Snoekenweer 4

Kort verhaal, 19 februari 2018

Snoekenweer 4

Snoekenweer 1

Snoekenweer 2

Snoekenweer 3



Mijn moeder had een groot hart voor alles wat hulpbehoevend was, voor dieren meer nog dan voor mensen. Dieren kwamen nooit door eigen schuld of domheid in de problemen, hooguit door de domheid of inhaligheid van mensen. Als er gekozen moest worden, koos ze voor het dier. Alleen voor de kleine kring van soortgenoten die direct om haar heen verkeerden, zeg kinderen en kleinkinderen, en wat familie, wilde ze eventueel een uitzondering maken.


Tamme kraai

Het is niet ondenkbaar dat haar vogelliefde teruggaat naar haar jeugd in Appelscha toen ze een tijdje een intieme relatie had met een jonge kraai. We hebben een foto waar het paartje op staat. De kraai vloog met haar mee als ze naar school ging en wachtte haar op als de school uitging. Zelfs op hoge leeftijd kon ze nog oprecht boos worden op de buren die haar spitsvondige vriendje op een zeker moment hebben vergiftigd omdat ze regelmatig sieraden misten. Geen enkel begrip had ze voor de medemens die zich zo slecht kon inleven in de aard van de kraai.


Onder de dieren had ze wel haar voorkeuren. Katten konden op haar onvoorwaardelijke liefde rekenen. Hetzelfde gold voor vogels.


Het in leven houden, door de winter heen helpen, van vogels in haar omgeving, werd voor haar steeds meer een levenstaak die ze met grote inzet vervulde. Ze leed mee met het lijden van de mussen, de kraaien, de meeuwen, de duiven, de eenden, en al die andere gevleugelde vrienden. Ik weet bijna zeker dat haar gevleugelde vrienden elkaar attendeerden op het bestaan van een Hilversums Centrum voor Goedgeefsheid. De zwermen boven en op haar huis groeiden in ieder geval met het jaar.


Mijn moeder is heel oud geworden op een dieet dat verdacht veel leek op dat wat ze haar beschermelingen voorschotelde: water en brood. Droog brood en afsnijsel, dat de meelevende chef van de broodafdeling van de lokale AH gedurende vele jaren op het eind van de dag voor haar klaarzette. Een forse zak, die de volgende dag op strategische plekken in de buurt, vooral op het dakje van haar schuurtje en op het grasveld bij de vijver, werd geleegd. Maar nooit dan nadat ze aan de broodresten additieven had toegevoegd die de gezondheid bevorderden. Over de aard daarvan liet ze zich niet uit omdat er in de buurt nogal wat concurrentie was. Mijn moeder was uiteindelijk ook maar een mens. Waarschijnlijk deed ze wat met eiwit, reuzel en vitamines. Haar genegenheid voor het gevogelte zat op vergelijkbare diepte als haar weerzin tegen al die ouwe wijffies die volgens haar maar een eind in het rond strooiden. Een groep eenden die het armoedige voer lieten voor wat het was als ze mijn moeder met de geprepareerde AH-zak zagen aankomen, dat gaf haar een goed gevoel. Een overwinnaarsgevoel. Want het waren haar eenden!


Katten en katjes

Ook haar liefde voor katten zou overigens wel eens in haar prille jeugd geënt kunnen zijn. Op het platteland van haar jonge jaren was het niet ongewoon dat een nest jonge poesjes even onder water werd gehouden. Ook door mijn opa. Ze zal het gezien hebben en het zal haar diep hebben geraakt. Het probleem van kattenoverbevolking en een onleefbare wereld voor de muis negeerde ze. Als dierenvriend moest je keuzes maken. Want de natuur was al ingewikkeld genoeg. Wat moest je met meeuwen die het eten van de eenden wegkaapten of met kraaien die nesten van musjes leeghaalden? Of nog erger, katten die op de loer lagen bij de voederplekken en trots met hun buit thuiskwamen? Het paste niet in haar schema maar ze accepteerde het. Het was zoals het was. Zonder een gezonde mate van cognitieve dissonantie kan je de natuur nu eenmaal niet liefhebben.


Gewetensnood

Dit korte verhaal draagt natuurlijk niet voor niets de titel Snoekenweer 4. Een nieuwe aflevering in een serie visgerichte belevenissen uit mijn jeugd. Uit het bovenstaande zal duidelijk zijn geworden dat mijn moeder in het geheel niets op had met het voor de lol vangen van vis. Dit verhaal is overigens wat minder oud. Het speelde zich af, ergens in de jaren negentig in Hilversum. Het jaartal heb ik niet meer kunnen achterhalen, wel de datum: 9 februari. De verjaardag van mijn moeder. Laten we zeggen dat ze 75 jaar was geworden. Om en nabij.


Geheel tegen haar gewoonte in had ze me een paar dagen eerder gebeld. Ze had in de Gooi en Eemlander gelezen dat er bij de Oude Haven aan de Havenstraat een reiger was gesignaleerd. Er was blijkbaar weinig nieuws op dat moment. Het was koud en er lag ijs. Mijn moeder meldde dat ze zich zorgen maakte om de reiger die volgens haar zeker zou verhongeren omdat hij niet bij de vis kon komen. Ik weet nog dat ik een diep zucht slaakte en zei dat je bij ons in het Westen je nek brak over de reigers en dat ik een behoorlijke hekel had gekregen aan die sluipmoordenaars. Vijvers, sloten en vaarten, alles priemden ze leeg met die dodelijke dolk en die katapultnek. Lang leve een flinke laag ijs. Ik betwijfel ten zeerste of mijn moeder überhaupt gehoord heeft hoe ik tegen de reiger aankeek.


Naarmate de Gooise Vaart Hilversum meer naderde moest er dieper worden gegraven om bij water te komen en werden de hellingen steiler en hoger.




Enige tijd later spraken we elkaar weer en toen vertelde ze, met enige trots, ze had ook op hoge leeftijd nog iets eigenzinnigs, misschien wel ondeugends, hoe het met de reiger was afgelopen. Hoe het had kunnen aflopen heb ik er zelf bij bedacht.


Mijn moeder had eens goed over de hele situatie nagedacht en was eruit. Op 9 februari was er markt op het Langewenst en daar meldde ze zich al vroeg bij de viskraam uit Spakenburg.


Het was bitter koud en er was geen tijd meer te verliezen. De arme reiger stond al een paar dagen rammelend op het ijs en was aan het eind van zijn latijn. Met een zak vol vissenkoppen, ik neem aan koppen van makrelen, in ieder geval geen snoekenkoppen, en nagewuifd door een struise Spakenburgse in klederdracht, stapte ze op de fiets richting de Oude Haven. Daar aangekomen stelde ze vast dat er in de diepte van de Oude Haven een reiger stond te kleumen.


De Oude Haven

Hilversummers kennen de situatie ter plaatse, voor mijn andere lezers nog het volgende. De Oude Haven is het eindpunt van de Gooise Vaart waarmee Hilversum in 1843 een scheepvaartverbinding kreeg met Amsterdam. Sinds 1937 werd de vaart alleen nog gebruikt als riolering en als landingsplek voor Sinterklaas. Belangrijk voor dit verhaal is dat het waterniveau vele meters onder het straatniveau ligt. Mijn moeder tuurde dus de diepte in en zag daar behalve een reiger ook een groep meeuwen. Zij begreep direct dat dit een complicatie opleverde. Ze was van plan geweest de makrelenkoppen over de het muurtje te kieperen, maar ze realiseerde zich nu dat ze dan een prooi van de veel bewegelijker meeuwen zouden worden. En het ging nu even om de eenzame, verkilde reiger. Die had in de krant gestaan!


Mijn moeder besloot tot een alternatieve voederaanpak. Als ze de koppen bij de reiger kon neerleggen en tegelijk de meeuwen op afstand houden, zou de reiger een kans hebben. Probleem: hoe kwam ze beneden? Ze besloot zich voorzichtig langs het steile talud naar beneden te laten zakken. In diepe hurkzit.


Arme reiger

Dat ging maar even goed. De ondergrond was bevroren en bedekt met een dun laagje ijsaanslag. Daar ging ze dus. Eenparig versneld richting de afgrond. Geen houden meer aan. Ze eindigde op het ijs, of beter er min of meer doorheen in de ijskoude prut. Tot overmaat van ramp kwamen de koppen er achteraan en regenden als een oudtestamentische straf op haar neer. Ze wist uit het water te klauteren en begon aan de risicovolle beklimming van het talud. Achter haar rug deden de meeuwen zich te goed aan deze onverwachte traktatie. De reiger stond erbij, een beetje achteraf, en keek ernaar.


Eenmaal boven, stinkend naar afvalwater en makreel, bedacht mijn moeder dat ze jarig was en dat er mogelijk al visite was gearriveerd. Ze deed nooit een deur op slot als ze even wegging. Bijvoorbeeld om een reiger bij te voeren. Ze keek nog een keer om, zag geen reiger en wel meeuwen die vochten om de laatste koppen, en haastte zich naar huis. Het was zoals het was. Want zo was ze ook wel weer.



Jantje Boonstra, mijn onvergetelijke moeder overleed in 2013. Zij werd 95 jaar. 







Espunt, 19 maart 2018