelijkbaar van kleur en ook stronklievend is het Gele Hoorntje. Tijdens deze eerste verkenningen kwam ik op een gevallen tak ook het Takruitertje tegen. Alsof de tak opnieuw in bloei stond. Prachtig waren de zwart-gele kleuren van de Dennenvoetzwam. Het is een buisjeszwam en een parasiet. De kleuren herinneren me aan de trots van het Hilversum van mijn jeugd: voetbalclub Het Gooi met als coryfee Rinus Schaap, begaafd technicus, international en na zijn voetballoopbaan een tevreden sigarenhandelaar.

Zwamgast
Veel paddenstoelen leven maar kort. Snel groeien, sporen verspreiden en vergaan. Je kunt er bijna op wachten. Dat geldt niet voor alle zwammen, sommige overwinteren en groeien het jaar daarop verder. De meeste zijn in november echter verdwenen. Onzichtbaar leeft de schimmel dan onder de grond verder. Wachtend op een nieuw, gunstig moment om de volgende cyclus te starten. Er zijn paddenstoelen die hun familieleden een handje helpen met het recycleren. Zoals de zogenoemde zwamgasten, een toepasselijke naam. Op een Grofplaat Russula op leeftijd trof ik een groepje Witte Poederzwamgasten aan. Voor de dichters van het vaderlandse lied misschien een tip: er is een woord dat rijmt op stamgast!Links: Oude Grofplaatrussula (Russula nigricans) met Witte Poederzwamgast


Gele Hoorntje

Kleverige Koraalzwam

Oude Grofplaatrussula (Russula nigricans) met Witte Poederzwamgast


Dennevoetzwam

Takruitertje

14 oktober, een bijzondere vondst.

We zijn twee weken verder en de natuur staat niet stil. Pantha Rei, zeiden de oude Grieken. Alles stroomt. Ook in het Speulder- en Sprielderbos. In jaren heeft het niet zo geregend. Voor de campinggast niet leuk, maar de paddenstoelenliefhebber krijgt er een warm gevoel bij. Er is van alles veranderd, onder de grond en erboven. De massa nestzwammetjes op het houtschilverpad achter ons huisje heeft zijn beste tijd gehad. Het is een onopvallende zwarte bodembedekker geworden. Zwart is ook voor de paddenstoel de kleur van het sterven.


Op zaterdag 12 oktober ben ik bij het landgoed Schovenhorst (tussen Putten en Garderen) het bos in gegaan en vandaar naar Drie gelopen. Voor het eerst dit jaar volop vliegenzwammen gezien. Jammer dat Gemma er niet bij is. Ze wacht op me bij Boshuis Drie. De vliegenzwam is haar absolute favoriet. Ze wordt er gewoon heel blij van. De Vliegenzam is dan ook een juweel in het bos.


Als je al wat langer in het schimmelrijk rondscharrelt worden een aantal soorten van lieverlee vertrouwd. Dat is niet het zelfde als oninteressant. Al is het maar omdat er ook binnen soorten heel veel variatie in uiterlijk voorkomt. Dat maakt het anderzijds ook vaak lastig om een paddenstoel of zwam te determineren. Maar het leukste is natuurlijk als je iets tegenkomt dat je helemaal niet herkent.


Dat gebeurde me op een bepaald moment. Ik zag in het duister onder de bomen iets zwarts staan. Zoals gezegd betekent dat meestal dat het einde nabij is. Maar dit zag er anders uit. Jong en vers. Ik stapte voorzichtig van het pas af om een en ander wat beter te bekijken. Er stonden meer exemplaren. Bij nader inzien bleek de kleur heel donkerblauw te zijn. Het lukte me niet goed om de kleur goed op de foto te krijgen. De camera maakte het blauw wat lichter. Desalniettemin kon ik me niet herinneren deze soort eerder gezien te hebben.


Eenmaal thuis pakte ik de Paddenstoelenencyclopedie van Gerrit Keizer erbij. Die bood echter geen duidelijk antwoord. Het was naar mijn idee geen Rodekoolzwam. Maar dan is er altijd nog internet. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat het moest gaan om een Violette Gordijnzwam (Cortinarius violaceus). Zeldzaam en daarom blijkbaar niet in de encyclopedie. Hieronder een paar plaatjes van deze bijzonder fraaie paddenstoel.

De zeldzame Violette Gordijnzwam