De Kooi van Faraday en Wanen

Praatje van 12 januari 2021

De Kooi van Faraday


Een belangrijke taak van het brein is om binnen het eigen lijf en daarbuiten gevaren te signaleren en zo nodig een (re)actie te plannen. Maar helaas is het net als met die andere waakhond, ons afweersysteem. Soms slipt er wel eens ongerief doorheen en soms klopt de reactie niet. Tot volmaaktheid is niemand, laat staan een onderdeel van iemand, verplicht. Of is die iemand ons brein, zoals Dick Swaab ons voorhoudt.

We laten de killer-T-cel en zijn geavanceerde strijdmakkers hier verder met rust. Ze hebben wel even wat anders aan hun hoofd. Het gaat ons hier om het brein dat voor de opgave staat een verstandige duiding te geven van de signalen die via de zintuigen van buiten komen. Wat vertellen die signalen ons over de toestand buiten en over de gevaren die daar loeren? Wat is echt, wat lijkt echt? Waar lijkt het het meest op? Wat weet ik al? Waar kan ik het misschien mee vergelijken? Volg mij op de waanzinnige route die elk van ons in zijn leven aflegt. Moet afleggen?


De toestand in de wereld

Het voordeel van een gevorderde leeftijd is dat je op een goed gekozen moment nog aan kunt aankomen met de oorlog. Of, ook niet onbelangrijk, met meester G.B.J. Hilterman. Dit befaamde radio-orakel besprak iedere zondag na het nieuws van één uur “de toestand in de wereld”. Hij was ons verlengde zintuig als het ging om internationale dreigingen. Hij werd gezien als een betrouwbare bron die ons van een hoop onzekerheid verloste. Zeker in tijden van zo’n ongrijpbare Koude Oorlog, waarin vooral met propaganda, zeg maar fake nieuws, werd gevochten, was G.B.J. een welkome ethergast. Zijn werkelijkheid werd onze werkelijkheid. Een gemeenschappelijke kijk op de wereld. Het gezag had het nog voor het zeggen en daar voelde een groot deel van het volk zich wel bij. Gemeenschappen bestonden bij de gratie van gedeelde ervaringen, verhalen en tradities die de generaties overstegen. Verhalen en tradities die niet noodzakelijkerwijs hoefden te berusten op harde feiten. Ze boden geborgenheid en wederzijds vertrouwen, een beetje zoals G.B.J. ook deed. Of de dorpsarts en de dominee. Ik gebruik hier bewust de verleden tijd.


George Blake


Het eiland Utopia in een eerste druk van het beroemde boek van Thomas Moore uit 1516. De hoop op een nieuwe werkelijkheid in een komende heilstaat, het utopische denken heeft de mensheid veel ellende bezorgd. Maar helemaal zonder kunnen we ook niet.



Russische nieuwsmedia meldden op 26 december 2020 dat George Blake op 98-jarige leeftijd was overleden. Nederlander van geboorte. In het verzet, in 1942 naar Engeland, na de oorlog Brits spion bij MI6 (Koude Oorlog), door de Korea-oorlog tot inzicht gekomen (communist) en toen sneaky overgestapt naar de Russen (dubbelspion), in 1961 door de Engelsen ontmaskerd, 42 jaar celstraf, na vijf jaar ontsnapt, in Rusland met veel waardering oud geworden. Blake werd gedreven door het ideaal van de communistische heilstaat. Eenmaal in Rusland kwam hij tot de ontdekking dat die heilstaat nog ver weg was. En moest hij toegeven dat Russen net gewone mensen waren met dezelfde kenmerken. Waarschijnlijk ongeschikt voor een heilstaat. Hij had zijn leven gegeven voor een utopie. Een gehoopte werkelijkheid. De utopie als gevaarlijke sociaal-psychologische waan. Geen utopie. Wel vooruitkijken. Bescheiden doelen, kleine stapjes. Zoals onze klimplant zoekend en tastend, geholpen door een voorjaarswindje, zijn volgende aanklampingspunt vindt. Was er geen beter punt? Vast wel, maar de opties zijn in de praktijk nu eenmaal beperkt.


Onverwacht bezoek

Het was op het eind van een intussen lang vervlogen middag dat mijn baas (het realiteitverbloemende leidinggevende bestond nog niet) mij in grote opwinding ontbood. Ik liet direct alles uit mijn handen vallen, dat wil zeggen, ik schrok wakker, en spoedde mij naar de plaats des onheils waar ik mijn baas aantrof omringd door een drietal dames van gevorderde leeftijd die hem dreigend bejegenden. “Ik denk dat jij de aangewezen persoon bent om de dames te woord te staan,” liet hij mij weten. “Ik heb de dames verteld dat jij fysicus bent.” De dames keken mij hoopvol aan. Mijn baas had zich afgesloten van hun alternatieve werkelijkheid. Mijn dag kon niet meer stuk…Later meer.

Als het gevaar te lokaliseren is, moet je het opsluiten. In een kooi. Als het van alle kanten dreigt, kun je beter zelf in een kooi gaan zitten. Helaas is het in de praktijk vaak wat minder overzichtelijk. Als het niet duidelijk is of er wel een gevaar is, of als niet duidelijk is hoe groot het gevaar is, slaat al gauw de twijfel toe. Dan worden de bokken van de schapen gescheiden, de onnozelen van de wijzen.


Fobieën

Een onredelijke angst die het plezier in het leven behoorlijk kan vergallen, noemt men een fobie. Er is een heel spectrum van verontrustings-emoties. Op de uitersten enerzijds de roekeloosheid en aan de andere kant de verpletterende angst voor het leven. Uitersten zijn vrijwel nooit positief en daarom het domein van deskundigen of charlatans die bereid zijn je tegen een redelijke vergoeding van je probleem af te helpen.

Ik vermoed dat er maar weinig mensen geheel fobievrij zijn. De psychiatrische praktijk laat zien dat je voor vrijwel alles een fobie kunt ontwikkelen. Als je de lijst ziet, geloof je je ogen niet. De meest opmerkelijke is misschien wel de angst voor fobieën: de fobiefobie. Een soort Droste-angst.

Op basis van een klein beetje ervaring uit mijn TNO-tijd durf ik de stelling wel aan dat de angst voor straling tot de meer frequente vormen behoort. Vooral in tijden dat het thema in het nieuws opduikt. De zogenoemde radiofobie. Het is misschien maar goed dat de meeste mensen niet weten dat de naam radio van het Latijnse werkwoord radiare is afgeleid. Radiare is “stralen” en als een Romein “radio” zegt dan betekent dat: “ik straal”. Uiteraard waren de Romeinen niet op de hoogte van al die vormen van straling waar wij nu zo bang voor zijn. Bij de Romeinen waren het de hemellichamen en de keizers die straalden.


Ook manen verdienen namen

De Romeinen hadden uiteraard ook al namen voor de meest opvallende hemellichamen, waaronder de zon en de planeten. Een van die planeten werd gekoppeld aan de god van de oorlog Mars (overgenomen van de Grieken die van Ares spraken). Waarschijnlijk vanwege de opvallend rode kleur van onze buurplaneet. De naamgeving van de ooit negen planeten, nu nog acht omdat Pluto in 2006 is gedegradeerd tot dwergplaneet, was geen al te grote opgave. De Griekse en de nauw verwante Romeinse mythologie boden voldoende mogelijkheden. Aanvankelijk lukte het ook nog wel om de manen rond de planeten een aan de moederplaneet verwante mythologische identiteit te geven. Maar in de afgelopen decennia is die naamgeving bijna een aparte tak van sport geworden. Er worden nu zoveel nieuwe, vaak kleine maantjes rond de grote planeten ontdekt dat de Grieken en Romeinen zo langzamerhand goden, halfgoden en mensgoden te kort komen. Naar verluid wil men nu ook de wisselspelers van Ajax al gaan inzetten. De teller voor Jupiter staat al boven de driehonderd objecten die rond de planeet draaien. Daarvan zijn er intussen 18 officieel als maan erkend, veel meer staan op de nominatie, maar de vraag wordt hoever men kan en wil gaan met echte namen. Op een zeker moment zullen het codenamen gaan worden zoals "S/2003 J16", Satelliet, in 2003 ontdekt, bij Jupiter, als zestiende. Toch triest. Toen schaalvergroting koeien tot nummers degradeerde betekende dat voor de dieren een regelrecht drama.


Phobos en Deimos


Mars met zijn minimaantjes. Op de voorgrond Phobos, achter Deimos.




Gelukkig zijn er bij Mars maar twee kleine maantjes aangetroffen. En laat nou net Mars (Ares in de Griekse mythologie) een tweeling hebben verwekt bij de godin Aphrodite: Phobos en Deimos. In de mythologie opereren ze op het slagveld samen met hun vader Ares. Deimos is de god van de schrik, Phobos is de god van de angst. Het is duidelijk dat oppergod Zeus goed heeft nagedacht over het ontwerp van het zonnestelsel. Je moet er toch niet aan denken dat er bij Mars drie maantjes zouden zijn aangetroffen? Het zou de Harmonie der Sferen ernstig hebben verstoord. Mars zelf is al sinds mensenheugenis bekend maar de tweeling werd pas in 1877 door de Amerikaanse astronoom Asaph Hall ontdekt en van een naam voorzien. Asaph kende zijn klassieken. Echt een trouvaille: Phobos en Deimos.

De rode planeet Mars (met zijn tweeling) heeft steeds tot de verbeelding gesproken. En ongetwijfeld ook tot fobieën geleid. Zo is het niet onverstandig om in de horoscoop altijd even na te gaan in welk teken Mars staat. Het is nogal een actief en agressieve heerser van de sterrenbeelden de Ram en de Schorpioen. Waarschuwing: onderschat de alternatieve werkelijkheid van de astrologie niet!


War of the Worlds


Percival Lovell vertaalde de Marswaarnemingen van Schiaparelli

in de overtuiging dat er intelligent leven op Mars moest zijn.



De Italiaanse sterrenkundige Giovanni Schiaparelli kwam in 1877 met een kaart van Mars waarop hij een aantal opvallend rechte lijnen had getrokken. Hij ondersteunde de latere uitleg van de astronoom Percival Lowell dat het hier ging om kanalen waardoor water stroomde. Over de nieuwe realiteit van Lowell dat het kunstmatige waterwegen waren die alleen door een hoogontwikkelde beschaving gegraven konden zijn, liet hij zich niet uit. Maar dat kon het ontstaan van een nieuwe mythe niet verhinderen: de oorlogsgod Mars had er intelligente onderdanen bij gekregen. Dat beloofde niet veel goeds. Echt fake news was het niet maar het kwam in de buurt. De kanalen bleken al spoedig een vorm van gezichtsbedrog. Maar toen had de Marsmannenmeem zich al stevig gevestigd in het publieke bewustzijn. Echt en zeer angstaanjagend fake news werd het toen er in de VS in 1938 een hoorspel werd uitgezonden gebaseerd op een SF-boek van H.G. Wells uit 1898. The War of the Worlds. Het hoorspel, onder regie van Orson Welles, was in een zeer realistisch jasje gegoten: een reeks ooggetuigenverslagen en radioberichten over een invasie van Marsbewoners. De radio was in die tijd een machtig communicatiemiddel. Er brak in het land grote paniek uit. Luisteraars die wat later hadden ingeschakeld en de aankondiging van een hoorspel hadden gemist, raakten overtuigd van de ramp die zich voltrok. Toen het hoorspel na de oorlog opnieuw werd uitgezonden was het effect bijna even groot. Maar toen was (8 juli 1947) bij het plaatsje Roswell intussen ook nog de eerste vliegende schotel gecrasht. Wells, Welled, Rockwell. Beter kan je het niet krijgen. Er kwamen films, tv-series, musicals en de mooiste spin-off was misschien wel het concept-album dat Jeff Wayne in 1978 uitbracht.

Het is in deze tijd van corona misschien wel aardig om nog op te merken dat de interplanetaire invasie vanuit Mars uiteindelijk mislukte omdat de Martianen geen weerstand hadden tegen een aards virus. Het had overigens net zo goed andersom kunnen zijn: een Marsvirus waar de mens niet tegen bestand was (zoals de Indianen na het eerste contact met de Europeanen).



Boek, hoorspel, films en muziek. De invasie door Mars heeft een mythische status gekregen.







De strafkolonie

Als de rollen straks worden omgedraaid en wij ons op Mars gaan vestigen, hoeven we niet bang te zijn voor Marsvirussen. Een van de weinige aantrekkelijke kanten van dit nieuwe resort. Het is op Mars gewoon een tamelijk dooie boel en dat belooft niet veel goeds voor de Aardlingen die Elon Musk er straks wil gaan afzetten. Geen virussen, überhaupt geen leven (als het er al was is het drie miljard geleden al uitgestorven), maar wel koud en ijl. En misschien nog erger: veel straling. En in dit geval straling waar je wel degelijk beducht voor moet zijn. Het is koud op Mars, heel koud. Het idee om extra koolzuurgas (uit het ijs op Mars met kernbomexplosies vrij te maken), een broeikasgas, in de ijle atmosfeer van Mars te pompen (Opwarming en Terravorming), lijkt onhaalbaar. Te weinig CO2. Geen atmosfeer en geen magneetveld. Dat betekent dat dodelijke kosmische straling en zonnewind (deeltjestraling) vrij spel hebben. Marsgangers zullen dan alleen nog in diepe grotten en bunkers kunnen overleven. Geen aantrekkelijk vooruitzicht. Sterker nog: een alternatieve werkelijkheid, ingegven door de vrees dat we naar Mars moeten omdat we onze Aarde aan het verkloten zijn. We zullen het voorlopig toch echt op onze prachtige Aarde moeten zien te redden, wat dacht je daarvan. Daar zijn we namelijk helemaal op gebouwd. Met een fractie van het geld dat Musk nodig heeft, kunnen we de Aardse biosfeer in stand houden. En dat is de harde werkelijkheid!

Hier droomt visionair Elon Musk van. De komende decennia moet Mars met zijn raketten gekoloniseerd worden. Sprong in het Heelal deel 3. Wel een vergezicht dat bijziend lijkt te maken.


Enge stralen

Onredelijke angst, daar hebben we het over. In deze betiteling zitten voor de betrokkene opmerkelijk genoeg twee bronnen van zorg. Uiteraard het al dan niet terecht gevreesde fenomeen, zeg straling. Maar daarnaast kan ook de mate van redelijkheid van de angst die psyche belast. Er kan voldoende reden zijn voor angst. Wanneer is die angst net redelijk meer, daar gaat het om.

Mensen die bang zijn voor straling waar ze aan zouden kunnen worden blootgesteld, waar ze aan worden blootgesteld of waaraan ze zijn blootgesteld, krijgen vaak te maken met het oordeel van een deskundige. Een arts, een psychiater, een fysicus, een voorlichter, een influencer niet te vergeten, etc. Als zo’n (al dan niet zelfverklaarde) expert van oordeel is dat er geen reden tot ongerustheid is dan kan dat in veel gevallen geruststellen, maar dan moet de expert wel geaccepteerd worden als expert en bovendien als onafhankelijk. Lastig in het post-Hiltermantijdvak. Straling is veelal onzichtbaar en komt voor in vele vormen. Sommige vormen zijn inderdaad schadelijk. Het effect is niet alleen afhankelijk van de aard van de straling maar ook van de hoeveelheid straling die men oploopt. De dosis. Moeilijk te beoordelen.

De onzichtbaarheid van straling is een aanjager van onredelijke angst. De röntgenlaborante heeft toch niet voor niets een loden schort aan. In de magnetron gebeuren hele vreemde dingen. Kan er geen straling uitlekken? Zit er nog straling in als je het deurtje opent? Waarom durven we dat radioactieve afval niet in een diepe zoutmijn op te slaan? En wat stralen die 5G-antennes allemaal uit? Zonnebank? Beter maar niet.


Aardstralen

Ook de grond onder onze voeten straalt. Niet veel, maar er kruipt vooral in kleigebieden toch constant wat radongas naar boven. Een radioactief stofje dat je ongemerkt inademt. Niet gezond. Ook TNO raakte er in de jaren tachtig bij betrokken.

Een geheel ander type straling van beneden kwam vooral bij mij terecht: aardstraling. Wichelaars konden het met gevorkte wilgentakjes en pendels constateren. Wat TNO daarvan vond (ik dus)? Ik hield me altijd wat op de vlakte. Een collega uit de wereld van de grondwaterstudies had op de Antillen met eigen ogen gezien hoe lokale wichelaars opvallend succesvol waren met het opsporen van ondergrondse waterstromen. Maar aardstralen werden ook in verband gebracht met allerlei gezondheidsklachten mens en dier. Zo kreeg ik een keer een Noord-Hollander aan de telefoon die om raad vroeg. Zijn vrouw had hem voorgehouden dat zij in het dorp zo'n beetje de laatsten waren die nog geen stralingsneutralisator hadden aangeschaft. Een lokaal boertje produceerde ze en vroeg er een stevige prijs voor. Een soort fles met een stuk koper erin die je omgekeerd in je perkje moest steken. Hielp vooral tegen hoofdpijnachtige klachten, waar zo'n beetje het hele dorp, en dus ook zijn vrouw, aan leed. Hoewel de druk hoog was, wilde hij toch nog een keer nagaan of de kluit niet belazerd werd. En dan bel je TNO. En TNO (ik dus) denkt: Ja, je wordt belazerd. Maar TNO hield zich wijselijk een beetje op de vlakte. TNO suggereerde om een bevriende dorpsgenoot te vragen af hij zijn aardstraalneutralisator een paar dagen wilde uitlenen. Als zou blijken dat zijn vrouw er baat bij had, kon hij alsnog overwegen een fles met een stuk koper aan te schaffen onder het motto: wie geneest heeft gelijk. Ik sloot af met de opmerking dat TNO op dit gebied geen deskundigheid in huis had. Een ding wist TNO wel. Daar liep een handige kwakzalver leuk binnen. Aardstralen maken deel uit van onze folklore.


Parallelle werelden

De overtuiging of het sterke vermoeden dat de werkelijkheid misschien toch een beetje anders in elkaar zit dan het wettig gezag wil doen geloven, is soms terecht. De moord op John F. Kennedy, hier op de foto vlak voor de aanslag op 22 november 1963 in Dallas, bleek een onuitputtelijke bron van al dan niet geloofwaardige complottheorieën. Na de aanslag op de Twin Towers gebeurde het zelfde. En in deze tijd prikkelt ook de coronaepidemie de fantasie.


Op 12 oktober 1969 werd een van de belangrijkste samenzweringstheorieën uit de muziekwereld geboren: ‘Paul is dood’. Oftewel: Beatle Paul McCartney zou in 1966 zijn gestorven en stiekem vervangen door een dubbelganger (links Paul, rechts: Billy Shears). Vrijwel algemeen wordt aangenomen dat het hier om een verzonnen verhaal gaat. Maar wie onvoorbereid in het "drama" verzeild raakt, zal ongetwijfeld even met zijn ogen knipperen. Een sterk verhaal is het zeker, Broodje Aap, Urban Legend, Hoax, Practical Joke .


Hoe ga je om met angsten, wanen, complotten, fake? En wie is er dan nog normaal als er zoveel mensen gebukt gaan onder verpletterende angsten, onder slopend wantrouwen, onder het geloof in de wonderlijkste complotten, als klassiek gezag ontbreekt, zelfs als het gaat om feiten en harde kennis, als we alleen ons eigen oordeel, onze zelfgeconstrueerde werkelijkheid, nog vertrouwen? Mensen die elkaar op internet gek maken. Mensen die zich tevergeefs proberen te handhaven in een wereld die steeds ongrijpbaarder wordt. Die geen doel meer in hun leven zien en dat proberen te compenseren met middelen die het brein verdoven of in andere sferen brengen. Ons begrip van de werkelijkheid is het product van ons brein. Heel persoonlijk dus. Maar van dat product maken ook de inzichten van anderen deel uit. Waar het om gaat is dan ook de vraag welke anderen je toegang geeft tot jouw brein. Wie hebben er toegang tot jouw breinwasserij? En wie sluipen er ongezien binnen?


Carel Muller gaf te denken

Wie is er nog normaal? In de NRC van 28 februari 2020 trof ik een opmerkelijk artikel aan dat aangaf dat het antwoord op deze vraag steeds ingewikkelder wordt. Carel Muller bleek overleden. Dat zal wel weer zo’n oer-Veritijn zijn, hoor ik mijn trouwe volgers denken. Ik moet ze teleurstellen of geruststellen, Carel Muller was geen oer-Veritijn. Carel was psycholoog, antroposoof en dienstweigeraar, en Carel werd in 1969, op het hoogtepunt van de tegenbeweging, van het concours hippiek, van de flower power, de vrije liefde met Lucy onder de Sky vol Diamants, aangesteld als directeur van Nieuw-Dennendal, een inrichting voor zwakzinnigen in de bossen van Den Dolder. En Carel geloofde in de ‘spontane zelfontplooiing’. Van zwakzinnigen in het algemeen en van zijn pupillen op Nieuw-Dennendal in het bijzonder. De in psychiatrie gespecialiseerde historica Gemma Blok vatte het in haar recensie van Het zelfontplooiingsregime als volgt samen: 'De van oorsprong goede, creatieve mens had zijn ziel verkocht aan de duivels van rationalisme en kapitalisme, maar die zondeval kon gelukkig nog ongedaan worden gemaakt, omdat sommigen eraan waren ontsnapt.' De zwakzinnigen dus.


Carel Mullers experiment in Dennendal, een alternatieve omgang met zwakzinnigen, sneuvelt hardhandig in 1974. Tot groot verdriet van zijn alternatieve supporters. Van de Flower Power resten nog twee bloemen.



In 1971 verscheen er een artikel in De Telegraaf waarin bezorgde insiders uit de doeken deden hoe alternatief het er in de bossen van Den Dolder aan toe ging. Drugs, seks en onbekwame begeleiding. De regering zag zich uiteindelijk in 1974 gedwongen dit wonderlijke experiment, waar in linkse kringen hoog van werd opgegeven, te stoppen. Voor minister-president Joop den Uyl nogal pijnlijk. De avond voor de ontruiming sprak hij op televisie van een persoonlijke 'nederlaag' en toen de volgende dag de pupillen werden weggeleid riepen de Mullerianen dat ze 'gedeporteerd' werden, net als in 1940-1945. Hun sympathisanten schreeuwden "Befehl ist Befehl" naar de politie. Wie is er nog normaal? Of krijgt Muller postuum toch een beetje gelijk met zijn analyse van kapitalisme en rationalisme? Hoe betrekkelijk zijn waarheden?


De DSM-5

Sinds 1952 publiceert de Amerikaanse Psychiatrische Vereniging een overzicht van alle bekende psychische stoornissen. De DSM. Om de zoveel tijd wordt de lijst bijgewerkt, zeg maar uitgebreid. Sinds 2013 bestaat de DSM-5. Een leek, zoals ik, moet haast wel tot de conclusie komen dat er vrijwel niemand meer zonder storing is. Zo hebben de opstellers het opgegeven om alle fobieën nog apart te noemen. Ze beperken zich tot de volgende vijf hoofdcategorieën:


-Natuur en milieu, zoals angst voor onweer (astrafobie) of water (aquafobie);

-Verwonding, zoals angst voor de tandarts (dentofobie) of injecties (trypanofobie);

-Dieren, zoals honden (kinophobie), slangen (ophidiofobie) of insecten (entomofobie);

-Situationeel, zoals angst om te wassen (ablutofobie) of benauwde ruimtes (claustrofobie);

-Anders, zoals angst om te stikken, over te geven of voor harde geluiden.


Veel werk aan de winkel voor de beroepsbeoefenaren die overigens de groei van de DSM nog niet hebben kunnen afremmen. In een sombere bui, geen fobie, denk ik wel eens dat er in de DSM-6 straks een aparte paragraaf komt voor hen die lijden aan de waan dat ze normaal zijn. Of betekent de uitkomst dat straks niemand meer door de normaliteitstest komt, dat abnormaal dan het nieuwe normaal is. Het zou een bom onder het verdienmodel van de behandelaars betekenen.


Helden van de Aulapockets

Na in therapie te zijn geweest bij Freud, werd prinses Marie Bonaparte zelf psychoanalytica en een belangrijke verkondiger van Freuds ideeën. Zij schreef onder meer over de vrouwelijke seksualiteit.


Als eenvoudige fysicus die geleerd heeft de wereld zo simpel mogelijk te houden zodat je een goed afgebakend stukje van die wereld aan een stevige ondervraging kan onderwerpen, had ik me nooit erg verdiept in de wereld van psychologen en psychiaters. In de Aulapockets van Freud, Jung en ook wel Buytendijk had ik weliswaar een boeiende wereld aangetroffen, maar het leek me ook een wereld waar genoemde coryfeeën zelf maar lastig vat op kregen. In ieder geval geen wereld waar de eenvoudige, rechtlijnige fysicus makkelijk zijn weg in vindt. Een wereld vol onbestemde angsten en onvervulde wensen. Freud, zeventig jaar oud, schijnt ooit in wanhoop te hebben uitgeroepen “Wass will das Weib?” Marie Bonaparte zal haar elegante schouders hebben opgehaald. Veel van zijn patiënten waren vrouwen die volgens de opvattingen van die tijd aan hysterie leden. Dat klinkt wat beter dan hysterische vrouwen. Niet echt de uitspraak van een onderzoeker die vooruitgang had geboekt.




Nobelprijswinnaar natuurkunde Wolfgang Pauli (onder) wendde zich tot Carl Jung om te helpen zijn leven op orde te krijgen. In het boek 137 wordt deze fascinerende geschiedenis beschreven.



Freuds leerling Jung sloeg een andere weg in. Een van zijn beroemdste patiënten was de theoretisch natuurkundige en Nobelprijswinnaar Wolfgang Pauli, die ook moeite had zijn leven onder controle te krijgen, betekenis te geven. Net als zijn leermeester Freud hechtte Jung veel belang aan de inzichten die dromen konden opleveren. Maar hoe interpreteer je een droom? In dit geval van een topfysicus die een weg zocht in de ongrijpbare wereld van de quantummechanica. Arthur I. Miller publiceerde in 2009 een boek over de relatie tussen Jung en Pauli met de intrigerende titel 137, een getal dat fysici zullen herkennen. Hoe kan het bestaan dat de messcherpe Pauli bereid was mee te gaan met de per definitie zweverige uitleg van zijn dromen?



Ook over Frits Buytendijk, jarenlang hoofdredacteur van genoemde Aula-reeks, is in het kader van dit artikel heel veel te zeggen. We beperken ons tot het memoreren van een van zijn beroemdste publicaties: “De Vrouw”. Net als Freud erkende Buytendijk het raadsel van het leven in het algemeen en van de vrouw in het bijzonder. Buytendijk was een generalist en holist avant la lettre. Het raadsel was voor hem geen reden tot wanhoop maar een bron van verwondering. Verwondering die de van oorsprong hervormde Buytendijk er in 1937 toe bracht zich te bekeren tot het katholicisme. De mens hoefde volgens hem niet alles te begrijpen. Hij moet met het ongrijpbare leren leven, het aanvoelen en méévoelen. Een wijs inzicht lijkt me.


De Kooi geeft even lucht


Ik keer nu terug naar mijn eigen ervaringen.


Ik ging de drie dames voor naar mijn kamertje. Met een geleende stoel van een welwillende collega, die me wijsheid wenste, ging het net. Eerst nog koffie aanbieden ging me te ver. Ik had beloofd een beetje op tijd thuis te zijn om mijn dochtertje naar ballet te brengen. En de dames hadden de benen al stevig over elkaar heen geslagen. Ze waren er eens goed voor gaan zitten.

Nadat we ons aan elkaar hadden voorgesteld vroeg ik wie ik het woord mocht geven. Twee van de drie keken naar nummer drie. Zij waren alleen voor vriendinnensteun meegekomen. Er klonk een nerveus lachje. Nummer drie kuchte een paar keer en begon me vervolgens met stijgende agitatie uit te leggen dat het allemaal ging om die enge buurman. Er werd ondersteunend geknikt. Ze bleek ook op gevorderde leeftijd nog bij haar ouders te wonen. Essentie. De buurman deed iets geheimzinnigs en vergalde daarmee hun tv-plezier. Hij deed onduidelijke dingen met moeilijke apparaten wat voor een ernstig gestoord tv-beeld zorgde. Er was duidelijk opzet in het spel. Ze werden er gek van. Stiefbeen en Zoon hadden ze al maanden niet kunnen zien. En Mies Bouman was ook een ramp. Ze werden er zelf ook gestoord van. Ze hadden alle publieke hulp- en klaagloketten intussen gehad. Alleen de politie was een paar keer langs gekomen. Maar huiszoeking ho maar. Bij de buurman. Ik bracht in dat dat een zwaar middel was, waar hogere machten mee moesten instemmen. Het maakte geen indruk. TNO was hun laatste hoop. Dat knappe TNO (ik dus) moest toch een oplossing in huis hebben (ik dus).


Terwijl ik aan mijn dochtertje dacht dat naar ballet moest, zon ik op een acceptabel advies. De Kooi van Faraday, dat moest hem worden. Metaal houdt de veel gebruikte vormen van elektromagnetische straling tegen, gaas is vaak al afdoende. Aluminiumfolie. Het idee sprak aan, zeker toen ik er aan toevoegde dat straling dan ook reflecteert zodat de buurman een koekje van eigen deeg zou krijgen. Dit laatste deed de deur dicht. In grote opwinding en met een blije uitstraling kwamen de dames weer met beide benen op de grond. Terwijl ik ze naar de uitgang begeleidde raakten ze niet uitgepraat. Bij de deur was de praktische aanpak vrijwel rond.


Always an Answer

Ik was en ben geen psychiatrische beroepsbeoefenaar. Ik was gedurende een bepaalde tijd een geïnteresseerde leek die zonder DSM probeerde toch nog iets voor de medemens in geestelijke nood te betekenen. Ik voeg er gelijk aan toe dat ik in al die jaren dat ik als amateuristische olifant in de porseleinen bovenlade rondscharrelde, maar weinig heb kunnen bereiken. Misschien wel helemaal niets. Het heeft me hooguit zelf het een en ander geleerd. Een niet geheel onbekend fenomeen in de wereld van het verwarde brein. Ook psyche-experts noemen dit opvallend vaak als een belangrijke meerwaarde van hun vak.

Wat ik heb geleerd is dat mensen voor zo’n beetje alles een al dan niet onredelijke angst kunnen ontwikkelen. Dat ze in staat zijn een eigen wereld te creëren waarin het lastig is door te dringen. ‘There is always an answer’ is een gevleugeld gezegde. Proberen met rationele argumenten (wat is rationeel?) iemand van zijn, in jouw ogen ongegronde, angst of van zijn uitzinnige overtuiging af te helpen, is vrijwel onmogelijk. Het grote leed zit hem juist in het ongehoord en onbegrepen zijn. De machteloosheid. Het gaat niet goed. Het gaat gebeuren. De tekens, ze zijn overal zichtbaar, voelbaar. Waarom zie jij niet (in) wat voor mij volstrekt duidelijk is? Tegenwerpingen vergroten de paniek en de angst. De eenzaamheid. De verlatenheid. Meegaan levert een ‘folie à deux’ op. Het dilemma is duidelijk. Herprogrammeren / wissen is soms een oplossing, maar dan vooral bij psychotrauma’s (herinneringen aan schokkende gebeurtenissen). Ik heb het hier meer over wanen. Dingen zien die er niet zijn. Dingen niet zien die er wel zijn. Geloven in dingen (breed) die niet bestaan of waarvoor geen aanwijzingen bestaan. Niet geloven in dingen (breed) die algemeen worden geaccepteerd. Het zal duidelijk zijn dat je hiermee linksom of rechtsom wel op glad ijs uitkomt. Het is immers nooit zwart / wit. De extremen zijn het duidelijkst. Maar die extremen zijn ook niet voor iedereen gelijk. De ideeën van Carel Muller werden door een relatief grote groep gedeeld. Ideologie en cultuur bepalen mede hoe we in een bepaald tijdsgewricht de wereld interpreteren. Goeroes, sekteleiders, charismatische types, volksmenners en populisten, vloggers, fanatici en marketeers, ze zijn allemaal in staat diep binnen te dringen in de breinen van onzekere, zoekende, verwarde, angstige mensen. Steeds vaker geholpen door onze groeiende kennis van het manipuleerbare brein en de mogelijkheden om levensechte, virtuele werkelijkheden te genereren. Het gevecht om de controle van ons brein gaat nu pas echt beginnen. Big Brother is er klaar voor.


Grote verhalen en groot leed

Laat ik nog een paar voorbeelden noemen van het type problemen waarmee ik tegen wil en dank te maken kreeg. Ik denk aan de jongeman die op een zeker moment kwam eisen, of misschien beter smeken, dat wij het super geheime experiment stopten dat hem dwong de hele dag met de tram heen en weer te rijden tussen Delft en Rijswijk. De aansturing was volgens hem door TNO uitbesteed aan de toenmalige Leidse hoogleraar Wouter Buikhuisen. De criminoloog had in die tijd onrust veroorzaakt omdat hij wilde onderzoeken of ook biologische factoren een rol spelen bij crimineel gedrag. Volstrekt tegen de toen dominante visie op de werkelijkheid die alleen plaats bood aan externe factoren (opvoeding, verkeerde vrienden). Hij werd volkomen "gecanceld" en eindigde zijn eigen Leidse antiquaire boekhandeltje met als specialiteit alpinisme. Zelfs als de jongeman een enkele keer in zijn vaderland Spanje verbleef, kon hij zich niet onttrekken aan de straling die vanuit Leiden op hem gericht werd.


Vaak ging het in "mijn praktijk" om straling. Soms geluiden. Trillingen. Radarinstallaties. Ik denk aan de oude actrice die een ongewone en ongewenste relatie had met een grote, gekleurde man, die steeds wist binnen te dringen als zij even boodschappen deed. Omdat niemand haar geloofde, begon ze met het strooien van fijn zand over haar vloer als ze even weg moest. Bij thuiskomst waren er steevast verdachte voetafdrukken zichtbaar, die helaas voor de buitenwereld niet als overtuigend bewijs werden geaccepteerd. Ze hoopte dat TNO haar wel serieus nam. Het werd haar echt te gortig toen ze ontdekte dat deze geheimzinnige indringer radioactief materiaal in haar schoorsteen had aangebracht waardoor ze in snel tempo onvruchtbaar werd (zoals ze mij via de telefoon in geuren en kleuren, als een actrice, uiteenzette). Zo’n verhaal houdt ook bij de politie niet eeuwig stand. Maar dan was er altijd nog TNO.


Nog minder stand hield het drama waar een ex-operatieverpleegster in verzeild was geraakt. Ze was onder controle van een buitenaardse intelligentie. En ze vreesde dat ze niet de enige was. War of the Worlds. De extraterrestrials maakten daartoe gebruik van wat zij noemde ‘microbiologische chips’. Verborgen in haar hoogpolige tapijt sprongen deze dingetjes op tegen haar been om zich vervolgens een weg naar binnen te banen. Gelukkig merkte ze zo’n poging tot penetratie direct, zodat ze met een lancetje (uit haar ziekenhuistijd) de indringer kon elimineren. Als dat niet onmiddellijk gebeurde, zaten ze al te diep. Om haar verhaal kracht bij te zetten tilde ze haar rok op tot aan de lies. Dit tot ontzetting van de receptioniste die toch wel wat gewend was als zich weer eens een speciale bezoeker voor mij had gemeld. Op het weinig opwindende oude-vrouwen-bovenbeen ontwaarde een patchwerk van littekentjes. Er was zo te zien al een klein fortuin aan microbiologische chips verwijderd. Haar tas ging open. Hij was tot de rits gevuld met kleine preparaatflesjes. Elk flesje gevuld met sterk water waarin een lapje dijbeenvel zweefde. Zij toonde het met trots. Ze had het snijvak jarenlang afgekeken van haar chirurgen en beheerste de ingreep volledig. En het was volgens haar duidelijk dat de buitenaardse intelligentie hier geen rekening mee had gehouden. Ik was totaal verbijsterd maar moest haar uiteindelijk, zoals meestal, teleurstellen. TNO bezat op dit gebied geen deskundigheid.

Ik wist wel zo’n beetje hoe het verder zou gaan. Ze zou overal blijven aankloppen met haar onrustbarende verhaal. Zolang ze zichzelf of anderen niets zou aandoen zou er verder niks gebeuren. Misschien zou men proberen haar aan de medicijnen te krijgen. Waarschijnlijk tevergeefs. Ze was toch zeker niet gek! Kijk maar, hier, in mijn tas. Intens triest. Ik achtte de kans niet uitgesloten dat ze ooit weer een keer zou aankloppen met nieuwe ontwikkelingen.


Op verkenning

En er werd gebeld. Maar niet door de verpleegster. Het was de dame van de Kooi van Faraday. Kern van haar betoog: ze had alles gedaan wat ik had geadviseerd, meer zelfs, maar het had niet geholpen. Storing alom en ze begonnen nu ook zelf te merken dat de gezondheid achteruit ging. Een noodkreet. Geheel tegen mijn gewoonte in liet ik mij verleiden tot de belofte om dan zelf maar een keer ter plekke de situatie op te nemen. Dat stelde gerust. We maakten een afspraak. ’s Avonds. Maar even niet in de baas zijn tijd.

Een paar dagen later belde ik aan bij een wat bejaarde standaardwoning nadat ik me in het donker door een slecht onderhouden voortuin had geworsteld. Na nog een keer bellen ging de deur op een kier en keek ik in het onthutste gelaat van een oude man. TNO? Ja, daar wist hij van. Komt u maar vlug binnen. De buurman houdt alles in de gaten. Een toestand meneer. Zelf merk ik niks maar mijn vrouw en dochter zijn duidelijk veel gevoeliger. We gaan eraan kapot. Ik voelde het gewicht op mijn schouders zwaarder worden. Het was gewoon een slecht idee om hier hulp te bieden.


Of ik niet even mijn jas uit wilde doen. Het leek me, intuïtief, geen goed idee.

Wat ik dacht toen ik de kamer binnenstapte, weet ik niet meer, maar de hele mise-en-scene was tamelijk ongewoon. Alsof ik de zilvervloot binnenstapte. Mijn contactpersoon droeg een zwarte basque, een Franse alpino. Zij nam hem af om mij te tonen dat hij vol proppen zilverpapier zat. Alsof ze zeggen wilde: ik heb goed naar TNO geluisterd. Ze drapeerde hem weer snel op haar grijze permanent. Het stokoude moedertje zat op een bank voor de geplaagde tv met een klassieke tropenhelm op. Ook haar hersenpan leek goed beschermd tegen elektromagnetische straling. Haar man was naturel. Niet gevoelig.


De dochter liet mij zien welke maatregelen er waren genomen. Alle wanden waren beplakt met aluminiumfolie en achter de kussens van de bank waar het oude moedertje op zat, kwam een massieve plaat aluminium tevoorschijn van twee bij een meter en een centimeter dik. Op de schoorsteenmantel en op allerlei andere vitale plekken stonden meetinstrumenten. Veldsterktemeters. Een advies van de zoon die nota bene elektrotechnisch ingenieur was, maar wel in Australië. Een beetje begrip tonen is wel het minste dat je in zo’n geval kan doen.


Na de rondleiding, waarbij ik zo hier en daar een compliment uitdeelde, stelde ik voorzichtig het onderwerp tv en storing aan de orde. Ik wilde nu wel eens zien hoe erg de storing was. Het wat verouderde zwart-wittoestel werd aangezet en de kamerantenne werd voor alle zekerheid een beetje gedraaid. Gezien de ouderdom van het toestel viel de kwaliteit van het beeld me niet tegen. Geen Mies Bouman maar daar kon de buurman niks aan doen. Niet slecht, merkte ik op. Ze moesten het toegeven. Maar ze hadden ook niks anders verwacht. De buurman hield alles in de gaten en hij zou wel gek zijn als hij nu stoorde terwijl er iemand van TNO in de buurt was. Het was de familie volstrekt duidelijk dat de buurman wist dat ik een TNO-deskundige was. Zoals hij ook altijd weer wist dat er politie aankwam. Dan werd zijn installatie natuurlijk verstopt.


Alle hoop laten varen

De Kooi van Faraday weerstaat zelfs de bliksem.



Het hopeloze van mijn opdracht wel snel duidelijker. Terwijl ik voorzichtig mijn oordeel gaf, stond de dochter abrupt op, liep naar een hoek van de kamer, en riep op hoge toon: “Ik heb je wel in de gaten hoor!” Het oude moedertje trok haar tropenhelm recht en het oude vadertje fluisterde naar mij: “Ze is zo gevoelig. Ze merkt gelijk als hiernaast een apparaat wordt aangezet.” Op de tv gebeurde niks vervelends. “Soms is het straling waar de tv geen last van heeft, maar wij wel,” zei de dochter.

Dit was voor mij het moment om mijn mening te openbaren. Die mening week nogal af van wat men van mij had verwacht en gehoopt. Weer iemand die denkt dat we gek zijn. De sfeer werd bijna agressief. Ik probeerde nog het een en ander te nuanceren, maar de oude man verzocht mij dringend mijn biezen te pakken.

Eenmaal buiten zag ik de buurman in alle rust onder het vaalgele kapje van een ouderwets schemerlampje zijn krantje lezen. Hij zag mij niet. Het leek mij waarschijnlijk dat zijn werkelijkheid nogal afweek van die van zijn worstelende buurtjes in hun aluminium kooi. Mission impossible. Illusie armer. Ik had graag iets voor ze willen betekenen.

Welbeschouwd is dit onze werkelijkheid: een immens complex netwerk van zenuwdraden, prikkeldraad, waarlangs elektrische signalen lopen op een wijze, volgens een patroon, min of meer vergelijkbaar met het "telefoonverkeer" dat eerder werd opgewekt door de signalen van buiten aangeleverd door de zintuigen. Ons eigen persoonlijke, interne internet. De beveiliging van dit internet is niet volmaakt. Het heeft zich zoekend en tastend ontwikkeld. Een van de selectiecriteria was waarschijnlijk het vermogen tot kopiëren. In onze complexe wereld heeft het brein moeite met het waarderen van de stortvloed aan keuzemogelijkheden waaraan het wordt blootgesteld. Is het dan gek dat er wel eens wat uit de bocht vliegt?


Espunt, 12 januari 2021