Gerard van de Schootbrugge & Espunt
45-85-25, deel 6
Ons wenkend perspectief: de Nieuwe Wereld
In wat voor wereld zijn we na tachtig jaar terechtgekomen?
Hans Sondaal
Een paar jaar geleden interviewde ik voor ons reünistenblad Hans Sondaal. Hans was, net als ik lid geweest van de Utrechtse studentenvereniging Veritas, toen nog RK. Hans had er een succesvolle loopbaan als diplomaat opzitten. Hij had het gebracht tot ambassadeur en veel van de wereld gezien. Hij had op een aantal posten de gelegenheid gehad om kennis te nemen van de internationale mores en verhoudingen.
Hans kwam uit een goedkatholiek nest, waarin na de oorlog de vaste overtuiging bestond dat zo’n gruwelijke ramp nooit meer mocht gebeuren. En dat moest kunnen als staten zich zouden houden aan internationaal geldende regels, afspraken en verdragen. Een wereld gebaseerd op wat rond 2000 is gaan heten een ‘Rules-Based Order’, een op regels gebaseerde wereldorde. Het waren de juristen van het internationaal recht die daarvoor na de oorlog de bouwstenen moesten aanleveren.
Een nieuwe, naoorlogse studentengeneratie voelde zich aangetrokken tot deze belangrijke taak. Zo ook Hans Sondaal. Hij ging, met vele andere idealistische studenten, begin jaren zestig in Utrecht internationaal recht studeren. En hij vertelde mij wat er op het eerste college gebeurde. De hoogleraar gaf een schets van het vakgebied en toonde zich gelukkig met het grote aantal aanmeldingen. Het slot van zijn inleiding kreeg evenwel een onverwachte wending. Het was een waarschuwing. Hij was overtuigd van het belang van de nieuwe wereldorde, maar hij waarschuwde tegelijk voor een ongebreideld vertrouwen in zo’n nieuwe wereldorde. Hij waarschuwde zijn studenten. In de praktijk zou blijken dat ook in de toekomst, als het er echt op aan kwam, de verhoudingen in de wereld gebaseerd zouden blijven op macht. Het recht van de sterkste.
Hans vertelde me hoe deze opmerking als een schok binnenkwam. Of eigenlijk niet. De zaal zat vol idealisten, gelovigen. Er was ontkenning, woede. Zij zouden laten zien dat het wel kon. Het moest. Een paar jaar later zouden ze zo’n hoogleraar gewoon naar huis gestuurd hebben. Maar toen ik hem sprak, na veertig jaar buitenlandse dienst, kon Hans niet anders dan erkennen dat die hoogleraar gewoon gelijk had gehad. Hans had de bewijzen, klein en groot, overal gezien. De sterken houden zich aan de afspraken zolang hen dat goed uitkomt.
Van het licht naar het duister
Ik denk dat we nu op een punt in de historie zijn aangekomen waarin we er niet langer omheen kunnen. Wij hebben het licht, of beter de duisternis, nu ook gezien. Eindelijk? Helaas. Na tachtig jaar zijn onze ogen echt geopend. We hebben een tijd lang prettig geleefd met wat we nu naïeve illusies kunnen noemen. Maar het valt nu niet meer te ontkennen, de grote staten zitten aan de knoppen die voor een flink deel gefabriceerd zijn door de grote techbedrijven. En die houden ook al niet van regels. En zo krijgt het wereldtoneel steeds meer het karakter van een schaamteloos Catch as Catch Can (waar we in mijn jeugd op de Hilversumse kermis vol ontzag kennis mee maakten). Een treurig uitvloeisel is dat de populariteit van onze democratische rechtsorde, gebaseerd op regels en tegenmacht, waar we hier nog steeds in geloven en terecht trots op zijn, duidelijk terugloopt. Ook bij ons. Zelfs bij ons. We zitten nu, lijkt het, in een overgangsfase van de quasi-democratieën. In steeds meer landen begint de zogenoemde democratie te lijken op volkstoneel. En dan te bedenken dat de Griekse filosoof Plato het allemaal al door had. Niets nieuws onder de zon. Volksmennerij drijvend op loze beloftes, liegen en bedriegen.
De doif is dood, meneer
De afgelopen tachtig jaar was voor een flink deel van de mensheid, en zeker voor ons, trotse burgers van het Vrije Westen, een periode van groeiende welvaart met uitlopers naar bedenkelijke decadentie. Maar nu lijkt zich een lelijke kink in de kabel te openbaren.
Ik zag Mark Rutte voor me en moest ineens denken aan die prachtige sketch van Toon Hermans als aankomend goochelaar. Hij moet auditie doen met zijn duiventruc. Na eindeloos gestuntel moet de meelijwekkende goochelaar met een buitenlands accent bekennen: “de doif is dood, de doif heeft te lang in het zwarte doosje gezeten meneer.” Is de zwarte doos ook niet het wereldwijde rampensymbool? Mark Rutte, nu vertwijfeld bezig om de militaire zelfredzaamheid van Europa handen en voeten te geven. Maar ook hij, historicus van opleiding, was al die jaren dat hij Nederland leidde, doof voor de Amerikaanse oproep aan de NATO-leden om ook het Nederlandse defensiebudget op het afgesproken niveau te brengen. Laksheid? Geen gevoel voor de veranderende internationale machtsverhoudingen? Ach, het zal zo’n vaart niet lopen. Onze grote bondgenoot laat ons echt niet in de steek. En oorlog in Europa, dat gaat echt niet meer gebeuren. We hebben na twee wereldoorlogen ons lesje wel geleerd. Wij, de EU c.s., gaan hooguit nog economische uitdagingen aan, moeilijk genoeg, maar we zijn beschaafd geworden, en beschaving is wat we te bieden hebben. Waarom zou iemand nog boos op ons kunnen worden? We zijn toch niet voor niets een toevluchtsoord voor hen die bescherming en een beter leven zoeken.
Knikkende knieën
En nu? Zomaar ineens, staan we met knikkende knieën (en op de knieën) in een nieuwe wereld en worden we god betert ook nog in de steek gelaten door onze grootste vriend. We zitten zomaar ineens boordevol vragen. Onzekerheid alom. En ergens in een Moskouse bunker zit iemand die niets liever doet dan die onzekerheid, die sluipende angst, flink aanjagen. Hybride oorlogsvoering werkt. Dreigen werkt. Propaganda werkt (heel goed). Het verschil tussen waarheid en bedrog lost op in een grauwe mist. De NATO bestaat niet meer, de EU rammelt, Nederland is versplinterd.
Landjepik
Angst is een slechte raadgever en dat komt deze poppenspeler heel goed uit. Weten we nog wel dat een voorganger/leermeester in de jaren dertig ook maar zijn zin gaven? Zoet houden. Paaien. En weten we nog hoe dat heeft uitgepakt? Marks Daddy heeft het in ieder geval helemaal gehad met het oude Avondland. Hij is begonnen aan een nieuw hoofdstuk: de verdeling van de wereld in een paar invloedssferen waarin niet langer regels en verdragen gelden maar macht, economisch en militair. Binnen zo’n invloedsfeer mag de topdog vervolgens zijn gang gaan. Geen tegenmacht, geen controlerende instellingen. Geen democratie. Jij mag je gang gaan in Europa, maar dan wil ik mijn handen vrij hebben in Noord- en Zuid-Amerika (en de rest). Jij Oekraïne, dan ik Venezuela, of Canada, of Mexico, of alle drie.
Jalta (op de Krim)
Het doet een beetje denken aan de afspraken die februari 1945 in Jalta (op de Krim!) zijn gemaakt door de toen geallieerde bondgenoten Roosevelt, Churchill en Stalin. Het nieuwe Europa moest democratisch worden en Stalin zou dat voor zijn deel van de taart gaan regelen. Iedereen blij. Een paar jaar later werd duidelijk wat de Russen onder democratie verstonden. Was het communisme niet het ultieme democratische ideaal? IJzeren Gordijn ervoor en verder niet zeuren.
En natuurlijk zal er wel weer een tijd komen waarin het volk gaat morren en waarin klimaatveranderingen strepen door rekeningen gaan halen, maar voorlopig waait de wind uit een zorgwekkend kille hoek. En de windkracht neemt toe.
Informatiebrochure
Wordt deze december voorlopig de laatste waarin we onbelemmerd konden uitpakken? En nog even lekker voor de lol wat knallen? Met alle surprises liftte er onlangs ook een nogal opmerkelijke brochure van onze overheid mee. Het “Informatieboekje: bereid je voor op een noodsituatie”. Om de schok wat te dempen staat er niet plompverloren dat we serieus rekening moeten houden met een oorlog, maar wordt het wat ingepakt:
“In Nederland hebben we bijna altijd stroom, water en internet. Maar bij een noodsituatie, zoals extreem weer, oorlog of een grote storing, kan dit ineens wegvallen.”
Er staat dus niet: als er een oorlog uitbreekt, is de kans levensgroot dat basisvoorzieningen zoals stroom, water en internet getroffen worden en uitvallen. Er staat ook niet dat we in feite al in een oorlogssituatie verkeren.
Hoe zijn we zo in de problemen, zeg maar shit, gekomen? Hebben we niet goed opgelet? Waren we te veel met onszelf bezig? Is er niet gewaarschuwd? Waren we misschien gewoon arrogant? Arrogantie heeft in de loop van de geschiedenis al heel wat machten omver gekegeld. Paul Schnabel, voormalig directeur van het Cultureel Planbureau (CPB), kreeg in zijn CPD-jaren veel publiciteit. Een van zijn favoriete stellingen, afgeleid van zijn sociologische verkenningen, was de gemoedstoestand van de gemiddelde Nederlander, samengevat als:
“Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht”.
Het werd ook de titel van een boek van zijn hand dat in 2018 verscheen bij Prometheus. De burger is niet achterlijk. Hij/zij zag en ziet in de samenleving steeds vaker dingen fout gaan en vastlopen. En toen moest de hel van Oekraïne (voor ons in ieder geval) nog beginnen.
De burger heeft steeds minder vertrouwen in de politiek gekregen, raakt in verwarring en op drift. Daardoor wordt het land steeds minder bestuurbaar, de machine loopt vast, de noodsignalen worden sterker en het eind van het oude verhaal is een bestorming van het Capitool en de lokale varianten daarop. Angst regeert, redeloze boosheid en sociale versplintering nemen toe. Vijanden, volksmenners en opportunisten beleven mooie tijden. Niet alleen bij ons, maar bijna wereldwijd!
Biertje?
Op 14 februari 2014 dronk onze koning tijdens de Olympische Winterspelen in Sotsji in het Hollandhuis een biertje van het merk Heineken met Vladimir Poetin. Groot nieuws! Op de laatste dag van dezelfde Spelen trokken ongeïdentificeerde Russische troepen de Krim binnen. Een maand later annexeerde Poetin zonder slag of stoot de Krim. Er kwamen wat waarschuwende reacties dat dit toch echt niet kon. Men dronk een glas, deed een plas en alles bleef zoals het was. Een mooi beginnetje voor Poetin. Europa doet niks, test geslaagd. Oekraïne bleef met lege handen achter. Poetin kon verder.
Solovjof en de BB
We hebben niet de pretentie om hier alle onrust in de wereld tegen het licht te houden. Maar we blijven wel bij de vraag hoe ons prettige bestaan zo snel kon worden verpest door oproepen om ons op het ergste voor te bereiden: noodpakketten, waterfilters, zonnecelradio’s, etc. Zaten we nu ook ineens op de lijn van de Amerikaanse Prepperbeweging, de overlevingskunstenaars, die hun eigen bunkers bouwen en volstouwen met alles wat nodig is om te overleven als je na een aanval met kernwapens niet langer op hulp kunt rekenen?
Onze overheid opereert voorzichtig. Geen paniek zaaien. Eerste maar eens mikken op drie dagen overleven. De Russische toppropagandist en oorlogshitser Vladimir Solovjov, dagelijks op tv, heeft net een lintje van Poetin gekregen, waarschijnlijk omdat hij zonder schaamte voortdurend bepleit dat Europa “genuked” moet worden. Dat wil zeggen, met atoombommen platgelegd. Als dat gevaar dreigt, moeten we qua zelfbescherming misschien toch wat opschalen. We zijn dan terug in de tijd van de BB, de dienst Bescherming Bevolking, die in 1952 werd opgericht (Koude Oorlog) en uiteindelijk in 1986 werd opgeheven. Hieronder een passage uit het betreffende Wikipedia-lemma:
De Nederlandse overheid en haar organisatie BB hielden ernstig rekening met een beperkte aanval met kernwapens op Nederlandse vliegvelden en havengebieden. Men zag goede mogelijkheden om zo'n ramp te kunnen doorstaan, mits men zich terdege zou voorbereiden.
In 1961 werd een pakket van vier brochures huis-aan-huis bezorgd met als titel "Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf". Hierin adviseerde de overheid de burger hoe in huis te handelen bij met name bombardementen (met kernwapens). De teneur was dat als men thuis de juiste maatregelen trof het allemaal wel mee zou vallen. Voor schrijver en activist Harry Mulisch was deze voorlichtingscampagne aanleiding bliksemsnel een persiflage te schrijven met als titel "Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf tijdens de jongste dag". Een dodelijke satire en een van de oorzaken dat veel burgers het er moeilijk mee hadden de organisatie Bescherming Bevolking serieus te nemen.
Mulisch
Erg serieus is het inderdaad nooit geworden. Ik herinner me dat op lagere scholen geoefend werd met bescherming tegen atoombommen. De kinderen moesten als de wiedeweerga onder hun schoolbankjes kruipen. En thuis onder de trap schuilen. We hebben sindsdien gelukkig metrolijnen aangelegd waarin wel veel burgers een veilig heenkomen kunnen vinden. Overigens wil ik er nog aan toevoegen dat ik Mulisch nogal verdacht vind als criticaster. Hij was immers wel een erkend “fellow traveler”, met sterk communistische sympathieën in het bijzonder voor het Cuba van Fidel Castro. Harry had weinig op met de toestand in de niet-communistische wereld. Zijn BVD-dossier is omvangrijk en deels ook vermakelijk.
Rutger Bregman en de mensen die deugen
Rutger Bregman (1988) mag en wil ik niet in een adem noemen met Harry Mulisch, maar het komt hier toevallig zo uit. Rutger werd geboren in Renesse als zoon van een protestantse predikant en een lerares. Hij studeerde geschiedenis in Utrecht en begon al tijdens zijn studie als columnist bij de Volkskrant. Daarna werkte hij jarenlang voor online platform De Correspondent. Hij schreef acht boeken, waarvan “Met de kennis van toen” in 2012 het eerste was en “Morele ambitie” vorig jaar het meest recente. Zijn boeken “Gratis geld voor iedereen” en “De meeste mensen deugen” werden (internationale) bestsellers. De laatste titel heeft mij altijd geprikkeld, of moet ik zeggen geërgerd. Het klinkt heel bemoedigend en suggereert bijna dat we er met wat meer vertrouwen in de mensheid best wel uitkomen.
Maar er zit hier volgens mij een lelijke adder onder het gras. De meeste mensen deugen, ja, maar wat betekent dat. Ze proberen het goede te doen. Dat is mooi. Maar niet alle mensen deugen. En de ondeugden kunnen met uitgekiende (terreur)middelen en mooie praatjes al die deugmensen niet alleen op het verkeerde been zetten maar ook zo bang maken dat ze eieren voor hun geld kiezen. Mond houden, meelopen, denk aan de kinderen en de familie, niet iedereen kan een held zijn. Befehl ist Befehl. En misschien is er wel een dictator nodig om de troep op te ruimen. Toch? Opportunisme. Helden zijn schaars. Terreurbewegingen, maffia, het werkt allemaal hetzelfde. De Duitse bezetter kon met weinig inspanning en keiharde repressie ons land controleren. Met legale middelen de wetteloze en gewetenloze tegenpartij in bedwang houden is vrijwel onmogelijk. Op alle fronten geldt dat je oorlog alleen kunt voorkomen als je erop bent voorbereid. Wat willen we: idealisten of realisten? Maak kennis met de wereld van Bregman in de NRC van 12 december 2025.
Bas Heijne
Een paar dagen later (27 december) stond in dezelfde NRC een opiniestuk van Bas Heijne met als opwekkende titel:
“De verleiding van de kettingzaag”.
De intro gaat als volgt:
Onder het mom van individuele vrijheid smelten ongebreidelde techmacht, kritiek op de liberale orde en aangewakkerde online woede samen tot een toekomstdroom die Bas Heijne doet denken aan de klassieker Brave New World - maar dan erger.
Heijne zoekt steun voor zijn betoog bij enkele dystopische schrijvers, waaronder George Orwell en Aldous Huxley. En ook Freud doet mee. Freud en zijn cultuurkritische essay “Het onbehagen in de cultuur” uit 1930. Volgens Freud deugen de meeste mensen zelden! De Rijdende Rechter leeft ervan.
Een passage uit dit betoog van Heijne:
Freud schrijft: „De waarheid achter dit alles, die men liever verloochent, is dat de mens geen zachtaardig wezen is dat liefde nodig heeft en zich hoogstens weet te verdedigen als het wordt aangevallen; in zijn driftleven is hij juist begiftigd met een enorme dosis agressie. Bijgevolg is zijn naaste voor hem niet alleen een potentiële helper en seksueel object, maar ook iemand die hem ertoe verleidt zijn agressie op hem uit te leven, zonder vergoeding te profiteren van zijn werkkracht, hem zonder instemming seksueel te gebruiken, zich van zijn bezittingen meester te maken, hem te vernederen, pijn te doen, te martelen en te doden.”
Heijne: Je zou dit de tijd van de Grote Deregulering kunnen noemen. Overal wordt nu de kettingzaag gehanteerd, of gedreigd met de kettingzaag: in de economie, in de (geo)politiek, maar ook in de meest basale omgangsvormen tussen mensen onderling. Het ontnuchterende, illusieloze mensbeeld van Freud wordt niet langer verloochend, zoals hij zelf nog schreef, het wordt niet langer weggemoffeld als een duistere kant die we maar liever niet onder ogen zien. Integendeel. Het wordt tegenwoordig onbeschaamd omarmd en uitgeleefd, als iets dat juist bij uitstek vitaal en authentiek is.
De cultuur en beschaving, die Freud tegen de door driften beheerste mens in stelling bracht, worden nu consequent als vijandige, autoritaire machten afgeschilderd. Pas als daarmee meedogenloos is afgerekend, kan in de woorden van cryptokoning Janssens, „een paradijs op aarde” ontstaan. Wij weten dat het de hel zal worden.
Van tachtig jaar geleden weten we dat het eerst heel erg uit de hand moet lopen voor mensen tot bezinning komen. Hoeveel deugdzame helden, Ridders van de Ronde Tafel, hebben we straks nodig om weer aan een nieuwe, rechtvaardige wereld te kunnen gaan bouwen? Maar één ding is zeker: als we de herinneringen niet levend houden, zullen we telkens opnieuw moeten beginnen. Zoals Sisyfus. En hoe vaak is Troje niet van de grond af weer opgebouwd?
Gerard van de Schootbrugge, 31 december 2025