Ludoficus Lucifer 2

Hij is terecht!

Praatje, 28 november 2019

Ludoficus Lucifer 2.


Vleugje verloren tijd terecht


Dit stukje draag ik op aan Hanneke Granneman. Zij is de partner van mijn zwager Theo Eijzenbach, de broer van mijn vrouw Gemma. Hanneke heeft zich geheel belangeloos ingespannen om een tot nu toe vrijwel lege bladzijde uit deel 1 van mijn levensboek in te kleuren. De pagina die bestemd was voor mijn eerste en lang geleden verdwenen voorleesboekje.



1950, Hilversum, Chrysantenstraat. In drollenvanger en met mijn zusje Lilian in de achtertuin. Lilian was 9 jaar oud toen ze overleed aan een hersentumor. De pijn en het verdriet zijn nooit helemaal verdwenen.




Wat ik me er na zeventig jaar nog van herinnerde, hield niet over. Een klein boekje met als titel Ludoficus Lucifer waarin de lotgevallen werden beschreven van een ondernemende lucifer die uit zijn luciferdoosje klautert en zo zijn lot ontloopt. De lezer zal begrijpen dat dat op de vijfjarige Espuntje een verpletterende indruk maakte. Te meer omdat ik rond die tijd, samen met mijn grote vriend en overbuurjongen Jan Broekhof, net begonnen was vanuit de Chrysantenstraat de grote wereld van de Hilversumse Bloemenbuurt te verkennen.


Jan en ik moeten een jaar of vijf zijn geweest, het was dus rond 1950, en wij hadden beiden nog geen schoolzorgen aan ons hoofd. De dichtstbijzijnde kleuterschool (bij de Vituskerk) was voor ons te ver om onbegeleid naartoe te lopen. De leerplicht begon toen bij zes. En onze moeders hadden wel wat anders aan hun hoofd dan ons vier keer per dag te begeleiden. Die hadden nog wat kleintjes aan de rok hangen waar ze de rok vol aan hadden. En overblijven was in die tijd nog niet uitgevonden. Iedereen at om twaalf uur thuis warm en die moeders moesten ook voor een dampende pan hutspot zorgen.


Vele jaren later, toen ik zelf kinderboekjes begon te schrijven, voelde ik een groeiende wens om Ludoficus Lucifer terug te zien. Om te horen hoe het hem was vergaan. Of hij het droeve lot van zijn doosgenootjes echt had weten te ontlopen. Maar ondanks de ongehoorde terugvindmogelijkheden die de internettechnologie ons biedt, leverde het zoeken niets op. Op een zeker moment heb ik mijn verlies aanvaard. Wat, zo troostte ik mijzelf, was immers de overlevingskans van zo’n klein kleuterboekje uit de tijd dat naoorlogse schaarste de duurzaamheid van drukwerk ernstig beperkte? Ik dacht aan het droeve lot van iets latere boekjes waar ik zo trots op was geweest: de avonturen van Eric de Noorman, Koning der Noren. Langzaam maar zeker verpulverd. Slecht papier, slechte inkt, slechte band. Als troost schreef ik in 2015 het verhaal Ludoficus Lucifer, dat hier te lezen is. En toen ik onlangs mocht voorlezen in groep 1 / 2 van mijn kleindochter Lieke, kwam Ludoficus ook weer even boven. Ik schreef een kort verhaaltje over mijn avontuur in de Kleurenklas van Lieke en kon het niet laten in de inleiding het gemis van Ludoficus te memoreren. De Kleurenklas van Lieke had het volste begrip voor mijn lijden. Maar niet alleen de Kleurenklas, maar ook Hanneke nadat ze het verhaal van de Kleurenklas had gelezen. En Hanneke liet het er niet bij zitten. Hanneke sprong in de zoekstand. Een paar dagen later volgde haar bericht op Facebook: ‘Ik heb het gevonden. Het komt eraan.’


Het is moeilijk te beschrijven wat deze boodschap met mij deed. Hanneke had het gevonden, had het gekocht en wist me ook te melden dat het om een boekje van Piet Marée ging. Je moet al bijna zo oud zijn als ik, wil deze naam je nog iets zeggen. Ik was hem zelf al heel lang kwijt, maar nu kreeg ook Piet Marée een plaats in het grote verhaal. Het verhaal van Piet Marée, van Ludoficus en van (de) Lucifer.


Piet Marée (1903-1999): De Knutselkunstenaar



Het gezin van Piet Marée.




Piet Marée, geboren in Gouda, was al voor de oorlog buitengewoon productief en veelzijdig als illustrator, kinderboekenschrijver, fotograaf en 'knutselkoning' Toen hij op 97-jarige leeftijd in Tasmanië overleed, had hij tussen 1932 en 1978 meer dan 300 boeken en boekjes geproduceerd. Niemand kent het precieze getal. Een flink deel daarvan viel in de categorie doe-het-zelfboek. Piet was iemand met een missie: knutselen is leuk, verrijkt je, leert je, verdrijft de verveling. Toen hij in de jaren vijftig naar Australië emigreerde, vertelde hij in de Australische krant The Mercury dat hij een van Europa's vijf belangrijkste schrijvers was, en de 'bekendste en meest geliefde kinderboekenschrijver in Nederland'. Ik gun hem die eer graag. Anderen hebben wel eens kritiek gehad op zijn doe-het-zelfactiviteiten. Er werd aan getwijfeld of hij al die mooie en leuke ontwerpen zelf wel eerst had gemaakt. Aan de mooie tekeningen mankeerde niets, Piet Marée was als illustrator en vormgever een erkend fenomeen met een geheel eigen stijl, maar als je de critici mag geloven zijn generaties jongens het vertrouwen in hun technische talenten verloren omdat de enthousiaste aanwijzingen van Piet in de praktijk vaak een lijdensweg opleverden die geplaveid was met teleurstellingen. Er werd zelfs aan getwijfeld of de Grote Knutselaar zelf wel eens een stuk gereedschap had vastgehouden.

Midden jaren zestig kocht Piet Marée een kapitale boerderij, de Johanna Hoeve in Harmelen, die de knutselkoning zelf onder handen nam. Later ging Piet terug naar Tasmanië. De Johanna Hoeve werd in 2018 voor 1,5 miljoen euro te koop aangeboden.


1966, 15 mei, Provinciale Zeeuwse Courant meldt dat de GoeseMiddenstands Vrouwen Organisatie een bezoek heeft gebracht aan de Johanna Hoeve van de familie Marée. De dames waren om 11 uur 's avonds weer thuis.




Medio jaren zestig nam Piet Marée met zijn echtgenote en cabaretière Beryl Baronie zijn intrek in de eerbiedwaardige en kapitale Johanna Hoeve aan de Breudijk in Harmelen. Geheel volgens Piets doe-het-zelf-credo richtte het paar de hoeve zelf in, volop gebruikmakend van “waardeloze” objecten die zij her en der aantroffen. Met alle ruimte om te werken en te experimenteren. En met een ruimte om groepen te ontvangen. En ook dat laatste heb ik kunnen bevestigen middels een bericht in de Provinciale Zeeuwse Courant van 15 mei 1966 (zie afbeelding hiernaast).

Bij het overlijden van de vader van Ludoficus in 1999 schreef Paul Steenhuis in de NRC van 13 februari 1999:

Dat Marée, die in 1903 in Gouda geboren werd, populair was tot in de jaren zestig lijdt geen twijfel. Met zijn boeken en een woontip-rubriek in het damesblad Margriet was hij een voorloper van de doe-het-zelfrubrieken op radio en televisie, die nog altijd populair zijn en met verve werden geparodieerd door Arjan Ederveen en Tosca Niterink in hun televisieserie Creatief met kurk. Marée's boektitels als Het boek der bezige bijtjes, Sparen en vergaren, Kleien zonder kliederen, Leer uzelf timmeren, Vlijtige vingers, overtreffen die Ederveen-parodietitel niet alleen, ze roepen ook het beeld op van het Nederland uit de jaren vijftig. De vrije tijd nam toe, maar doe-het- zelven was nog geen tak van industrie met klus-warenhuizen en uitgebreide knutselhoeken in speelgoedwinkels. Marée richtte zich op huisvlijt onder de lamp, op creatief zijn met 'waardeloos' materiaal. Er spreekt een stalen optimisme uit de titels en de niet aflatende ijver waarmee Marée tips gaf om de vrije tijd nuttig te besteden. Zijn ideologische programma blijkt ook uit uitspraken in vraaggesprekken zoals: 'Mensen die gaan liggen, die gaan aan hun zorgen en problemen denken, die worden van dat alles hoe langer hoe gekker', zei hij in 1967 in het Algemeen Dagblad. Marée's illustraties, in 1994 nog te zien op de expositie Van beroep Piet Marée in de Koninklijke Bibliotheek, zijn wondertjes van helderheid en voorbeelden van de zogenaamde 'klare lijn' tekenstijl. Hij is in dat opzicht een kunstenaar en - zie bijvoorbeeld Twee poppen op stap - een voorloper van de Haarlemse tekenaar Joost Swarte.

Zo stond de Johanna Hoeve in 2018 te koop (voor ca. 1,5 miljoen euro).

Ludoficus

Ludoficus allitereert natuurlijk heel plezierig op Lucifer. Daar zouden we het bij kunnen laten, ware het niet dat in onze familie de naam Ludoficus ook echt voorkomt. Daarom een kleine uitweiding al is het maar voor de familie. Mijn oma van vaderskant, oma Schootbrugge, geboren Huurdeman, was voor ons natuurlijk gewoon oma. Maar soms werden wij in verwarring gebracht als er familieleden op bezoek kwamen die haar aanspraken met Wies, en als zij daar dan ook nog op reageerde. Uiteindelijk werd ons duidelijk dat ook oma’s nog een echte naam hadden, in dit geval Louise, wat al in een vroeg stadium was verbasterd tot het meer volkse Wies. Of mijn oma daar onder heeft geleden weet ik niet, wat ik nog wel weet is dat zij, in al haar relatieve armoe, moedig gedragen vanuit een sterk katholieke overtuiging, toch een zekere neiging had naar enige mate van deftigheid. Zo sprak zij van taxje omdat taxie in haar beleving te veel als plat-Hilversums overkwam. Opa en oma waren de eersten in de familie met een televisie. Het was vooral op zaterdagavond en tijdens voetbalwedstrijden volle bak op de Huygensstraat. Oma zelf was meer van Peyton Place, de populairste tv-soap allertijden, 514 afleveringen tussen 1967 en 1973. Ik vermoed dat oma ze allemaal heeft gezien en dat ze iedere aflevering ook steeds weer even moeite had met haar grote held, dokter Rossi, omdat hij zijn echtgenote altijd met wijf aansprak. Zo’n fijne man. Dat doe je toch niet, wijf!


Oma’s derde kind kreeg de naam Louis met als tweede naam, zijn doopnaam, de latijnse variant Ludoficus. En zoals oma Louise al snel Wies werd, zo werd oom Louis nooit Louis genoemd maar altijd Wiet, of Luuk.

Om het verhaal compleet te maken nog even het volgende. De oorsprong van Ludoficus gaat terug naar de Germaanse (Frankische) naam Chlodowig (ook wel Hludwig), wat ‘strijder om buit’ zou betekenen. De gelatiniseerde vorm werd Chlodovechus, en dan is het geen al te grote stap meer naar Lodewijk en Ludoficus. Chlodovechus werd in Frankrijk Clovis en daaruit ontstonden de namen Louis en Louise. Hoe het ook zij, Ludoficus mogen we opvatten als een strijdbaar ventje.


Lucifer


Het harde bestaan in de tijd dat men het nog moest doen met zwavelstokjes. In 1844 verschenen de veiligheidslucifers op de markt.




Ook over de naam Lucifer valt nog wel wat op te merken. Natuurlijk staat lucifer voor een handig hulpmiddel om vuur te maken. De kunst om vuur te maken is misschien wel de grootste uitvinding van de mensheid ooit. Lang bleef het een kunst die je onder andere bij de scouting kon leren. Maar toen waren er natuurlijk al lang zogenoemde veiligheids-lucifers. Even strijken en klaar. Uitgevonden door de Zweed Gustaf Erik Pasch in 1844. Geen zwavelstokjes meer waar je ander vuur voor nodig had. Doosjes met dunne stokjes met aan het eind een kopje met antimoonsulfide, mangaandioxide en kaliumchloraat en een schuurpapiertje met glaspoeder en rode fosfor. Zo simpel kan het zijn (maar niet heus!). In de hoogtijdagen van de lucifer werd het stokje veelvuldig ingezet bij, puzzels en magie. Toen ik het grote avontuur van Ludoficus geheel tot me had genomen verlegde mijn aandacht zich naar de lege luciferdoosjes. Ik ging ze sparen.

Lucifers werden niet alleen als vuurmaker gebruikt. Ze werden ook populair in allerlei puzzels, zoals deze: verplaats twee lucifers zodat je vier driehoeken krijgt.


Aartsengel Michael verbant Lucifer, aanvoerder van de opstandige engelen uit de hemel.




De keuze voor de naam lucifer is opmerkelijk. Enerzijds is het een heel toepasselijke naam, ook weer uit het latijns: lux = licht en ferre = dragen. De lucifer als lichtdrager (zoals ook Venus als morgenster werd aangeduid), dat is zo gek nog niet. Maar toen de lucifer in gebruik kwam, bestond er al heel lang een Lucifer met een minder gunstig imago. Lucifer was de naam van de engel die, met zijn engelachtige trawanten, in de hemelse sferen een greep naar de macht deed. ‘Gods mooiste Engel’ was niet tevreden met zijn onsterflijke positie dicht bij God. De aartsengel Michaël voerde de legioenen der trouwe engelen aan en maakte korte metten met de rebellen, aldus het boek Openbaringen. In het boek van Henoch (geen onderdeel van de Bijbel) worden vele namen van gevallen engelen genoemd. Een aantal komen we tot op de dag van vandaag nog steeds tegen in romans en films over duivels, heksen en satanische sektes: Asmodeus, Astaroth, Beelzebub, Leviathan, Lucifer, Mammon en de bekendste van allen: Satan. Een aantal invloedrijke literaire werken heeft bijgedragen aan onze voorstellingen bij de naam Lucifer. Drie van de belangrijkste zijn De goddelijke komedie van Dante Alighieri (1307 – 1321), Lucifer van Joost van den Vondel (1648 – 1654) en Het verloren paradijs van John Milton (ca.1660).


We zijn nu klaar om de stap te maken naar waar het ons allemaal om begonnen was: Ludoficus Lucifer.


Ludoficus Lucifer

Het boekje getiteld Ludoficus Lucifer (zo staat het op de rug en het binnenblad) van Piet Marée en Henk Kemp is ergens in de jaren veertig verschenen bij de Zuid-Holl. Uitgeversmij. De inkorting van de uitgeversnaam heeft mogelijk te maken met de afmetingen van het boekje: 12 x 8,5 cm. Het telt 78 pagina’s. Dat lijkt veel, maar een groot deel toont Ludoficus in actie. Op de overige pagina’s staan 90 woorden per pagina, zeg maar 6 schermregels.


Het verhaal begint dramatisch en eindigt gelukkig. Op het aanrecht ligt een luciferdoosje met daarin nog maar één ongebruikte lucifer. Voor het doosje liggen een paar ongelukkige soortgenoten die zijn afgestreken. Als Ludoficus ze ziet, vraagt hij een naburige lepel wat er is gebeurd. De lepel geeft hem het dringende advies om er tussenuit te knijpen: ‘Straks komt er iemand, die het gas wil aansteken, die pakt je en dan flttts is het gebeurd.’ Ludoficus maakt dat hij wegkomt. Hij eindigt ergens langs de vaart waar hij zijn eigen huisje bouwt. Het bloed van Piet Marée kruipt waar het niet gaan kan. En we weten nu ook dat hij twintig jaar later zelf langs de vaart in Harmelen kwam te wonen, na ook een uitgebreide kluspartij. Kortom, niet alleen ik had iets met Ludoficus Lucifer, hetzelfde geldt voor zijn schepper. En zo hoort het ook. Moet dit werk tot de wereldliteratuur worden gerekend? Past Piet, die overigens ook het boekje Piet Peer op zijn naam heeft staan, in het rijtje Dante, Milton, Vondel? Voor mij wel, hoewel ik bereid ben toe te geven dat ik hier vooral voor mezelf spreek.


Dank je wel Hanneke.


© Espunt, 28 november 2018