MEEM'64, Evolutie, Ideeën, Taal en Creativiteit

Gerard van de Schootbrugge (alias Gerard Espunt)

10 januari 2017

Het nieuwe normaal.

Ik ben een grote fan van het oude Normaal. Lang kon ik dat alleen kwijt in de kleine kring van intimi die echt van mij hielden, die mij mijn kleine zonden gunden. Dat wil zeggen, kleine zonden in hun ogen, in mijn ogen leden zij aan een zelfopgelegde culturele correctheid die veel ongecompliceerde ontspanning lelijk in de weg stond. Het zogenoemde AZCS: het Anti Zwarte Cross Syndroom. Maar met leven en laten leven kom je in het leven een heel eind. En ik was wel zo arrogant om te weten dat ze ooit naar mijn kant zouden opschuiven. Zoals het ook is gebeurd met de waardering voor André Hazes, Pim Fortuyn, Jopie Huisman, Johan Cruijff en al die andere eigenzinnige types die hun eigen weg gingen.

Maar waar ik het eigenlijk even over willen hebben is niet het Oude maar het Nieuwe Normaal. Het Nieuwe Normaal gaat over zaken waar we tot voor kort toch wat moeite mee hadden, of erger, maar die zo vaak gebeuren dat de spraakmakende elite ons voorhoudt om er maar aan te wennen. Een bekende, in ons land veel toegepaste manier om een probleem niet zozeer op te lossen als wel te laten verdampen. Herinterpreteren op een zodanige wijze dat het probleemgevoel verdwijnt. Geestelijke massage. Want als iets niet meer als probleem wordt gevoeld, bestaat het ook niet meer en dan stijg je als volk gelijk weer een stukje in de internationale geluksranking. En doe je het als hoeder van het algemeen belang niet verkeerd. Zo bezien is de introductie van het begrip Het Nieuwe Normaal een zeer beleidsrelevante trouvaille. Voorbeeldje: terrorisme, wen er maar aan. Twintig jaar geleden: massa-immigratie, wen er maar aan (“Beste landgenoten, wij zijn vanaf nu niet langer een emigratieland maar een immigratieland.” O ja? Hoezo? Wie zegt dat?)

Ik zal nog een paar voorbeelden geven. De zzp-er. Vaak een beklagenswaardige figuur. Een verkapte werkeloze zonder uitkering die als een zombie meewerkt om de rijken rijker te maken en zelf langzaam maar zeker in een zwart gat verdwijnt. Maar hij is wel zelfstandig! Geen baas die in zijn nek hijgt! Zelfs geen klant of opdrachtgever. De ultieme vrijheid. Je hele lot in twee bibberende handjes. En als je het verkloot of je breekt een been dan is dat mooi je eigen schuld. Tel je zegeningen, dit is het nieuwe normaal. En als iedereen dan toch naar de hoeren wil, maak er dan maar een officieel beroep van met een vakbond en een cao, het nieuwe normaal. Kunnen, of willen, we de productie en consumptie van drugs niet meer aan, dan is dat dus blijkbaar het nieuwe normaal. Dan wordt het tijd dat we in de bouwvoorschriften opnemen dat zolders wietbestendig zijn. Door rood rijden of een fiets jatten? Als iedereen dat doet dan houdt het toch gewoon op? Dan is dat dus de nieuwe norm, het nieuwe normaal. En als alle wielrenners (naar keuze andere sport invullen) slikken dan gaan we gewoon naar een wedstrijdje slikken kijken. Ook spannend. Omkopen? Doen we dat hier? Dat kan toch niet het nieuwe normaal worden? Maar als de rest van de wereld dat nu wel doet, dan is het toch al het nieuwe normaal? Ojee! Democratie, ook zo’n dingetje. Het kan toch allemaal veel efficiënter! De rest van de wereld lacht ons uit.

Het nieuwe normaal komt als een tsunami over ons heen. Het kan snel gaan, dat hebben we wel gezien met het nieuwe normaal van de smartphone:  de lijpswipebubbleobsessie. En zonder dyslectische glutenintolerantie is er tegenwoordig geen tentamen meer te maken.

 Van de week las ik toevallig iets over Claudia de Breij. Ik begreep uit het verhaaltje dat ze gescheiden is van haar vrouw en dat ze allebei een kind hebben. Maar uiteraard samen twee kinderen. Na de scheiding blijft er waarschijnlijk een bij de moeder en een bij de moeder, maar het kan natuurlijk ook dat ze beiden vader zijn van het kind van hun vrouw. Voor kleintjes maakt het niet veel uit, die vinden het al gauw normaal. Maar wat nu als beiden weer een nieuwe relatie aangaan met waarschijnlijk opnieuw allebei een vrouw. En dat er een goede omgangsregeling wordt afgesproken. En dat de nieuwe stellen ook weer kinderen krijgen. Dan hebben de kinderen straks vier moeders met op de achtergrond ook nog eens de donoren, minimaal 1, maximaal 4. En dan heb ik het nog maar niet over de vrijheid van de achternaamkeuze. Vrijheid is een heel groot goed. Maar laten we nou een beetje oudnormaal doen: zowel een kind als een samenleving hebben een minimum aan ordelijkheid en continuïteit nodig. Anders komen identificatie- en hechtingsprocessen in het gedrang. En dan weten we zeker dat het abnormale over een tijdje het nieuwe normaal wordt. Het moderne leven is steeds meer een kwestie van deurdonderen. Maar misschien kan het wat meer volgens het oude Normaal. Of begin ik nu echt oud te worden?