Wijnand Hoogstraten

Rolduc en de Utrechtse Studentenparochie

14 juni 2022, Jeugdherinneringenaan het Rijke Roomse Levenvan Wijnand Hoogstraten


Vooraf

Ruim tien jaar geleden kwam ik bij toeval in contact met Wijnand Hoogstraten, net als ik een oud-lid van de Utrechtse studentenvereniging C.S. Veritas, hij in de jaren veertig, ik in de jaren zestig. Wijnand bleek een uitstekend geheugen te hebben en kwam geregeld met kleurrijke herinneringen aan zijn jonge jaren waarin het Rijke Roomse Leven een onuitwisbare rol speelde. Onderstaande registratie ontving ik van hem in 2012 en heb ik aan de vergetelheid ontrukt naar aanleiding van het overlijden van Pater Gerard Oostvogel in 2021. Hij maakte deel uit van het Utrechtse studentenpastoraat in de jaren zestig en zeventig met een speciale betrokkenheid bij Veritas. Tijdens zijn Utrechtse periode was hij getuige van ingrijpende veranderingen in de positie van de katholieke kerk in Nederland. Een van die veranderingen betrof een aanpassing van de statuten van Veritas die inhield dat Veritas zich voortaan presenteerde als: "van oorsprong katholiek". Wat in 1945 nog onaantastbaar leek, was 25 jaar later in ons land nog maar nauwelijks herkenbaar.


Onderstaande tekst ontving ik in 2012.



Beste Gerard,


2013. Cuyk. Wijnand Hoogstraten (rechts) op bezoek bij een iets jongere oud-Veritijn, Veearts in ruste Paul van Maanen.




Met interesse het kerstnummer van de ReünistenVox ontvangen. Het meest opvallende was voor mij, dat het hier gaat om de 125-ste jaargang. Het is haast niet te geloven. Des te meer ben ik verbaasd, dat ik pas sinds vorig jaar van het bestaan wist. Ik heb denk ik veel gemist ervan uitgaande, dat het gehalte steeds zo hoog was als het laatste nummer.


Van de beide artikelen over Nijmegen en Ajab heb ik natuurlijk gesmuld. Er stonden ook nog feitjes in, die ik vergeten was of nooit gekend heb. Hetzelfde wat de foto’s betreft. Ik heb wel de indruk, dat ik wat teveel ben uitvergroot, daar mijn rol meer die van een meeloper was. Ik moet overigens voortaan wat voorzichter worden met als toelichting bedoelde uitlatingen. Voordat je het weet, word je geciteerd. Dat zulks geldt voor journalisten is mij natuurlijk wel bekend, maar redacteuren kunnen er kennelijk ook wat van. Er zijn nu honderden reünisten, die nooit van mij gehoord hadden, ineens op de hoogte van mijn reilen en zeilen en die hebben nu ook nog mijn e-mail adres. Geen ramp, maar optredens in vreemde kring heb ik nooit gezocht. Des te meer overigens in vertrouwde omgeving van familie, werkfeestjes jubilea en verenigingsleven, waar een act met eigen geschreven teksten al of niet op rijm of gezongen op psalmen melodie niveau een welkome onderbreking kon zijn ter verhoging van de sfeer. In de Vox kom ik er nog genadig af. Ik let dus voortaan beter op mijn woorden (en dan voeg jij toe, aldus Wijnand Hoogstraten. Een zin om te onthouden.)


Ook ben ik onder de indruk van het druktechnische werk en de kwaliteit van de lay-out en het hoogwaardige papier. Ik heb een paar maal aan de wieg gestaan van periodieke uitgaven. Dat begon met de schoolkrant, gevolgd door een blad voor onze tennisvereniging, daarna een bedrijfs-personeelsblad en de uitgave van een PR blad van de totale Nederlandse farmaceutische industrie (Nefarma ) met ingehuurde journalist, om dan maar niet te spreken van de verslagen voor de kerkelijke activiteiten, de biljart en bridge wedstrijden in het ganse land. Vaak notulen, waarmee je anderen kunt manipuleren door afspraken op te dringen en vast te leggen en vervolgens ter controle te hanteren op die punten die ik belangrijk vond. Kortom mogelijkheden tot dwingelandij!!

Ik trof het artikel over het Catharijneconvent en de mij dierbare Mebius Kramer (Veritas jaar van aankomst 1946) .

En sinds dat moment sta ik onder hoge druk als een broedse kip. Allereerst Mebius en ik gingen tegelijkertijd met een meisje uit Voorburg, beiden van de Van Woudekade, bijna buurmeisjes. Dat gaf een band tussen ons, vooral op feestjes. Mebius zelf kwam ook uit Voorburg. Jaren later trof ik gezeten op het terras van onze jaarlijks gehuurde zomerhuis pal aan het meer van Heeg op een voorbijgaande prachtige platbodem op 5 meter afstand Mebius aan het stuur de haven uitvarend, Het was een daverend weerzien. Die beste Mebius, rustend hoogleraar in de veterinaire sector, blijkt te wonen in een gebouw met een Veritas-anekdote. Daarover straks meer.


Veritas na 1945

Elke Veritijn was in principe in die naoorlogse jaren katholiek en qualitate qua lid van de R.K. Studentenparochie. Een andersgelovige heb ik in elk geval nooit ontdekt, al had je wel gradaties !!!! Leider was de roemruchte pastoor S.Th. Visser, een man van stavast, een mooi artikel waardig. Bekend waren zijn preken, die meestal begonnen met een citaat van zijn geliefde Chesterton i.p.v. een bijbelspreuk. Mooie kerel, die erop stond dat hij primair pastoor was van de studentenparochie en pas daarnaast ook moderator van Veritas.


Tijdens de oorlogsjaren, toen de meeste Veritijnen waren ondergedoken, stond Visser ook zijn mannetje. Hij zocht per trein en zo mogelijk ook per fiets de onderduikers op om zo zijn zorg te uiten en te delen, mede ter verhoging van het moreel. Dit terzijde. Ik wacht op een eresaluut aan hem, maar ook aan zijn opvolger de onvolprezen kapelaan / moderator Nico Vendrik. Vele jaren steun en toeverlaat vooral voor studenten in veelal geestelijke nood.


Vanwege zijn afscheid van Veritas, toen hij benoemd was tot leidsman van de vele priesters in gewetensnood werd er onder reünisten een inzameling gehouden om Vendrik mobiel te maken. In een mum van een tijd had de betreffende commissie van Veritas een nieuwe auto ter beschikking, die hem bij zijn afscheid vol verve namens de reünisten werd aangeboden. Vendrik ontroerd en blij verrast dankte, maar kon het niet nalaten de gulle gevers er tevens op te wijzen dat het hem toch ook verontrustte, dat reünisten kennelijk snel in goede doen kwamen en dat hij vond dat zulks een grote verantwoording gaf. Een waarschuwend woord, dat er meer was dan alleen materiële zaken.

Hij deed nog vele jaren bijzonder mooi werk binnen het bisdom. Kortom Visser en Vendrik, niks ten nadele van hun opvolgers, twee bijzondere mannen met visie. Wijd er maar eens een artikel aan, nu er nog mensen zijn die over hen kunnen vertellen.

Ter afronding van dit hoofdstuk : er waren ook R.K. studenten in Utrecht, die niet lid waren van Veritas. Hoeveel, dat kwam nooit uit de verf. Deze zogenaamde nihilisten, die elkaar in de stad wel in cafés ontmoetten en uiteraard ook op de colleges waren op papier evenzeer gerechtigd deel te nemen aan de wekelijkse misviering aan de kinderhuissingel, in de huidige woonplek van Mebius. Pastoor Visser voelde zich ook voor die groep parochie-geestelijke. In principe waren er dus twee soorten parochianen en dat bood in het hieronder te vertellen verhaal perspectief.

Het Chorus Virorum (mannenkoor) was bijna automatisch ook het kerkkoor. Ik neem aan zonder nihilisten.... Hoe zat het met de misdienaars ? Een verhaal apart.


Wierookzwaaier in Rolduc (kostschool)

Abdijcomplex Rolduc naar een tekening van Alexander Schaepkens uit 1854.


Nu moet ik ter verheldering even een stap terug in de tijd. Ik vraag even uw geduld, maar het is een straaltje uit het rijke roomse leven, waarmee de R.K. studentenparochie op enig moment werd overgoten.

Het verhaal begint op de kostschool Rolduc, gelegen in een uithoek van Kerkrade tegen de Duitse grens weggedrukt. Ik kwam er in 1937 (11 jaar) terecht. Rolduc kende in en onder de oorlog een gemeenschap van 430 leerlingen (gymnasium, HBS, Hogere Handelsschool en ook een stuk seminarie) onder de hoede van ongeveer 35 priesterleraren van de categorie wereldheren, dus geen kloosterlingen. Het lerarenaantal werd aangevuld met zo’n 10 lekenleraren die in de omgeving woonden. Verder voor de verzorging een twintigtal nonnen en een tiental knechten veelal voor het ruwere werk.


Die 35 priesters deden iedere dag hun mis. Ergo, er waren dagelijks een gelijk aantal misdienaars nodig. Elke leerling kreeg of hij wilde of niet een paar maal per jaar een week lang de opdracht een misje te dienen op een van de 12 bij-altaren. Er waren drie kosters, toekomstige priesters, die jou als je aan de beurt was, uit de kerk plukten of anders werd je na de hoofdmis uit de studiezaal opgesjord. Als een priester zich verslapen had kon je zelfs onder het ontbijt na het uur studie weggehaald worden.


Naast die misdienaars was er de elite-groep van acolieten. Het was een hele eer als je tot dat gezelschap wist door te dringen. Je had daarin een hele trap van ontwikkeling door te maken. Bij grote festijnen als Pinksteren, Allerheiligen, Directeursfeest of priesterjubilea en nog wat aparte dagen trad er een groep van tien man op. Twee kaarsdragers links, twee kaarsdragers rechts aan de buitenkant, dan meer naar het midden de twee scheepjesdragers met wierook en smeulende kooltjes, een links en een rechts en dan geheel in het midden vier wierookvatdragers. En tussen die vier een eerwaarde ceremoniarius, een van de priesters, voorzien van een lange stok met een zilveren Mariabeeld er bovenop, die aangaf wanneer wat moest gebeuren. Zij vormden met zijn elven een scherm, waardoor je minder zicht op het altaar had, waar in die dagen de zogenoemde mis voor drie heren werd gevierd.


Met stokstoten op de grond werd aangegeven wanneer de vier wierookdragers achter elkaar staande mochten beginnen met de wierookvaten te zwaaien. En als ik zeg zwaaien dan bedoel ik dat dit zijdelings gebeurde met gestrekte arm voluit, zodat het wierookvat net niet omkiepelde, maar wel zo hoog mogelijk. Het visitekaartje van Rolduc m.i. Stel je voor, vanuit de kerk zie je die vier als één persoon met vier armen, twee vaten tegelijk naar links en de twee andere tegelijk naar rechts. Kerelswerk voor de wat oudere leerling. Vanaf het eerste feest wist ik, dat ik eens dat eerste wierookvat zou mogen zwaaien en niet steeds in die rot bank hoefde te blijven zitten. Ergo ik meldde mij aan en mocht na verloop van tijd, zorgend dat ik niet teveel strafnoten kreeg, op proef meedraaien. Ik startte als tweede kaars links, het laagste in de hiërarchie. Ik had nog een lange weg te gaan. Ik promoveerde na een paar jaar en werd opeen gegeven moment scheepjesdrager links. Nog steeds geen wierookzwaaier.

Komt een moment vlak voor de consecratie. Ik ben opzij in de teruggetrokken nis bezig het wierookvat van tweede zwaaier links te vullen en aan te blazen zodat de gewenste rookontwikkeling plaatsvindt, want er moet zo centraal mogelijk worden opgetreden. Zie ik dat in een van de vier lange kettingen door verkeerd wegleggen een knoop is ontstaan. Ik wikkel die knoop uit die ketting, maar kreeg er daardoor twee andere knopen voor terug. Gauw herstellen, kan nog net. Teruggedraaid komt er nog een knoop bij. Het kettingwerk werd korter i.p.v. langer. Het werd een knoedeltje er was niet mee te zwaaien. Paniek in de tent.


De ceremoniarius aan de andere zijde heeft niets in de gaten en verzamelt de groep in de rij. Als blijkt dat het aan de linkerkant niet klopt, moet hij het altaar op en de directeur verzoeken even met de consecratie te wachten. De drie heren gaan braaf een trede lager op de knieën in afwachting van nadere berichten. Consternatie in de kerk achterin, waar men van niets weet en de stilstand niet begrijpt. Geroezemoes alom. Er werd door een koster een ander wierookvat van minder allooi naar boven gebracht en de kooltjes uit het mislukte vat werden overgeheveld onder de ogen van de zeer ongeduldige ceremoniarius. Pas toen kon het zwaaien in gelid ter voorbereiding op het sacramentele worden gestart. Een vertraging van 5 minuten. Ik werd voor drie maanden geschorst.


Ik was net weer toegelaten tot het elitecorps, ik denk twee maanden later of ik werd uit de studiezaal gehaald door de priester-voorzitter van de acolieten. Ik had die morgen als gewone misdienaar gediend en zoals wel vaker gebeurde z.g. per ongeluk, maar wel expres mijn ampul met wijn omgestoten, die wijn achter een deur snel van het tableau opgedronken en toen de waterampul daar op geledigd en in de sacristie een nieuwe vulling opgehaald, die daar altijd gereed stond onder toezicht van de kosters. Mededeling: je bent gezien en voor goed ontslagen als acoliet. Einde oefening. Ik werd dus nooit de gedroomde wierookzwaaier. Een kinderdroom, toen elf jaar oud, aan gruzelementen. Eigen schuld dikke bult. Heb ik als frustratie nog jaren op Rolduc meegedragen. Totdat......je voelt het al aankomen, ja, totdat de tijd van Utrecht kwam, de R.K. studentenparochie!!!


Van Rolduc naar de Utrecht

Vele Rolduciens gingen of naar Tilburg economie studeren, maar minstens zovelen gingen naar Utrecht. In 1945 waren er zeker een twintigtal verdeeld over de verschillende jaren. Geen wonder dat deze ervaren misdienaars beslag legden op die functie in de studentenparochie. En ja hoor het wierookzwaaien op zijn Rolducs deed zijn intrede, al gaf het aanvankelijk wat gefrons op het voorhoofd van pastoor Visser. Hij verbood het niet. Zo had Veritas met hen en het chorus een dominante rol bij de wekelijkse viering aan de Maliesingel of hoe dat tegenwoordig heet. Mebius woont er.


Het bestuur wandelde vanuit de sociëteit normaliter door het park naar de bewuste kapel en zat qualitate qua op de eerste rij links bij de uitgang van de sacristie. De meeste Veritijnen zetten hun fiets bij de soos en gingen te voet verder.


Dan gebeurt er iets heel bijzonders. Er moet een nieuw Veritasbestuur komen, zoals elk jaar. Maar ditmaal gebeurt het niet zo soepel. Meestal worden de kandidaten door het bestuur bekend gemaakt zonder meer gekozen zonder tegenkandidaten. Ditmaal is het anders: het gaat om het nieuwe bestuur voor 1947- 1948. Voor de functie van abactis secunda zijn er ineens twee kandidaten. Dat is de door het bestuur naar voren geschoven Philo Pot van het jaar ‘45, mijn jaar dus, en de door de meisjeskamer naar voren geschoven Gerda Hoogstraten, een Wig, de eerste groep van na de oorlog, en inderdaad mijn oudere zus.


Er ontstaat veel geroezemoes en achterklap, kiezen tussen de jongere Philo, ligt goed bij vele jongens, en de wat oudere Gerda met veel aanhangsters uit de dameskring. De verkiezing wordt aangekondigd en de zaal links van de ingang heeft een heuse stembus. Vanaf half elf kan men kiezen tot zes uur. Een comité zorgt dat alles ordentelijk verloopt. Denkt men althans.


Tegen half 5 stopt er een ouderwetse Citroën met treeplanken opzij voor de deur. Er springen vier man uit. Twee bezetten de voordeur en twee rennen het stemlokaal binnen en grissen de stembus mee, die door het open raam van de auto wordt gekiepeld. De vier mannen springen op de beide treeplanken en de auto verdwijnt in vliegende vaart links om de hoek.


Wie deed dat en waarom? Ik wist wat er komen zou. Het was mij verteld. Het was een stunt van een aantal van mijn jaargenoten. Als broer van de tegenkandidaat wilde ik niet deelnemen aan deze actie en ik wist ook niet zo goed wat ik ervan moest denken. Al snel was bekend wie dat viertal was. Ze hadden zich niet vermomd.


Gevolg: directe schorsing als lid met verbod op toegang tot het Eigen Huis en het uitschrijven van nieuwe verkiezingen. Voor de beide kandidaten was het een vreemde situatie. Dagenlang werd er druk gespeculeerd wat nou precies de reden was en wat er de gevolgen van zouden kunnen zijn. Er verschenen meer wervende teksten ad valvas en de mooiste waren de spandoeken met de teksten : zijt ge voor God, stemt Philo Pot en de ander : zijt ge van God verlaten, stemt dan Gerda Hoogstraten.


De makers kwamen kennelijk uit 1 hoek. Herstemming bracht Philo in het bestuur. Later werd Gerda presidente van de Meisjeskamer.


Dit was niet het einde van het verhaal. De vier geschorsten, wat moest daarmee gebeuren? Het werd zondag en het oude geplaagde bestuur, nog steeds verbolgen over de overval, toog ter kerke. Als gebruikelijk op de eerste bank links. Het orgel zwol aan en de sacristiedeur ging open. Twee van de vier geschorste overvallers, nog nooit eerder als misdienaar opgetreden, kwamen als eerste vlak langs de bestuurders met een grijns op het gezicht te voorschijn vergezeld van twee oude rotten van Rolduc gewapend met twee in plaats van het gebruikelijke ene wierookvat, gevolgd door een genoegzaam kijkende pastoor Visser, die de accentuering dat niet-leden van Veritas ook de mis konden dienen wel kon waarderen. Het werd zo een mis met vier acolieten i.p.v. de gebruikelijke twee.


De twee andere overvallers waren inmiddels op de eerste rij rechts beland. En de mis kon beginnen. Een introïtus om nooit te vergeten. Nico Bergstein uit Kerkrade en ik hebben uitbundiger dan ooit met de wierookvaten gezwaaid en op het geijkte moment dat het plebs op de gebruikelijke manier moest worden bewierookt twee aparte zwaaien naar de bestuursbank gebracht. Het gaf kennelijk enige ontspanning aldaar na aanvankelijke zure gezichten.


De mis ging uit en de gebruikelijke stoet richting soos door het park zette zich in beweging. Toen de vier overvallers zich bij de stoet aansloten werd op de hoek van de Kromme Nieuwe Gracht bij monde van een van de bestuursleden toch nog even fijntjes gemeld, dat geschorste leden niet welkom waren. Wij zijn toen in arremoede naar het Utrechtse etablissement Pays Bas gegaan om daar gnuivend over het succes van onze parochiële actie onder het genot van een cognacje nog lang na te praten.


De geschorsten werden na een aantal weken na hun excuus weer in genade aangenomen. Pastoor Visser liet later blijken dat hij het onderwerp R.K. studentenparochie en de verhouding met Veritas niet uit de weg ging.


Hoe het er heden ten dage op dit punt voor staat heb, ik geen idee. Tempus fugit.


Misschien kan je iets met dit verhaal al zijn het er eigenlijk twee. Als je er niets mee kan of niet de moeite waard vindt, geen nood. Ik vind het geschikt om mijn kinderen en een aantal kleinkinderen een idee te geven over een tijdvak dat ze niet kennen, inclusief de ceremoniële pracht van een deel van het rijke roomse leven en de structuur van die tijd. Dan heb ik nog geen woord gewijd aan de prachtige kerkelijke muziek in vele soorten .


Wijnand Hoogstraten, 2012