Omdat bloemen van mensen houden

Kort verhaal, 31 januari 2013

Omdat bloemen van mensen houden



Jaap is mijn beste vriend. Als ze mij proberen te grijpen, die schoften van het kerstbomenplein, dan vechten we samen. En als ze met te veel zijn, dan rennen we samen weg. Laatst waren we aan het knikkeren, in de pauze, op het schoolplein. Er rolde een witte-tijgerbonk van Jaap tussen de kinderen die stonden te kijken. Weg bonk. Had ie van zijn oma gehad. Maar ik had gezien wie hem had opgepakt, heel sneaky: schele Barrie, die gluiperd uit groep zes. Ik ben achter hem aan gegaan en heb hem bij zijn strot gegrepen. Hij eerst nog van: ‘Had je wat? Ik mot die stinkbonken van jullie helemaal niet. Ik heb er zelf genoeg.’ ‘Allemaal gejat zeker,’ zei ik. Toen we op de grond lagen, rolde die witte-tijgerbonk gewoon uit zijn broekzak. Iedereen lachen. 'Ik krijg je nog wel, met die bleke zus van je,' zei hij jankend van pijn en woede.


Meestal laat ik ze maar een beetje aan schelden. Ze proberen je gewoon gek te maken. Daar moet je niet op reageren want dan hebben ze precies hun zin. Maar toen kon ik me toch even niet inhouden. Hij begon over mijn zusje, de vuile lafaard, omdat ie wist dat ik daar niet tegen kan. Nou toen heb ik hem nog maar een knoert voor zijn harzes gegeven. Wist ie gelijk wat bleek zien is.


Met mijn zusje Eva gaat het niet zo goed. Wat er precies aan de hand is weet ik niet, maar ik weet wel dat het thuis niet zo leuk meer is als vroeger. Mijn vader haalt geen geintjes meer uit en mijn moeder heb ik de laatste maanden niet meer horen zingen. Met Marco Borsato op de radio, anti-gaaf, maar zij vindt het mooi. En altijd nog beter dan niet zingen. Ze hebben Eva geopereerd. Een of andere professor in Leiden. Volgens mijn vader de enige in Nederland die dat kon. Tenminste, die het kon zonder Eva verrot te snijden. Hij heeft een gezwel uit haar hoofd gehaald en nou moet ze elke keer naar Leiden voor bestraling en voor controle. Tjezus, wat hadden we allemaal de zenuwen. Alleen Eva was rustig. Ik snap nog steeds niet hoe ze dat flikte. Het was ongelooflijk. De operatie is gelukkig goed gegaan. Alleen praten gaat lastig en ze is heel gauw moe. En vaak misselijk. Het is een beetje chaos thuis, maar dat vind ik niet erg. Als Eva maar beter wordt. Wat ik wel erg vind is als die schele Barrie over mijn zusje begint. Dat vind ik zo super laf, daar word ik helemaal gek van. Dan zou ik die eikel het liefst willen killen. Zoiets zeg je toch niet! Ik heb hem verteld dat er heel erge dingen gaan gebeuren als ie dat nog een keer flikt. Toen is die schijtebroek gaan janken bij de meester. Maar die heeft die loser ook wel door, natuurlijk.


Het is zondag. Jaap en ik zijn op zolder bezig met een treinbaan. Spullen van mijn vader. Heel gaaf, maar heus niet makkelijk. Als we het echt niet meer weten, helpt ie ons even. Dan kunnen we weer verder. Ik had eigenlijk niet verwacht dat Jaap het leuk zou vinden. Jaap gamet graag en hij speelt in een bandje. Ik ga vaak luisteren als ze bij hem thuis in de garage aan het oefenen zijn. Ik ben aan het sparen voor een gitaar want ik vind het wel super vet, zo’n bandje. En de meiden in de klas, nou die hangen dus mooi de hele dag om Jaap heen. Gelukkig ben ik zijn vriend dus hangen ze ook een beetje om mij heen (humor). Toen we een stukje baan klaar hadden kon er een loc overheen. Toen begon Jaap het pas echt leuk te vinden. Als Jaap niet in een band zou zitten, zouden ze ons vast een stelletje nerds vinden met die treintjes, maar nu natuurlijk niet. Jaap is altijd heel rustig. Wat anderen roepen interesseert hem geen mallemoer. Dat is natuurlijk makkelijk als je in een band zit. Jaap doet gewoon wat ie leuk vindt. Het is een toffe vriend. En wat ik het allertofste vind is dat ie zo lief is voor mijn zusje. Ik weet dat ie haar altijd al leuk vond. Maar hij is niet hard weggelopen toen ze zo ziek werd. Dat vind ik stoer van hem. Hoe ziek Eva ook is, als ze Jaap ziet, lacht ze altijd. Als ze een slechte dag heeft lachen alleen haar ogen. Maar ze lacht. Eva zit in groep vier.


Mijn moeder roept dat we even naar beneden moeten komen. Ze heeft Cola ingeschonken. Beneden zien we dat er een plakje cake naast ligt. We gaan in de tuin zitten, bij Eva. Die zit in een makkelijke stoel. Haar vriendin Leonie is er ook. Ze zitten allebei in zo’n meidenblad te bladeren. De Tina. Als Eva Jaap ziet legt ze de Tina weg en lacht. Ik snap niet hoe dat werkt met Jaap. Maar het werkt en iedereen wordt blij als Eva lacht. ‘Hi Eva,’ zegt Jaap, ‘hoe gaat het met je?’ Eva haalt haar schouders op. Leonie pakt haar hand. ‘We zijn weer in Leiden geweest, Jaap,’ zegt mijn vader. ‘Dat is altijd moeilijk.’ Jaap knikt. Hij weet dat Eva bestraald wordt om de laatste stukjes tumor weg te branden. ‘Als alle gemene cellen zijn weggestraald is onze Eva weer beter. En we gaan volgens de professor de goeie kant op Jaap.’ Ik kijk beurtelings naar mijn vader en mijn moeder. Ze kijken bedroefd. Ik krijg een raar gevoel in mijn buik. ‘Wat zijn die bloemen mooi, hè mam.’ Eva wijst naar een struik die vol met roze bloemen zit. Grote roze bollen. ‘Ja, de hortensia doet het goed dit jaar,’ zegt mijn moeder.


De lente gaat en de zomer komt. We gaan niet op vakantie. Logisch, wel jammer. Het ging een tijdje goed met Eva. Toen de bestralingen klaar waren, knapte ze langzaam maar zeker wat op. Ze kreeg weer zin in eten. Gehaktballetjes, daar was gek op. Zo nu en dan liep ze met mijn moeder naar het dorp om boodschappen te doen. Ze kreeg weer een kleurtje. Maar een paar dagen geleden is toch de huisarts weer even geweest. Ze kon ineens niet goed meer zien. Ze zag alles dubbel. ‘Het is nog niet rustig in dat arme koppie,’ hoorde ik mijn vader zeggen. ‘Moed houden,’ zei de huisarts, ‘Het is een gevecht. De vijand zit vol listen, maar als we sterk blijven kunnen we hem verslaan.’ Eva kreeg nog meer pillen en er moest een soort pleister op haar oog. Linkeroog, rechteroog, om en om. Ik mag met Jaap mee. Een week naar zijn oom. Die woont in de Achterhoek, bij Winterswijk. Natuurlijk ben ik blij. Maar het voelt ook een beetje alsof ik er stiekem tussenuit knijp. De rest in de steek laat. Mijn vader en mijn moeder. En Eva. Ik beloof dat we iedere dag een kaart zullen sturen.


Als ik terugkom uit Winterswijk durf ik bijna niet te vertellen hoe leuk het was. Het valt me nu pas op hoe oud mijn moeder ineens lijkt. ‘Hoe gaat het met Eva?’ vraag ik voorzichtig. ‘Ze ligt even te rusten,’ zegt mijn moeder. ‘Ze is zo moedig.’ Ik had gehoopt dat mijn moeder had gezegd dat het steeds beter ging. Maar dat heb ik niet gehoord. Als Eva wakker is ga ik naar haar toe. Het eerste wat ze vraagt is, waarom Jaap er niet bij is. ‘Jaap komt straks nog even langs,’ zeg ik. Eva pakt een stapeltje kaarten en zegt: ‘Bedankt, hè.’ Ik knik en geef haar een kusje op haar voorhoofd. Dan moet ik alles vertellen over Jaaps oom, die boswachter is, en over alles wat we hebben beleefd. Eva vindt het prachtig. ‘Volgend jaar wil ik ook mee,’ zegt ze. ‘Nou, aan Jaap zal het niet liggen,’ zeg ik. Eva lacht als ik de naam van Jaap noem. ‘Maar nou nog eens wat,’ zegt Eva. ‘Wat was dat nou voor raar verhaal over die hortensia?’ ‘Een heel raar verhaal,’ zeg ik, ‘maar ik vond dat je het moest weten. Daarom heb ik het op een van de ansichtkaarten geschreven.’ ‘Papa en mama begrepen er ook helemaal niets van,’ zegt Eva. ‘Wat is er gebeurd?’

Ik vertel Eva wat er is gebeurd. Hoe ik Jaaps oom vertelde over haar ziekte. En dat ze zo dapper was. En dat iedereen hoopte dat het goed af zou lopen. Maar dat we ook allemaal bang waren. Toen ik het allemaal had verteld, zei Jaaps oom dat hij ons de volgende dag mee zou nemen. Het bos in. Het Moorwold. Diep in het Moorwold woonde Flora, het kruidenvrouwtje. Volgens de mensen in de buurt was ze helderziende. Een zieneres.’ ‘Een wat?’ zegt Eva verbaasd. ‘Een zieneres. Ik had ook geen idee waar het over ging maar Jaaps oom legde het uit. Een helderziende is iemand die in de toekomst kan kijken. Die weet dingen die normale mensen niet kunnen weten.


We gingen echt diep het bos in. Het laatste stuk moesten we lopen. Bijna een uur. Tenslotte kwamen we bij een klein huisje. Voor het huisje zat een oud vrouwtje op een bankje van de zon te genieten. Toen ze ons zag aankomen stond ze op en zei: 'Niks zeggen. Ik weet waar jullie voor komen.' Ze kwam naar mij toe en zei: 'Het gaat om jouw zusje, hè. ‘Ik schrok me helemaal te pletter. Hoe kon dat ouwe mensje dat weten?’ 'Luister goed,' zei ze. 'Ik kan jouw zusje niet beter maken. Maar de hortensia kan het wel.' ‘De hortensia?’ roept Eva zo hard dat mijn moeder haar hoofd om de hoek van de deur steekt. ‘Eva moet zich niet te veel opwinden,’ waarschuwt ze, ‘dat is slecht voor haar hoofd.’ Op dat moment stapt Jaap naar binnen. ‘Wordt het nu niet een beetje te druk voor je?’ vraagt mijn moeder ongerust. Maar Eva straalt als ze Jaap ziet. Wat dacht je? Daar kan mijn moeder echt niet tegenop.


Ik vertel Jaap dat ik het net over het kruidenvrouwtje had. En de hortensia. ‘Echt een maf verhaal,’ zegt Jaap. ‘Maar ze is wel helderziende.’ ‘Maar wat moet ik dan met die hortensia?’ wil Eva weten. ‘Voor zorgen,’ zegt Jaap. ‘Wat zei ze ook al weer? Als de hortensia dit jaar blijft bloeien, zal Eva bloeien.’


De zomer gaat voorbij, de school begint weer, het wordt herfst. Eva gaat achteruit. Langzaam maar toch. Soms komt er iemand op bezoek die al een tijdje niet is geweest. Die ziet het verschil. En dan bij het weggaan, bij de deur: ‘Wat een lijdensweg voor dat arme schaap.’ We zijn allemaal down. Mijn vader dronk vroeger ook wel eens een borrel. Maar nu ook samen met mijn moeder, die nooit dronk. Meer dan één. Ik zie het aan al die lege flessen in de schuur. Ze hebben verdriet en ik kan niks doen, dat is nog het ergste. Het enige wat ik wel doe, iedere dag, is samen met Eva de hortensia verzorgen. Of het veel helpt weet ik eigenlijk niet. Ik zie al wat bloemen verkleuren. Dat is volgens mij niet de bedoeling.


Eva begint steeds meer klachten te krijgen. Eigenlijk kan ze niet meer naar buiten nu het wat kouder begint te worden. Maar hoe moet het dan met de hortensia? Ik geloof in dat kruidenvrouwtje. Die hortensia is volgens mij onze enige kans. Mijn moeder begint steeds meer te protesteren. Maar samen met Jaap lukt het me nog steeds om haar te overtuigen. Ik ga elke dag even met Eva naar de hortensia. Dan giet Eva er wat water over. Meer kunnen we eigenlijk ook niet doen.


Het wordt kouder, de hortensia wordt bruiner en Eva wordt zieker. ‘Dat gedoe met die hortensia kan nu echt niet meer,’ zegt mijn vader. ‘Je hebt het gezien, bijna alle bloemen zijn geel. Die hortensia gaat ons niet redden, dat is wel duidelijk.’ Ik kijk naar Eva, en dan naar mijn vader, en dan weer naar Eva. En dan begin ik te huilen. Ik houd het niet meer. Ik was al bijna vergeten hoe het is om te huilen. Nou, zo dus. Eva troost me. Ze zegt: ‘Ik wil dat we doorgaan met de hortensia. Ik hou het best wel vol.’ Er valt een stilte. Dan zegt mijn vader: ‘Als jij het wil, gaan we door.’ We knuffelen Eva en houden elkaar vast. Er is nog hoop.


Half november is alle kleur van de hortensia verdwenen, op één roze bol na. Het einde lijkt nabij. Nog iedere dag ga ik met Eva even naar buiten. Dik aangekleed. In een rolstoel. Begieten doen we niet meer. Er valt regen genoeg. Eva aait de laatste roze bloem en dan gaan we vlug weer naar binnen. Het eerste wat ik iedere ochtend doe, als ik mijn bed uit ben, is kijken of de bloem er nog is. Hij is er nog steeds. Alle bloemen vergeeld, op één na. Nu al weken. Zelfs mijn vader moet toegeven dat dit niet gewoon is. Voor Eva helpt het allemaal niet. Vlak voor Kerst vindt de huisarts het niet meer verantwoord dat ze nog langer thuisblijft. Ze kan bijna niet meer slikken. Als ze zich verslikt hebben we volgens de huisarts een groot probleem. En niet eten kan natuurlijk ook niet. Ze is al zo zwak. Eén verkoudheidje en het is gebeurd.


Maar Eva wil niet. En ik wil ook niet. En Jaap ook niet. En eigenlijk mijn moeder ook niet. Want de roze bloem geeft niet op. Die is er nog steeds. Er komen steeds meer mensen kijken. Natuurlijk naar Eva, maar ook naar de hortensia. De krant wou ook wat. Maar dat vond mijn vader gelukkig niet goed. Stel je voor dat een of andere gek het in zijn hoofd haalt om ’s nachts die roze bloem van onze struik te slopen. Misschien wel omdat ie zelf ziek is. Eva gaat niet naar het ziekenhuis. Mijn moeder voedt haar, heel voorzichtig. Lepeltje voor lepeltje. Als ze maar wat binnenkrijgt. Ik kan er niet tegen.


Het is ouwejaarsavond. En de roze bloem is er nog steeds. ‘We hebben het gehaald, Eva,’ juich ik. Eva is te moe om te reageren. Vandaag heeft ze voor het laatst haar bloem zacht geaaid. Gelukkig was het niet te koud. Mijn moeder staat doodsangsten uit, elke keer als ze naar buiten moet. Maar ze wil het zelf. Wat een power zit er in dat zusje van me. Man, wat ben ik trots op haar. Nu wil ze alleen nog maar slapen. Ouwejaarsavond. Vreemd. Mijn vader maakt zich kwaad op al die idioten die buiten lopen te knallen. Eva moet slapen. Overmorgen gaat ze definitief naar het ziekenhuis. Het kan niet anders. Er is bijna niets meer van haar over.


Op nieuwjaarsdag ren ik, zoals de afgelopen maanden, naar beneden om te zien hoe het met de bloem is. Ik schrik. Op de plek waar hij zat, zit nu een bruingele bol. Nee hè, dat kan niet. Een slecht teken? Of heeft de hortensia lang genoeg gebloeid? Voorzichtig loop ik naar de deur van de achterkamer waar Eva ligt. Ik beef over mijn hele lijf. Zou ze…..? Ik durf het niet te zeggen, zelfs niet te denken. Maar ik moet haar zien. Voorzichtig doe ik de deur een stukje open en sluip naar binnen. Ik dwing mezelf om te zien hoe het met mijn zusje is. Ik moet het kruidenvrouwtje vertrouwen. Ja, nee.


Eva ligt diep onder de dekens. Ik zie alleen haar haar. Ik moet weten of ze nog ademt. Voorzichtig trek ik de dekens een stukje omlaag. Ze beweegt. Ze beweegt. Ik voel me eindeloos blij. Ze draait haar hoofd naar me toe en doet haar ogen open.


Dan zegt ze: ‘We hebben het gehaald.’ Nu weet ik het zeker. Er gaat nieuw leven komen in de hortensia. Er gaat nieuw leven komen in Eva. ‘We hebben het gehaald, Eva. Omdat we vertrouwen hadden.’


Ik zie een glimlach en ze fluistert: ‘Komt Jaap vandaag nog?’


Ik zeg: ‘Wat dacht je dan? Die komt jou een gelukkig nieuwjaar wensen.’


Espunt, 31 december 2013