Als de hop roept

Chinon langs de oever van de Vienne. Erboven het Chateau de Chinon.




‘Ben ik jarig of ben ik jarig?’

Terwijl ik deze vrolijke opmerking maakte, blij ook omdat ik weer verstaanbaar was, wees ik mijn tafelgenoten G. en T. op de onheilspellende gebeurtenissen die zich een tafeltje verderop afspeelden. Daar werd een vijf minuten eerder naar binnen geslurpt bord spaghettibolognese in een vloeiende beweging, ik mag wel zeggen in grootse stijl, aan de kinderkopjes van het gezellige pleintje toevertrouwd.


Wij hadden net besteld en trokken wit weg. Aan een ander tafeltje hield men het diner voor gezien en vertrok zonder te betalen. Onze ongelukkige buurman maakte met zijn mouw het besmeurde tafeltje weer toonbaar, maakte vervolgens met een overgebleven stuk stokbrood zijn mouw schoon, spoelde daarna met zijn halfvolle glas bier het overtollige maagzuur weg en begaf zich naar binnen. Wankelend.


Even later kwam de nors voor zich uitkijkende eigenaar van het restaurantje, een lachje voor zijn gasten kon er niet meer af, naar buiten met een plastic afwasteiltje om daarmee de smet op zijn terras uit te wissen. Na vier teiltjes was de tomatensaus uit het zicht verdwenen. Nu lag er alleen nog een netwerk van sliertjes die zich stevig aan het wegdek hadden vastgeklampt. Na nog eens vijf teiltjes hield de gerant het voor gezien. De spaghetti op de kinderkopjes bleef goed verzorgd achter.


De lezer zal nu misschien opmerken dat dit wel een heel vervelende manier is om je verjaardag met een gezellig dinertje op een romantisch pleintje in het fraaie Franse stadje Chinon af te sluiten. Objectief gezien is dat zeker juist, maar in dit geval past een nuancering die als volgt kan worden samengevat: sinds ons vertrek naar Chinon was het elke dag wat. Anders gezegd, het verjaardagsetentje paste in een groter patroon. Zelf vermoed ik een verband met het feit dat ik 69 werd. Want hoe je dit getal ook wendt of keert, het komt altijd op het zelfde neer. Geheel tegen mijn gewoonte in had ik daarom besloten mijn geboortedag niet thuis te herdenken maar in Frankrijk waar men wat meer genoegen aan dit getal beleeft.


Chinon is een prachtig stadje, gelegen aan de Vienne, een zijrivier van de Loire. Zoals ieder stadje in de buurt heeft het een eigen kasteel dat hier forteresse wordt genoemd, waarschijnlijk om verwarring met Chateau Chinon te vermijden, een klein stadje een paar honderd kilometer oostelijker.


Vanaf het balkon van het Franse zomerverblijf van T. heb je een prachtig uitzicht op het intussen fraai gerestaureerde kasteel dat hoog boven Chinon uittorent. Het kan bogen op een rijke geschiedenis, mede als gevolg van de bij tijd en wijle complexe relatie tussen Frankrijk en Engeland. Chinon was van 1154-1205 hoofdresidentie van de koningen van Engeland en van 1417-1450 van de koningen van Frankrijk. Vanwege de oorlog met Engeland week Karel VII in 1427 uit naar het kasteel van Chinon.


Twee gebeurtenissen hebben de historische faam van het kasteel zeer versterkt: in 1307 draaide Philips de Schone de Tempeliers de nek om en zette de top gevangen in Chinon. In 2001 vond professor Barbara Frale bij toeval het zogenoemde perkament van Chinon in het Vaticaans Geheim Archief. Het document uit 1308-1314 beschrijft de verhoren van 79 Tempeliers, waarvan de bekendste tussen 28 juni en 2 juli 1308 gehouden werden in het kasteel van Chinon. Het Vaticaan gaf op 25 oktober 2007 (7 eeuwen later!) het boek Processus contra Templarios uit en verklaarde de Tempeliers niet langer ketters. De publicatie was gebaseerd op het perkament van Chinon.


Een tweede gebeurtenis van historisch belang vindt plaats op 4 februari 1429. Er klopt een eenvoudig, 17-jarig, boerenmeisje aan bij de in Chinon verblijvende kroonprins Karel VII: Jeanne d’Arc, de Maagd van Orleans. Jeanne komt met een goddelijke boodschap en weet het vertrouwen van de dauphin te winnen. Ze geeft de Fransen weer moed en verjaagt de Engelsen. Ze eindigt jammerlijk op de brandstapel en is nu de beschermheilige van Frankrijk.


En op dat alles zit T. uit te kijken, met in de ene hand een sigaartje en in de andere een goed glas Clos de l’Echo van zijn buurman en wijnboer Pierre Couly.


Ons bezoek aan Chinon hing nauw samen met een klus die voor de zomer geklaard moest worden: T. wilde een zwembad(je) achter zijn huis zodat hij ook in tijden van grote hitte naar het kasteel kon kijken met in de ene hand een sigaartje en in de andere een goed glas Clos de l’Echo. Een gewaagd project mede gezien het lot van het voorgaande zwembadje dat in korte tijd was bezweken aan een gebrekkige horizontale uitlijning.


Op weg naar onze bestemming werden de eerste vreemde voortekenen zichtbaar. Bij het binnenrijden van Frankrijk hield T. het voor gezien en gaf het stuur van zijn bolide aan mij over. Al snel hoorde ik T. luidruchtig dromen van een eigen zwembadje. Ik stond er nu alleen voor. Omringd door een instrumentenpaneel dat in een middelgrote Boeing niet zou misstaan, stuurde ik de bolide met vaste hand richting Parijs. Een opwekkende exercitie met al die feestelijk brandende pictogrammen ondersteund door vrolijke waarschuwingssignalen als we een snelheidscontrole naderden.


Niets wees er op dat er onheil dreigde en als dat al het geval was geweest was ik onmachtig om T. om raad te vragen. Een venijnige keelontsteking had mijn stembanden bereikt en het volume ervan op nul gedraaid.


Eenmaal in Parijs op de Periferique raakten wij zozeer ingeklemd in een file dat T. ontwaakte, het dashboard scande en tot de schrikbarende conclusie kwam dat we onze laatste druppel brandstof aan het opstoken waren. Of ik dat niet had gezien? Wat? Die geel oplichtende afbeelding van een tankstation. Ja, die had ik opgemerkt, al geruime tijd geleden, maar de betekenis ervan was me ontgaan, probeerde ik te zeggen, maar ik kwam niet verder dan een hees ja.


Ik begreep dat de situatie ernstig was. Met een lege tank op die godvergeten Periferique wachten op verlossing was een vooruitzicht met horrortrekjes. In een vlaag van doortastendheid stuurde ik de bolide onmiddellijk richting een afrit. Weg van de snelweg. T. schakelde een navigatieschermpje aan waarop alle naburige tankstations verschenen. De tank van de bolide kan 70 liter brandstof aan. We tankten 69,37 liter. Het einde der tijden was even heel dichtbij geweest.


Om de opgelopen vertraging weg te werken nam T. stuur en gaspedaal over. En ik moet zeggen, de boardcomputer kreeg het aardig warm van het voortdurend naar beneden bijstellen van de verwachte aankomsttijd. Met een adequaat waarschuwingssysteem kon je volgens T. ook in Frankrijk rustig flink wat harder rijden dan toegestaan. Totdat er ineens, out of the blue, een gendarme op een zeer snelle motorfiets naast hem opdook die ons met elegante gebaren naar een plek dirigeerde waar naar mijn inschatting een bloedige afrekening zou volgen.


Het elimineren van de verboden cameraverklikker was nu T.’s eerste zorg. Ontdekking zou een zware boete betekenen. Nadat ik had duidelijk gemaakt dat ik dat ding, gezien mijn keelontsteking, echt niet zou doorslikken, verdween hij in de tas van de lieftallige G. Die tas heeft het karakter van een Zwart Gat. Alles wat er in terecht komt, moet als verloren worden beschouwd. Niet meer terug te vinden.


Ik adviseerde T. tijdens het verhoor rustig en beleefd te blijven en hield er rekening mee dat we, gezien de ernstige snelheidsoverschrijding, verder met het openbaar vervoer moesten. Dat viel mee. Met negentig euro boete waren we de koning te rijk. Cash betalen, dat wel, anders waren we in een hogere tariefgroep terecht gekomen.


Bij de jaarlijkse presentatie van de nieuwe wijnen van Chinon zijn Les Bon Etonneurs prominent aanwezig.




Het verblijf in Chinon was aangenaam en leerzaam. Bij het egaliseren van de plek waar het badje moest komen, kwam er zelfs een zwarte truffel boven drijven. Grote opwinding. Een bevriend restaurant gaf er 47 euro voor zodat we de boete er al weer bijna uit hadden.


We ontmoetten op het pleintje grote aantallen Nederlanders die allen voor langere tijd in de buurt bivakkeerden en elkaar vermaakten met stoere verhalen over wijnen, golfen, restaurantjes, bakkertjes en brocantes.


Alleen B. week af. Die had zich ten doel gesteld zijn landgenoten op de hoogte te houden van de laatste ontwikkelingen op het gebied van quantummechanica en kosmologie. De waardering die hij ontving was vergelijkbaar met die van de bard in Asterix.


Op de wijnproefzaterdag liepen Bon Entonneurs rond, leden van een geheim wijngenootschap, met fel rode stola’s en kleine maarschalkstafjes waar het hoofd van Rabellais uit gesneden was. Het viel mij op dat de gendarmes net zo enthousiast stonden mee te proeven. Zo is het overal wat.


Maar het plankier voor het badje is er gekomen. Plaatsing van het badje zelf is volgens T. geen probleem. Dat blaast zich straks namelijk zelf op. Een soort zelfmoordbadje. Maar die gedachte hield ik voor me.


Na een week buffelen nemen we afscheid van Chinon en van de negen vierkante meter hardhout waar het badje op komt te staan. Er breken mooie tijden aan voor mijn goede vriend. Ondergedompeld in het koele water zal hij misschien nog eens denken aan de namen die bij het kasteel van Chinon horen: Jacques de Molay, de laatste grootmeester van de Tempeliers, en Jeanne d’Arc. Beiden eindigden, geheel onterecht, op de brandstapel. Voor hun geen zwembadje.


T.’s geluk zal compleet zijn als de stilte zo nu en dan wordt doorbroken door de roep van de hop, een vogel die zich graag ophoudt in de buurt van oude vestingwerken en die in België ook wel met drekhaan wordt aangeduid.


Misschien wel toepasselijk als je weet welke drama’s zich achter die prachtige, oude burchtmuren hebben afgespeeld.


Espunt, 29 april 2014