Het was op Koningsdag

Kort verhaal, 6 juli 2015

Het was op koningsdag



‘Moeder. Moeder, wordt eens wakker. De koning is onderweg. Hij kan elk moment aankomen.’


Ik hoor je wel, Wilma, maar ik ben te moe. Laat me toch.


‘Moeder, de prinsesjes zijn er ook bij. Kijk maar.’


Ik hoor aan die overdreven toon dat het mijn dochter Wilma is. Ik wil dat ze me nu even met rust laat.


‘Moeder, het is Koningsdag vandaag. We hebben speciaal voor jou een tv gehuurd. Kijk nou, wat ziet Maxima er weer beeldig uit….. Ik weet het niet hoor, maar ze is een stuk minder dan gisteren, vindt u ook niet?’


Misschien ben ik verlamd, maar het voelt wel lekker. Ik hoor alles, maar mijn ogen willen niet open. Is dit het begin? Wat zei ze nou?.......Koning? Koninginnedag?


‘Ze ligt wat opgevouwen. Zo kan ze natuurlijk ook nooit wat zien. Kunt u haar misschien wat rechtop zetten dan zet ik vast koffie.’


‘Misschien moet u wat zachter praten. Uw moeder lijkt wat weg te zakken. Ik vraag me af of ze u nog hoort. ’


‘Maar ik heb toch niet voor niets met die tv lopen sjouwen! Weet u wat dat huren kost?’


‘Ik ga nu eerst uw moeder wat meer rechtop zetten. Kunt u mij die twee kussens even aanreiken? En even uw moeder tegenhouden. Anders kukelt ze misschien voorover.’


‘We gaan je even rechtop zetten, mam, dan kun je de koning beter zien.’


Voor mij hoeft het niet, maar als ik ze daar een plezier mee doe. Vooruit dan maar. In de bedstee sliepen we vroeger ook zittend.


‘Hoor je dat ik de tv wat harder heb gezet, mam? Hoor maar.’


‘Het is gemeen koud, hier langs de kade. Ook voor de prinsesjes is het afzien. Kijk die witte toetjes. Jammer. Toch een smetje op deze verder prachtige dag waar zovelen, vooral in Dordrecht, zolang naar hebben toegeleefd. Het gezelschap gaat nu op weg naar de kerk voor een kort concert. Even tijd voor de prinsesjes om wat op te warmen. We gaan even naar onze collega’s in de stad voor een korte sfeerimpressie. Kom er maar in Mies.’


Mies? Verstond ik Mies? Leeft die nog? Hè, verdomme, word ik toch weer afgeleid. Ik weet bijna zeker dat ik Johan net langs zag komen. Een beetje vaag, maar toch. Hij is in de buurt. Ik heb het altijd geweten. Ooit zien we elkaar terug. Kijk nou, in de verte, daar staat ie weer, met heit en mem. Wat ziet ie er goed uit.


‘Zo, nu eerst even een bakkie. Ik ben al vanaf zeven uur in de weer. Straks komen Jopie en Wim met de kinderen. Nou dan weet je het wel. Dan wordt het weer hollen en vliegen. Hopeloos, die kinderen, dat vind jij toch ook, mam?’


‘Als u het niet erg vindt, laat ik u nu even alleen. Mijn dienst zit erop. Als het goed is, heeft Dorothee straks dienst. Ik zal wel melden dat alles rustig is. Als er iets is dan weet u waar de bel zit, toch? Ik wens u veel sterkte. Misschien is het beter om de tv maar gewoon even uit te zetten.’


‘Ja, ho eens even, Jopie en Wim staan zo voor de deur en die willen ook kijken. We zouden samen kijken. Gezellig. Mijn moeder is gek op het koningshuis. Geen kwaad woord over de Oranjes. Doodzonde dat ze even in een dipje zit.. Leve de Willemien, hè mam.’


Laat me met rust. Lieve heer, ik smeek u, zorg dat ze haar mond houdt. En die tv: uit, uit, uit. Ik wil Johan kunnen zien. En heit en mem weten niet eens wat het is, een tv.


‘Vind je het vervelend als ik vast een gebakje neem, mam? Ik heb er voor jou ook één. Een soesje. Die maakte je vroeger zelf, weet je nog? Roep maar als je er zin in hebt. Vind je het erg als ik even overschakel naar de Bold and the Beautiful? Ze zitten nu toch in de kerk en de prinsesjes zijn er niet meer bij. Kun jij even rustig je ogen dicht doen. Even bijkomen. Maar wel wakker worden, hè. Niet stiekem ertussenuit piepen. Je bent pas 96 hoor mam, en iedereen in de familie zei altijd dat je wel honderd werd. Met de burgemeester op de foto. In de krant. Hoe gaaf is dat? Jopie en Wim komen zo, met de kinderen, en rond twaalven komt de dokter nog even kijken. Die aardige dokter met dat bruine ripjasje.’


Ze bedoelt het goed. Het is een lieve meid, maar ze werkt op mijn zenuwen. Al van kinds af aan. Johan kon er veel beter mee omgaan. Ze is nooit getrouwd. Jammer, maar het verbaast me niet. Ik zie niks, en dat is misschien maar goed ook, maar ik hoor aan het gesmak waar ze nu mee bezig is. Waarom nog op Jopie en Wim wachten? Die hebben ook nooit op mij gewacht. Ach kijk nou, daar is Johan weer met onze hond Django. Ja Johan, ja liefste, ik kom. We gaan straks samen de hond uitlaten.


‘Vanavond is er nog een uitgebreide herhaling, mam. Dan kun je ook altijd nog kijken.’



Espunt, 5 juli 2015