De Twee Fietsen


Min of meer geloofwaardige adviseurs op YouTube hebben mij ervan overtuigd dat ik zoveel mogelijk alles lopend moet afwerken en dus ook de fiets moet laten staan als het niet echt nodig is. Andere deskundigen op YouTube hebben mij uitgelegd dat de loopsnelheid veel zegt over het aantal jaren dat je nog te gaan hebt (lees te lopen). Ik loop dus als een idioot en kom bekaf thuis. Of dat nou zo gezond is, vraag ik me maar niet af. Ik loop dus eigenlijk met de duvel op mijn hielen.


Ik ben van nature geen wegloper dus ik loop rondjes. Ik heb verschillende rondjes op mijn programma, de een wat langer, de ander wat korter. Tussen een half uur en een uur. Aanvankelijk liep ik die rondjes door de kamer, via de keuken. Mijn lieve echtgenote werd daar erg nerveus van en daar had ik begrip voor. Maar om nou in de ijzige wind en de striemende regen buiten te gaan overleven stond me toch ook een beetje tegen. Een wandelaar op jaren heeft het nu eenmaal ook wat eerder koud. Ik vreesde dat er dan onder de streep van de gezondheidseffecten weinig zou overblijven. Het bleef huiselijk dus wat wrikken totdat er op een zekere dag een flink pakket werd afgeleverd. Voor mij? Ja voor jou. Maar ik heb niks besteld. Nee maar ik wel.


Het bleek een elegante loopband. Voor in de garage als het buiten te barbaars was. Het was zeker een uitkomst. En volmaakte oplossingen bestaan niet. Al snel kwam ik op de band weg met een mooie wandelsnelheid van vijf kilometer per uur. Een draagbaar radiootje sleept me nu door de duistere eenzaamheid van onze inspiratiearme garage heen. Rondjes door ons dorp bleken bloedstollende avonturen vergeleken met het lopendebandgeloop. En het is ook nog een ander soort lopen. Ik stap steeds weer enigszins duizelig van de band. Het brein raakt duidelijk in de war als je loopt maar niet vooruit komt. Kortom, de lopende band is er voor noodweer, er gaat niets boven buiten lopen.


Buiten heb ik een keuze uit verschillende circuits. Soms neem ik de route langs enkele degelijke minibiebjes, waarbij ik een extra oefening zelfbeheersing doe: kijken maar niet meenemen. Soms is er zelfs een klein stemmetje dat sarcastisch opmerkt dat het misschien een goed idee is om zelf eens zo’n tokootje aan de weg te zetten. Je kunt best wat boeken missen, niet dan? Het stemmetje is nog te zwak, zwakker dan de tegenstem die zeker weet dat ik echt geen boek kan missen.


Op zaterdag wil ik nog wel eens langs de voetballerij van SV Nootdorp lopen. Met een wat nostalgisch gemoed, ik heb er zelf tot mijn 52ste gevoetbald. Als begaafde, maar slecht begrepen spelverdeler heb ik er heel wat afgebuffeld. Het kan ook zijn dat ik mijn rondje combineer met aankopen in ons winkelcentrum, dat de fiere naam De Parade draagt. Of met het afhalen van medicijnen bij onze apotheek. Of met een bezoek aan onze eerlijke-kaasboer die aan de rand van het dorp zijn nering heeft.


Een beetje afhankelijk van het tijdstip kom ik nogal wat uitgelaten honden tegen met een baasje dat bij iedere hondenstop even door zijn tijdlijn scrolt, de zogenoemde drolscrol. Ik groet altijd en krijg soms een sterk vertraagde groet terug. Ook moedertjes met kinderwagens hebben niet veel oog meer voor de kleine. Het schermpje scheidt de generaties. Er zijn moeders die menen dat het goed is voor de hechting als ze het mobieltje zo nu en dan even kindwaarts draaien. Maar onderweg een kinderliedje zingen is er tegenwoordig niet meer bij. Ja, soms is er een oma die oppast en nog in levende lijve een sociaal verbindend medium is. Ik hoorde laatst zowaar een nog jeugdige oma het mooie lied “Jo met de banjo, Lien met de mandolien” zingen. Toen ik zag hoe de kleine trappelde was  mijn hele dag goed.


Aangenamer en opwekkender is in deze lentetijd het opfleuren van tuinen en parken. Het is steeds weer een massaal wonder. Tezelfdertijd worden met name ganzen, eenden en ander gevogelte erg opgewonden. Er wordt in onze wateren heel wat afgegakketakt en gekwakketakt. Ik kan u verzekeren dat het er op het punt van de voortplanting in Nootdorp bepaald niet zachtzinnig aan toe gaat. Ik durf wel te stellen dat we ook dit punt iets van de dierenwereld kunnen leren. Zonder mobieltje kan het ook en is het waarschijnlijk ook nog veel leuker.


Juist omdat ik mezelf zeer beperk in het gebruik van de fiets is mijn aandacht voor de fiets de afgelopen tijd sterk toegenomen. Ik zou hier nu een lofzang op de elektrische fiets kunnen houden of een tirade over de fatbike, maar dat zou nogal obligaat zijn. Ieder weldenkend mens weet intussen dat veel ingrijpende (tweewieler)innovaties bijna steeds , zoals munten, twee zijden hebben. Aan de ene kant het gemak, aan de andere kant de ontsporing, het gevaar. Een gevaar dat overigens nog groter wordt als er een combinatie met het mobieltje mogelijk is. We moeten vrezen dat de klassieke “op-eigen-kracht-fiets” het onderspit gaat delven. Niet iedere verandering is automatisch een verbetering. Ik hou het nu even bij de gewone fiets, de veiligheidswieler van John Kemp Starley uit 1885, die vijf jaar later ook nog luchtbanden kreeg.


Op een van mijn rondjes passeer ik een appartementencomplex. Naast de ingang staan twee fietsen, gewone fietsen, niet meer dan drie versnellingen, een damesfiets en een herenfiets. Beide op een standaard en beide op slot. Aanvankelijk schonk ik er geen enkele aandacht aan. Ze vielen op geen enkele manier op. Maar nu, na een aantal maanden, beginnen ze me te intrigeren. Ze staan er nog steeds. En ik hou nu ook in de gaten of ze verplaatst zijn. Dat zijn ze niet, geen millimeter. Ik ben er onlangs eens, wat nonchalant, naar toe gelopen om ze van nabij te bekijken. Keurige fietsen, zeker geen trash, maar ook geen topkwaliteit. Ze zien er nog netjes uit. Ze hebben de winter zo te zien goed doorstaan. Maar wat deden die fietsen daar? Er begon iets te zoemen in mijn hoofd. Vragen?


Waren ze achtergelaten? Door wie? Waarom? Waren ze misschien overbodig? Hoe lang kunnen fietsen ergens in het openbaar staan voordat iemand iets gaat doen? Wie kan er wat doen? Wie mag er wat doen? Is het een randstedelijk fenomeen: het is mijn zaak niet, ze zoeken het maar uit, ze staan mij niet in de weg.


Of spelen er andere zaken, is er angst dat er meer achter steekt? Misschien zijn de objecten vervloekt. Dan kun je er beter van afblijven. Is het misschien een opzetje om problemen te veroorzaken, wordt er stiekem gefilmd (candid camera) voor een leuke act op TikTok of iets dergelijks als er iemand een hand naar de fietsen uitsteekt? Misschien een studentengrap? Is het een scène in een project waarin de queeste van een fietsenstel centraal staat? Een beetje als het avontuur van de Delftse tuinkabouter die op een zeker moment uit een tuin werd ontvreemd en zich vervolgens meldde vanuit allerlei plekken op de wereldbol. Misschien een experiment van een student psychologie voor zijn afstudeerproject? Hoe reageert men in een nette buurt op de langdurige aanwezigheid van twee eenzame fietsen die alleen elkaar hebben? Van psychologen is bekend dat ze de vreemdste dingen uit de kast halen om het brein te testen en zo de bul te verwerven.


Zijn de bezitters misschien op bezoek gegaan in een van de appartementen, een feestje, hebben ze te veel gedronken en zijn ze met een taxi naar huis gebracht? Die fietsen kwamen ze dan later wel ophalen. Eenmaal thuis bleken ze zozeer aangetast door de alcohol dat ze geen moeite meer deden om hun fietsen terug te krijgen. Ach, het waren maar gewone fietsen. En een elektrische fiets was voor hun fragiele bestel misschien toch wel het beste.


Of woonden ze in een van de appartementen en zijn ze eenmaal thuis aan iets ernstigs bezweken en liggen ze nu al maanden in hun appartement zonder dat een van de buren ongerust raakt omdat hij de buurtjes al zo lang niet meer heeft gezien? Je weet het niet. Mijn gedachten zwalken heen en weer tussen iets ordinairs en iets ergs?


Moet ik dan toch zelf maar iets doen? Misschien wel. Ik ben ook altijd de enige die een omgewaaide fiets weer rechtop zet, terwijl het winkelende publiek er met een moeizame boog omheen scharrelt. Mijn echtgenote en mijn dochters doen dan even of ze er niet bij horen. Het valt niet altijd mee om het goede te doen.


Maar ik blijf me wel afvragen op welk moment het bevoegde gezag zijn verantwoordelijkheid neemt. Is er in de gemeentelijke verordeningen iets geregeld over hoe te handelen bij een kennelijk achtergelaten fiets. En wat is dan kennelijk? En ik verbaas me ook over de apathische opstelling van de bewoners van het complex. Anderzijds, het zij toegegeven, is het ook wel weer een hoopvol teken dat een verloren voorwerp niet zomaar wordt meegenomen. Maar het gaat hier wel om een vervoermiddel dat historisch gezien bijna is uitgestorven en dan ook nog op slot zit. Waarde nul? Ja, dat moet het haast wel zijn. De veiligheidswieler heeft zijn langste tijd gehad. Het is hard maar de vooruitgang laat zich niet temmen.


Gerard van de Schootbrugge

5 april 2026