Het einde van de ondergang

Kort verhaal, 16 november 2017

Het einde van de ondergang.



‘Wij zullen hier een doorgang moeten forceren,’ houdt de voorgangster zijn aanhang voor. ‘Zonder ingang geen toegang. En zonder toegang geen ondergang. Eenvoudiger kan ik het niet maken.’


‘Wij zullen doorgaan,’ galmt het terug van het laaghangende fruit dat boven onze hoofden onheilzwanger zompt en druipt.


Er klinkt gangsterrap: ‘Leidt ons naar de ondergang, voorgangster. Al onze gangen zijn nagegaan.’ Ritmische achterklap vanaf de flanken krijgt de handen op elkaar en laat het dak van laaghangend fruit dansen.


Met een theatraal gebaar tast de voorgangster naar de beide slippen van de voorhang, de witte bef. Tegenhangers zijn in geen velden of wegen te bekennen. Gelukkig maar.


‘Aanhang, ik zal de voorhang openen zodat wij af kunnen dalen in de ondergang. Weet dat aan het aan het eind de teloorgang wacht. Vanaf hier zal het alleen maar donkerder worden.’


‘Hebben wij niet altijd zwart gewerkt?’ roepen wij. ‘Op de tast overal te gast. Was niet ons motto: Opluisteren door verduisteren. Toe voorgangster, toon lef en scheur de bef.’


Hij wijst Uterecht. Want het Uterecht moet zijn loopje nemen. Maar pas op met vuile was! Want van vuile was komt? Nou?


‘Schone IS,’ roepen wij. En zo beschouwd is zwijgen inderdaad goud. Dat is geen familiegeheim.


De voorgangster opent de voorhang en geeft met de driekoppige slangenstaf drie forse tikken op de deur, elke kop komt aan de beurt, die naar de ondergang leidt. Een onvergankelijke deur van het zuiverste gangreen. Als teengangster zit ik in de voorste groep. De gang van de voorbehoeders. Teengangsters hoor je niet aankomen. Ineens staan ze voor je. En dat is wel even schrikken.


De deur heeft geen verweer tegen de driekoppige slang. De tunnel-zonder-licht-aan-het-einde opent zich. De opgehoopte stank van geestdodend gangreen omspoelt ons. Ik laat mijn wangzakken vollopen en stap geluidloos maar wel fluitend de ondergang in. Dit wordt een rites de passage (met of zonder, dat maakt nu niets meer uit). De overgang zal eerder komen dan verwacht. Het effect zal er niet minder om zijn. Opvliegen is nu te laat. De gangmakers kunnen tevreden zijn. De lijnen zijn getrokken. Wat een dradendrang!


Achter de teloorgang ligt het ezelsbruggetje. Het stopt midden boven het ravijn. In de diepte de woeste Catharijnesingel waar einzelgangsters tot bloedworst worden vermaledijd. Wij werpen stukjes appel, geplukt van het laaghangende fruit omlaag, voor op de bloedworst, springen er achteraan, halen het in als was het een time warp, proeven, het smaakt goed noch kwaad, en besluiten toch nog even te wachten met de zondeval.


Wij zwaaien naar de voorgangster. Die is dom. Wat heet. De woeste singel sleurt hem mee naar de Dom. Of is het toch haar? Wij zwaaien iets vaarwel vanaf de halve ezelsbrug. Of is het de Hembrug?


Samen zingen we “Love me tender without gender” maar dan zonder pelvis moves en tenslotte ook zonder brug.


Espunt, 16 november 2017


Reacties uit de periode dat dit verhaal op de site van Literair Werk stond

Tom van Rossum

18-12-2017 12:30

Dag Gerard, er heerst hier een duistere stilte. Ik hoop dat je de toegang naar boven weer terugvindt zo vlak voor de kerst.

Espunt

18-11-2017 00:35

Waarde Bill,
Goed dat je hier weer actief bent. Dank voor je reactie. De stukjes appel hebben alles te maken met de bloedworst. Maar dat is natuurlijk ook maar een mening...

Espunt

18-11-2017 00:32

Dag Gerard,
Dank voor je reactie. Soms moet je de gebaande paden even verlaten.

deheerbill

17-11-2017 23:16

Helder!
Ik neem aan dat de keuze voor het plukken van stukjes appel ipv de hele vrucht, gebaseerd is op de rijpingsstaat (... zompt en druip ...)

Gerard Scharn

16-11-2017 15:05

Dat hakt er weer in!